We hoeven niet bang te zijn, zegt dominee Wouter Slob uit Zuidlaren.

Dominee Wouter Slob uit Zuidlaren over het leven in coronatijd: Wees. Niet. Bang.

We hoeven niet bang te zijn, zegt dominee Wouter Slob uit Zuidlaren. Foto: Corné Sparidaens

Wat doet deze coronatijd met ons? We vragen het dominee Wouter Slob uit Zuidlaren in de aanloop naar Pasen. Een gesprek over hoop, troost en betrokkenheid - op gepaste afstand.

Alles ging anders op zondag 22 maart, in de Laarkerk in Zuidlaren. Er waren lege banken. Er waren camera’s. De kaars moest verschoven anders kwam die niet in beeld. De organist speelde When Israel was in Egypt’s Land , maar geen stem weerkaatste in de ruimte want de leden van de Protestantse kerkgemeente zaten thuis voor de computer. Te kijken en te luisteren naar dominee Wouter Slob, die vanachter de kansel belde met het jongetje Wietse om te vragen of hij bang was.

Nee, Wietse was niet bang. Hij verveelde zich, dat wel.

De kerken zijn dicht. Kerkdiensten worden op YouTube uitgezonden zodat de mensen thuis toch naar de preek kunnen luisteren, en dat lijkt in goede aarde te vallen. Zo’n zevenhonderd gelovigen luisterden naar dominee Wouter Slob, op die eerste zondag nadat sociale distantie van hogerhand was verordonneerd. Want ook in de kerken kan het coronavirus zich verspreiden. Preken op afstand dus. Het is wennen, maar het is goed, zegt Slob, terwijl hij zijn tablet zo neerzet dat hij de verslaggeefster op het beeldscherm kan zien. Interviewen op afstand; ook dat is wennen en ook dat is goed.

Veel moois

De kerken dicht, juist nu. „Mensen zeggen: waarom komen we in deze tijd niet samen om te bidden? Door de eeuwen heen is dat immers altijd gebeurd. Maar het is beter dat nu niet te doen. Er zijn berichten dat mensen in Rusland vrolijk iconen staan te kussen met het idee dat het geen kwaad kan, want ze doen het voor God en dan zal het wel goed komen. Nou, dat is evident niet het geval.”

De coronacrisis maakt ook veel moois los in zijn kerkgemeente, zegt hij. „Mensen zoeken contact via Skype, WhatsApp, bellen met elkaar wat ze kunnen doen. Ze bellen ook mij, hoe het gaat. Vorige week vond ik ineens een gehaakte bloem op mijn stoep en de dame die hem daar neer had gelegd, zwaaide vanaf een afstand naar me. Kleine vriendelijkheid leeft; de lichamelijke afstand vergroot de geestelijke nabijheid omdat mensen naar contact hunkeren. De eerste paar dagen is het nog leuk om in je tuin te klussen maar na een paar weken ga je het contact echt missen. Het idee dat we allemaal voor onszelf op een eigen eilandje leven, blijkt duidelijk niet te kloppen.”

Met Pasen, volgende week, kunnen de mensen de kerk niet in. Hoe zal dat gevierd worden?

„De paasliturgie wordt een thuisdienst, net als de afgelopen twee weken. Het zal anders zijn. Dunner. Je zit niet naast elkaar, je raakt elkaar niet aan, drinkt geen koffie samen. En als je in je eigen huiskamer zit te neuriën, zal dat toch anders voelen dan dat je uit volle borst in een kerk meezingt. Ook in de Stille Week in de aanloop naar Pasen doen we elke dag onze kerkdiensten online. ‘s Avonds, zoals altijd in deze week, maar zonder mensen.”

