Astron-directeur Marco de Vos.

Directeur Astron over zijn radiotelescoop versus de windmolens: 'Lofar zou van beschermd nationaal belang moeten zijn'

Astron-directeur Marco de Vos. Foto: Hilbrand Dijkhuizen

In Nederland zal de komende jaren beter nagedacht moeten worden over hoe om te gaan met grootschalige wetenschappelijke infrastructuur zoals LOFAR.

Dat zegt Marco de Vos, directeur bij Astron, het instituut voor radio-astronomie gevestigd in Dwingeloo, eigenaar van radiotelescoop LOFAR.

,,We moeten ons op alle bestuurlijke niveaus er van bewust zijn dat we in een klein land leven en – mede door de energietransitie – steeds meer moeten inpassen in die kleine ruimte. Windturbines, zonneparken. Maar ook andere technische ontwikkelingen als digital broadcasting audio (DAB+) hebben invloed op LOFAR. En 5G heeft dat straks op de telescopen in Westerbork. Grote nationale onderzoeksinfrastructuur moet eigenlijk van beschermd nationaal belang zijn.’’

Veel werk verzet om LOFAR te beschermen

Wetenschappers van Astron hebben de afgelopen jaren veel werk moeten verzetten om te voorkomen dat de gevoelige LOFAR-antennes (kosten: 100 miljoen euro) waardeloos zouden worden als gevolg van de komst van de 45 turbines van windpark Drentse Monden en Oostermoer. De uitkomst van testen met de eerste turbine bij 1e Exloërmond is dat het windpark nooit zonder restricties (stilstanddagen) zal draaien en dat de wetenschappers van Astron nooit meer zonder storing lange tijd het heelal kunnen bestuderen.

,,Blij is echt niet het goede woord’’, zegt De Vos.

,,Maar ik ben opgelucht dat alles achter de rug is. We hebben duidelijkheid, we weten waar we staan. Er zijn onderzoeken die we straks niet meer kunnen doen, dat wisten we al. Maar we ontwikkelen ook een aantal nieuwe onderzoekslijnen. En we zijn momenteel met een paar dingen bezig op het gebied van productontwikkeling. Communicatietechniek. Ik kan er nog niet alles over zeggen. Maar dat is de keerzijde: we gaan creatief om met de situatie waarin we noodgedwongen zitten.’’

Astron en de windboeren moesten er samen uitkomen

’s Werelds grootste radiotelescoop LOFAR speurt in het heelal naar antwoorden op fundamentele wetenschappelijke vragen. Het hart van het netwerk van duizenden door Europa verspreide antennes ligt tussen Exloo en Buinen. Astron en de initiatiefnemers van het windpark in de Drentse Veenkoloniën werden door het ministerie van Economische Zaken in 2016 gedwongen om er samen uit te komen. LOFAR en de turbines moesten naast elkaar bestaan. In september 2019 zijn tests uitgevoerd met de eerste turbine waaruit is gebleken in welke mate LOFAR wordt verstoord.

,,Het heeft lang geduurd tot we alle resultaten hadden bestudeerd, voor buitenstaanders misschien te lang. Maar wetenschappelijk onderzoek moet kloppen’’, zegt De Vos.

‘Zonder aanpassingen was de schade vele malen groter geweest’

Een van zijn wetenschappers zorgde er jaren geleden voor dat tot Agentschap Telecom en het ministerie van Economische Zaken doordrong wat de gevaren voor LOFAR waren. Diezelfde wetenschapper adviseerde veelvuldig tijdens het bouwproces van de Duitse turbine-ontwikkelaar Nordex, die er in slaagde een windturbine te bouwen die relatief weinig elektromagnetische straling produceert.

,,Michiel Brentjens heeft heel veel teweeg gebracht. Daar ben ik echt van onder de indruk. Tot op het laatst toe is hij hier mee bezig geweest. Als er turbines zonder aanpassingen waren gekomen, was de schade vele malen groter geweest.’’

Wieken werken als spiegels

Onvermijdelijk is dat de wieken van die innovatieve turbines straks nog wel de straling van andere bronnen reflecteren en dat die reflectie als storende ruis zichtbaar zal zijn voor LOFAR.

,,Die wieken werken dan als een soort spiegels. En dan krijgen we nog meer last van het gebruik van allerlei radiofrequenties. Het spectrum waarin we werken, raakt steeds voller’’, zegt De Vos.

,,Daarom is het zo van belang dat we in een vroeg stadium overleggen. Wij doen dat in de regio ook bij zonneparken. We bemoeien ons met omgevingsvergunningen. Dat is noodzakelijk, omdat we anders niet meer in het heelal kunnen kijken. We moeten er vooral geen gevechten van maken. Door te meten kom je tot weten.’’

menu