Bernhard Hanskamp: de provincie moet meer de touwtjes in handen nemen.

Drenthe moet zijn kroonjuwelen goed blijven bewaken: 'Let op de energietransitie, de wegen en de bouw'

Bernhard Hanskamp: de provincie moet meer de touwtjes in handen nemen. Foto: Marcel Jurian de Jong

Niets is vanzelfsprekend, ook het mooie Drentse landschap niet. Laat het niet verknallen door zonne- windmolenparken en snelwegen. Die boodschap geeft voormalig planoloog Bernhard Hanskamp uit Nijlande de provinciale beleidsmakers mee in zijn boek ‘Gewogen ruimte’.

Bernhard Hanskamp kan het zien, als hij door de provincie rijdt. Wie had het voor het zeggen de afgelopen 50 tot 70 jaar, toen er voor dit gebied plannen zijn gemaakt, voor ruilverkaveling of voor dorpsuitbreiding? Had die beleidsmaker meer oog voor de boeren of voor de natuur?

Veel goed, veel fout

Hanskamp (1951) ging een jaar of vijf geleden met pensioen als planoloog bij de provincie Drenthe. Hij presenteerde onlangs zijn tweede historisch boek over de ruimtelijke inrichting van diezelfde provincie. Gewogen ruimte heet het en behalve een historische verhandeling over de afgelopen 50 jaar, bevat het ook een vooruitblik. In het verleden is veel goed gegaan, maar ook veel fout.

Opnieuw staat de provinciale politiek voor fundamentele keuzes. Drenthe, let op uw zaak, zegt Hanskamp. Op de schoonheid, de rust en de ruimte van het landschap. Alles is van waarde en vaak weerloos.

Bedreigingen zijn er altijd geweest. Ruilverkaveling bijvoorbeeld, de wil om landerijen samen te voegen en te integreren in efficiënt functionerende boerenbedrijven. De uitbreiding van steden en dorpen, waardoor het karakteristieke karakter verloren gaat.

Waar moeten de beleidsmakers de komende jaren op letten, in de ogen van Hanskamp? Energietransitie, uitbreiding van wegen en ook weer bedrijventerreinen en woningbouw.

‘Bijna elke vierkante meter heeft een bestemming’

Het ging de afgelopen jaren al hopeloos mis toen het Rijk de regie greep, en door de vreemde besluitvorming bij de provincie kon grijpen, bij de plaatsing van windturbines in het oostelijk deel van de provincie, in het open gebied van de Monden en Oostermoer.

Omwonenden zien hun uitzicht voor de komende decennia verpest. Maar dit is slechts het begin van de energietransitie. Over 30 jaar moet alle energie uit hernieuwbare bronnen komen. Dat betekent de bouw van zonneparken en nog meer windmolenparken.

Nu lijkt daar in Drenthe op het eerste gezicht ook best ruimte voor te zijn: met een klein stukje Drenthe (1800 hectare) kan de provincie naar eigen zeggen de komende tien jaar vooruit voor de bouw van zonneparken. De heel Drenthe meet ruim 268.000 hectare. Maar vergis je niet, zegt Hanskamp. Bijna elke vierkante meter heeft nu al een bestemming, of het nu natuur, landbouw, wonen of verkeer en vervoer is.

„Landbouwvoorman Jan Bloemerts wees er ook al op dat je niet goede landbouwgrond moet opofferen aan zonneparken”, zegt Hanskamp. Hij houdt dan ook zijn hart vast bij de komst van zonneparken en windturbines. „De provinciale politiek is nu te afwachtend. Provinciale Staten moeten heel nadrukkelijk uitspreken waar de parken met zonnepanelen en windturbines wel en vooral niet kunnen komen.”

Hunebed Highway

De geplande gedeeltelijke verdubbeling van de N34 tussen Emmen en De Punt ziet Hanskamp als een tweede bedreiging. Het is de lakmoesproef voor de provinciale ruimtelijke ordening, stelt hij. Is de provincie echt bereid om de waarden van het landschap op te offeren aan het verkeer en de vermeende bereikbaarheid?

„De N34 heet ook wel de Hunebed Highway. Een leuke verwijzing naar het Drentse landschap, maar de weg voert ook echt door Geopark De Hondsrug. Een archeologisch heel waardevol gebied. Gaan we echt toestaan dat hier weer een stukje van wordt opgeofferd voor de weg?”

Ook de komende jaren moeten mensen ergens wonen. Er blijft, vooral in het Noorden van de provincie, een grote behoefte aan huizen voor mensen die in Groningen werken. Als planoloog plande Hanskamp huizen vooral bij de grotere kernen, zoals Assen, Emmen, Roden en Hoogeveen, opdat het landschap open bleef en de kleinere dorpen hun authentieke karakter zouden behouden.

Nu ziet hij kansen voor woningbouw in de malaise bij Groningen Airport Eelde, die een sluiting van de luchthaven in zijn ogen dichterbij brengt. Bouw op de start- en landingsbanen een mooi nieuw dorp, dat wat Hanskamp wel ‘Luchtde’ of ‘Vliegde’ mag heten.

Woningen bij vliegveld Eelde

„Je kunt daar een mooie wijk van maken, die via de A28, de burgemeester Legroweg en de nieuwe fietssnelweg een heel goede verbinding heeft met de stad Groningen”, betoogt Hanskamp. „Je kunt die wijk ook landschappelijk heel mooi inpassen met het natuurgebied van het dal rond het Eelderdiep aan de westkant en landgoed Oosterbroek aan de oostkant. Het geld dat de overheden nu in de luchthaven steken, kun je ook gebruiken om een deel van die nieuwe wijk te bestemmen voor sociale woningbouw.” Hanskamp schat dat er wel 10.000 mensen op het 200 hectare grote terrein een woonplek kunnen vinden.

Het behoeft geen betoog dat het behoud van het landschap heel wezenlijk is voor de Drentse economie, waarvan toerisme en vrijetijdsbesteding een zeer belangrijke pijler vormen. Als de aanleg van een snelweg, de bouw van een zonnepark of van windturbines, steeds een stukje van de beleving van het landschap afknibbelen, blijft er op den duur te weinig over om nog aantrekkelijk te zijn voor toeristen. Daarom is het volgens Hanskamp noodzakelijk dat het provinciebestuur meer de touwtjes in handen neemt dan nu het geval is.

„Het huis van Thorbecke, zo noemen ze de bestuurlijke indeling van Nederland vaak, met de landelijke, gemeentelijke en provinciale overheid. Maar Brussel, dat het individuele bedrijf raakt, en de provinciegrote waterschappen, met een heel brede taak, zijn er bij gekomen. De provincies nemen de laatste jaren nog maar een kleine verdieping in dat huis in. De gemeenten zijn sterk vergroot en hebben de laatste jaren veel meer te vertellen gekregen in het sociale domein. Maar het zou goed zijn als de provincies meer invloed krijgen maar ook actief nemen op de ruimtelijke indeling van Nederland.”

menu