Zuidlaren telt drie kerken. De oudste, middenin het dorp, is sinds deze week elke dag een uur geopend voor wie wil bidden of een kaarsje branden. Slob deelt zijn kerkdiensten met zijn drie collega’s. Hij preekt op Goede Vrijdag. „Dat is een hele stille, duistere dienst over het verhaal dat Jezus sterft. Dan speelt het orgel minimaal, dan wordt de Paaskaars, die anders altijd brandt, gedoofd. Die diensten tijdens de Stille Week hakken er altijd in. De stilte in de kerk, de kerkgangers die in stilte de kerk verlaten, de kou en de duisternis in. En dat heb je tijdens zo’n uitzending allemaal niet. Het is het verschil tussen een cd opzetten van de Mattheus Passion, of het concert in de zaal volgen.”

De viering van het Heilig Avondmaal, waar de kerkgemeenschap wijn en brood met elkaar deelt, zal ook noodgedwongen anders zijn op Witte Donderdag.

„Er is discussie over onder theologen; moet je dat nou wel of niet door laten gaan? Je mist de gemeenschap, maar je kunt het ook omdraaien. Door samen het Avondmaal te vieren, versterk je het gemeenschapsgevoel. Wij kiezen ervoor om de mensen thuis wijn en bood klaar te laten zetten.”

Een flesje Merlot is toch niet hetzelfde? En we hebben toch geen hostie in huis?

„Nee, dus je moet gewoon een stukje brood nemen en wat wijn. De wijn aan het avondmaal is heel speciale, zoete wijn, die wordt op feestjes echt niet geschonken. Dat is wel bijzonder, als je bij het Avondmaal ineens een droge wijn zou drinken, zou je een klap in je gezicht krijgen omdat dat anders is dan je verwacht. Nou ja, we zullen zien hoe dat gaat.”

Wat betekent het feest van de wederopstanding in een tijd van breed gedragen doodsangst?

„Pasen zegt: de dood is niet het einde. Dat is heel vaak verstaan alsof het leven na de dood gewoon door zou gaan. Er zijn allerlei wilde theorieën over de hemelse heerlijkheid.”

Díe hemelse heerlijkheid, zegt hij, daar is hij niet van.

„Het legt heel erg de nadruk op het voortbestaan van jouw individuele zelf. Maar, dat kun je met Pasen heel duidelijk zeggen: het lichamelijke sterven, de teloorgang van het lichaam, is niet het einde van jouw bestaan.”

Dat moet u uitleggen .

„Mensen zijn geen eilanden. De betekenis van jouw leven valt niet samen met de eenheid van jouw biologische zelf. We denken dat we samenvallen met ons lijf en als dat ophoudt, houdt ons bestaan op. Ik snap wel waar die gedachte vandaan komt, want als je lichaam ophoudt, heb je geen ervaringen meer. Maar wie jij bent, hangt niet af van je eigen identiteit. Wie jij bent, hangt af van je relatie tot andere mensen. Je identiteit wordt door anderen bepaald, en wie anderen zijn, bepaal jij mede. Als er een einde komt aan de biologische betekenis van jouw lijf, betekent dat nog niet dat jouw bestaan betekenisloos is. Want je wordt herdacht. Mensen denken met weemoed aan je terug, als ze een geur ruiken. Als ik lapsang soochongthee drink, denk ik aan mijn oma.”

Hij ziet het als predikant: als iemand sterft, wordt zijn betekenis versterkt. „En hoe vreselijk het verlies en het sterven dan ook is, dat is niet waardeloos. Wat alleen vaak wordt gedacht, is dat je daarmee het kwaad aan het goedpraten bent.”

Het kwaad. Aanstichter van onzekerheid en angst. In onzekere tijden is er behoefte aan troost en duiding, dus de leden van zijn PKN gemeente wenden zich tot hem met existentiële vragen. „Waarom treft ons dit? Hoe kan het dat God deze pandemie toestaat en wat moet je daarmee aan?”

Wat zegt u tegen hen?

„Het kwaad en het lijden en het sterven is slecht. Maar niet betekenisloos.”

Met andere woorden: het is?

