Drenthe: geld van Rijk nodig voor aanpak drugsafval

In Nijeveen ontmantelde de politie de grootste cocaïnewasserij ooit in Nederland. Foto DvhN

Het platteland in Drenthe is kwetsbaar voor criminelen die drugslabs opzetten of drugsafval dumpen. De provincie dringt er daarom bij het Rijk op aan om te helpen voorkomen dat deze criminaliteit zich over het buitengebied verspreidt.

De soms magere sociaaleconomische situatie op het platteland maakt eigenaren van schuren gevoelig om hun bezit te verhuren aan criminelen, bovendien zoeken producenten van xtc en andere synthetische drugs afgelegen plekken om hun afval te dumpen. Gedeputeerde Staten delen deze zorg van statenlid Thomas Blinde (Forum voor Democratie), zo blijkt uit antwoorden op Statenvragen van Blinde.

Bestrijding georganiseerde criminaliteit

Het provinciebestuur wijst er op dat het Rijk zwaar inzet op de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit en daar extra geld voor uittrekt. „Bij de verdeling van dat geld zullen wij steeds aandacht vragen voor de kwetsbaarheid van het buitengebied”, schrijven GS.

Aanleiding voor Blindes vragen zijn de grote drugsvangst in Nijeveen . Daar ontmantelde de politie vorige maand een wasserij waar cocaïne gescheiden wordt van ander materiaal waarmee het Nederland is binnen gesmokkeld. Daar zijn gevaarlijke chemicaliën gevonden en Blinde is bezorgd wie de rekening van het opruimen daarvan gaat betalen. In het geval van Nijeveen willen GS proberen de kosten op de daders te verhalen. Er zijn in Drenthe afspraken over hoe om te gaan met dit soort vondsten, maar het college realiseert zich dat die niet altijd sluitend zullen zijn bij grote vondsten zoals in Nijeveen. „Daarom is maatwerk nodig”, aldus het college.

Eigenaar terrein is verantwoordelijk

Bij dumpingen van drugsafval is de eigenaar van de grond waar de troep gevonden wordt, in principe verantwoordelijk voor het opruimen. Dit kan bijvoorbeeld Staatsbosbeheer zijn, Natuurmonumenten of een particuliere boer. Snel opruimen is noodzakelijk om de schade aan de natuur te beperken. Om te voorkomen dat grondeigenaren de vondst van een dumping vanwege de kosten ‘onder de pet’ houden, is er een tegemoetkoming van het Rijk van maximaal 25.000 euro.

Volgens GS is die 25.000 euro tot nog toe telkens voldoende gebleken. Maar het kan zijn dat dit bij toekomstige grotere vondsten niet meer het geval zal zijn. In dat geval wil het provinciebestuur bij het Rijk om meer geld vragen.


menu