„Het is. De werkelijkheid is zoals het is. Shit happens. Je dood is pas het einde als er geen betekenis meer aan wordt gegeven.”

Je bent dus pas dood als iedereen je is vergeten.

„Ja. En als theoloog zeg ik: er is altijd iemand die jou in gedachte heeft en dat is God. En wat ik me daarbij voor moet stellen – geen idee. Maar het is wel een soort troost. Het betekent dat je jouw bestaan niet in jezelf definieert, maar altijd in relatie tot anderen. En dat is ook heel riskant. Want het kan mislopen. Die geliefde kan dood, of er komt een scheiding. Dat is het risico van een relatie. En daarom denk ik dat veel mensen de veiligheid van hun autonomie zoeken. Maar als je een relatie instapt met een voorbehoud, als je je niet uitlevert en een pantser om je heen bouwt tegen teleurstelling, dan mis je de kracht van de overgave. Als je je aan iemand overgeeft, en diegene zorgt goed voor je, dan bevestigt dat jouw bestaan. Want dan ben jij het waard om voor gezorgd te worden. Dat is volgens mij het geheim van een levenslange liefdesrelatie.”

Overgave. Dat is wel een dingetje in deze tijd, zegt hij.

„Als cultureel filosoof vind ik het heel interessant om te zien hoe het narcisme om zich heen slaat. En dan denk ik: ja vrienden, wat je niet in de gaten hebt, is dat dat een groot recept voor teleurstelling is. Als jij denkt dat de wereld om jou draait en er blijken ook mensen te zijn die denken dat de wereld om hen draait, dan word jij nooit bevestigd in wie jij denkt te zijn. Heel verdrietig. Heel onverstandig ook. Je loopt met je smoel tegen de muur. De grootste narcist, Donald Trump, kan deze coronacrisis helemaal niet handelen. Omdat dat iets is wat niet in zijn macht ligt. Dat geldt ook voor een aantal andere wereldleiders. Een absolute nachtmerrie.”

Dus is de coronacrisis een les in bescheidenheid?

„Ja. Je moet uitkijken met dat woord ‘les’, want dat lijkt erop dat iemand ons een lesje wil leren. En daar ben ik ook niet van. Waar ik wel van ben is: dingen gebeuren zoals ze gebeuren, ik heb de wereld niet in mijn hand, en als het toeslaat moet ik dealen met hoe het loopt.”

Dat je niets voorstelt, daar zit troost in, zei u in een eerder interview. Vertel.

„Ik zeg dat als tegenwicht tegen de mensen die zichzelf in het centrum van de kosmos zetten. Die voortdurend mensen moeten kleineren om er zelf beter uit te komen. Denk niet zo vet over jezelf. Dan valt het allemaal reuze mee. Kijk, dat je probeert om voor jezelf een plekje onder de zon te bemachtigen, dat snap ik, dat geldt ook voor mij. Als ik door mijn geboortestad Den Haag rijd, zegt mijn vrouw ook ‘doe normaal joh’, niemand voor laten gaan, elk oranje stoplicht nog effe meepakken, dat spitsuur in Den Haag heeft een heel direct effect op mij. Het is voor mij beter om gewoon door Zuidlaren te fietsen, dan laat ik me niet zo opnaaien.”

Ga fietsen, bedoelt u.

„Ja. Ga fietsen en breng je buren een pannetje soep. Zo moeilijk is het leven niet, maar je moet de rust hebben om het te zien. Als je één grote buitenkant bent, een groot ego, dan mag alles wat er in de krochten van je geest zit aan wroeging, schuld, pijn, verdriet en mislukking, niet gezien worden. De ontoereikendheid mag nergens plek hebben. Maar die is er natuurlijk wel. Dingen waarop je hoopte, zijn niet uitgekomen. Maar als je er nu vanuit gaat: we stellen niet zoveel voor? Wij zijn zondige mensen? Dat woord zondig heeft een negatieve bijklank hè, maar ik denk, dat woord zegt alleen maar: wij zijn niet perfect. Goddank.”

Toch. Niet-perfecte mensen moeten zoeken naar zekerheid, zeker als die wereld nog minder perfect blijkt dan ze dachten. In tijden van oorlog zaten de kerken vol biddende mensen.

„Juist wanneer het autonome individu tegen een grens aanloopt, wanneer een ziekte opduikt, of een oorlog, dan is de religieuze taal wel degelijk een taal waarin je je angst en zorgen kwijt kunt. Dat is in beginsel wat het gebed is. Maar bidden wordt vaak gezien als een vraag: God wilt u maken dat dit en dit gebeurt. En de verhoring van het gebed is dan dat er gebeurt wat jij wilt. Maar dat is eigenlijk dat jij de boel in de vingers wilt houden. En als je dat zelf niet kunt, gebruik je God als verlengstuk. Maar de inhoud van een gebed is dat je je openstelt voor God, met je zorgen, je kwetsbaarheid, met alles, en daarmee de aanvaarding krijgt dat de dingen gebeuren zoals ze gebeuren. Ik krijg heel vaak te horen: bidden helpt niet. Ik heb mijn knieën kapot gebeden en nou gaat iemand toch dood. Dan denk ik ja, nee, het gebed verandert een situatie niet, maar kan wel veranderen hoe jij ermee omgaat. Kan bepalen of je rust kunt krijgen, of dat je weerstand blijft bieden, of je betekenis kunt zien.”

Het klinkt allemaal zo onbevreesd.

„En dat is het. Wie jij bent, zeg ik als theoloog, is bewaard in de liefde van Christus. Dus wat kan je gebeuren? Ja, genoeg ellende. Maar wie jij ten diepste bent, zal niet aangetast worden. Wees. Niet. Bang.”

Toch kan ik me voorstellen dat mensen nu echt bang zijn. Omdat geliefden kunnen sterven. Alleen, op de intensive care in een ziekenhuis, zonder familie om zich heen.

„Dat is verschrikkelijk. Als ik zeg: er zit betekenis in de dood, zeg ik niet dat we dat juichend moeten omarmen en dat rouw er niet mag zijn. Het kwaad bestaat en is ook echt kwaad. Dat je angst hebt voor ziekte en teloorgang, snap ik helemaal. Maar daar houdt het verhaal niet op. Dat is wat ik heel vaak meemaak bij sterfbedden; dat de teloorgang van het lichaam niet het einde is. Een stoffelijk overschot zet je niet bij de straat, dat wil je respect betuigen. Omdat je die handen hebt aangeraakt, omdat je tegen dat lijf hebt gelegen.”

Maar die grote hallen vol doodkisten in Italië en Spanje dan? Dat staat hier toch mee in schril contrast?

Dat is in de huidige situatie inderdaad heel verdrietig en naar, dat je niet op een geëigende manier afscheid kunt nemen. Dat je afstand moet houden bij een uitvaart, dat daar maar hooguit twintig mensen bij mogen zijn, dat je elkaar niet mag vastpakken en condoleren. Die steun ontbreekt nu. Maar het onderstreept het belang ervan. Dit is wat we missen, nu weten we hoe belangrijk het is.”

Wat leert deze crisis ons?

„Al onze almachtsfantasieën, van: we gaan het regelen en we gaan een hoop geld verdienen, kunnen allemaal in de prullenmand. Want dan komt zo’n virus voorbij en dan blijkt het allemaal niks waard te zijn. En dit is ook het laatste virus niet. En dan? En dan? Dan blijkt dat de dood dus gewoon onvermijdelijk is. Dat wisten we allemaal al, maar zolang we het voor ons uit kunnen schuiven, kunnen we doen alsof het er niet is. Het drukt ons met de neus op de feiten.”

Dus: we zijn kwetsbaar en het noodlot bestaat.

„Ja. En het is niet erg. Elkaar nabij zijn, dat is wat het leven betekenis geeft.”

menu