Wildernis in Nederland? Ja, in de huiskamer, op tv. Of misschien de tuin van die aparte snuiter in de buurt? Wie een paar passen zet, kan met eigen ogen zien dat delen van het nationaal park Drents Friese Wold langzaam maar zeker verwilderen.

Nederlandse bossen zijn mensenwerk. Aangelegd. Om toch nog iets aan die schrale zandgrond op ontgonnen heidevelden te hebben, werden in Drenthe in de eerste helft van de vorige eeuw bossen aangeplant. Werkverschaffing. Bomen keurig in het gelid in vakken van 300 bij 300 meter. Genummerd. Daartussen brede zandpaden. Wel zo handig, want het hout moet ook worden geoogst. En staat de boel in de fik, dan kan de brandweer er makkelijk bij.

We zijn op pad met de boswachters Aaldrik Pot en Lysander van Oossanen van Staatsbosbeheer. Verwilderd zijn in elk geval de koppen van beide mannen. Met meer haar dan gebruikelijk rond de kin. De coronalook, bekennen ze lachend. Op naar de Hoekenbrink, waar de verwildering van het Drents Friese Wold al aardig vorm krijgt.

,,Neem dit pad’’, zegt boswachter Van Oossanen. ,,Dit was nog niet zo heel lang geleden een meter of 4 breed en kaarsrecht. En dat bleef zo, omdat er geregeld vrachtwagens reden om hout te laden. Doordat de bospaden zijn afgesloten voor gemotoriseerd verkeer, gaat het pad vanzelf kronkelen en wordt het smaller. Daar is een slingertje ontstaan door een overhangende tak en hier vanwege een jonge fijnspar.’’

Met andere woorden: door te stoppen met de productie van hout en alles wat daarbij komt kijken, groeien paden dicht. Wandelaars lopen om de overhangende tak of het jonge boompje heen, en zo ontstaan er kronkels. ,,We willen niet meer die brede rechte lijnen. Hier en daar nemen we maatregelen en vervolgens laten we de natuur haar gang gaan. Dan krijg je een veel natuurlijker bos’’, zegt collega Pot.

loading

Meer beleving

Het Drents Friese Wold is één van de gebieden waar de natuur in bepaalde delen mag verwilderen. Pot: ,,Wildernis in Nederland, dat lijkt al snel nergens op te slaan. We hebben geen wildernis want alles is aangelegd. Maar we hebben goed gekeken naar gebieden die zich ervoor lenen te worden omgevormd naar een veel natuurlijker landschap. Veel minder gedomineerd door de mens. Laat het maar gebeuren, dan zie je vanzelf wel wat ervan komt. Het Drents Friese Wold is één van die gebieden. Vroeger waren hier twee boswachterijen, die van Appelscha en Hoogersmilde, met daartussen veel open landbouwgebieden. Door de aanplant van bos zijn de boswachterijen met elkaar versmolten. Wat we nu willen is meer beleving voor de mensen die hier komen en tegelijkertijd meer ruimte voor flora en fauna.’’

Want, zo zegt hij: ,,De Drentse bossen lijken in een bepaald opzicht vrij veel op elkaar. Hier heide, dan een recht zandpad en dan bos, verdeeld in rechthoekige vakken. Efficiënt ingericht voor de houtproductie en overzichtelijk voor recreanten. Die doelmatigheid en zekere mate van eentonigheid laten we hier los. Meer leven, meer beleving. Dynamiek. Laat je verrassen, verwonderen, dat doen wij ook.’’ Van Oossanen: ,,Wij schetsen een beeld van hoe het er ongeveer uit komt te zien, maar vaak pakt het toch net anders uit. Dan verwacht je dat er op een bepaalde plek een waterpartij ontstaat, maar komt-ie toch net even een eindje verderop.’’

loading

Inlandse boomsoorten aanplanten

De opzet is om de kern van het nationaal park te laten verwilderen. Geen (commerciële) houtkap meer, dus minder machines en vrachtwagens in het bos. Sloten en greppels dempen, zodat het water zelf een weg zoekt. De rechtlijnigheid van de productiebossen doorbreken. Als bomen omver waaien of doodziek omvallen: niet opruimen, maar gewoon laten liggen. En inlandse boomsoorten, zoals eik, berk, beuk en linde, aanplanten.

Het voelt voor buitenstaanders toch een beetje vreemd. Bomen die ooit door mensen zijn aangeplant, worden nu door mensen weggehaald. Niet allemaal, maar her en der een open plek. Op die plekken gebeurt van alles, maar je moet het zien. Pot en Van Oossanen staan er graag bij stil. ,,Hier word ik heel gelukkig van’’, zegt Pot wijzend naar een stobbe, ooit het voetstuk van een kloeke lariks. Hij hurkt en zegt: ,,Mooi hè, die bekermossen. Dat zijn mini landschappen. Wat zeg ik, het zijn kleine werelden op zich.’’

Op de open plek groeien grassen en een keur aan jonge boompjes. Een is een hangplek voor reeën. Niet alleen de reeënwissel en de keutels verraden de aanwezigheid van de dieren. Van Oossanen: ,,Zie je dat? Die jonge fijnspar wordt geregeld gesnoeid door de reeën. Ze knabbelen en schurken eraan.’’ Wie goed kijkt, ziet dat veel meer jonge boompjes hetzelfde lot is beschoren. Ze hebben verdunningen op dezelfde hoogte. Of dat erg is? ,,Nee hoor. Bomen zaaien zichzelf uit. Van de honderd miniboompjes groeien er uiteindelijk een stuk of twee uit tot volwassen exemplaren.’’

loading

Een typische dassendrol

De open plek telt meer vaste gasten, te zien aan de drollen van diverse pluimage. ,,Dit is een typische dassendrol’’, zegt Pot. Het hoopje zit vol met onverteerde pantsertjes van kevers en torren, die de dieren al wroetend in de bodem vangen. ,,Kijk, die das heeft behalve kevers ook plantaardig voedsel gegeten. En dit is poep van een vos.’’

En die dan? ,,Woow! Wat is dát?’’, zegt Pot. De drol is groot en zit vol haren. Hij durft het bijna niet te zeggen: wolf? Om antwoord te geven op die vraag, trekt hij de uitwerpselen met takjes uit elkaar. ‘’Reeënharen’’, stelt hij resoluut vast. De spanning stijgt. ,,Maar ook stukjes kever. Een wolf zou kunnen, maar is niet waarschijnlijk. Dassen kluiven karkassen van reeën ook tot het bot af. Ik houd het op een das.’’

Op de open plek even verderop is ook een ruigte ontstaan. Van Oossanen spreidt zijn armen: ,,Dit was vroeger dus rechttoe rechtaan productiebos. Vanaf hier kon ik onder de takken door ver kijken en alle reeën zien die in de buurt waren. Ze zijn er nog steeds, maar kijken nu waarschijnlijk naar ons.’’

Aan de rand van dezelfde plek stuit het duo van Staatsbosbeheer op een ander fenomeen van deze tijd: 20 meter hoge dode naaldbomen. Zij aan zij. ,,Drie droge jaren eisen hun tol’’, zegt Van Oossanen. Pot: ,,De droogte heeft de bossen verzwakt. Diertjes, zoals letterzetters, bastkevers en larven, maken het karwei af. Dus bomensterfte. Of dat triest is? We kijken er in dit gebied toch met andere ogen naar en het is ook wel spannend. Waar leidt dit toe? We volgen het proces, maar grijpen niet in. In andere gebieden, zoals Gieten/Borger en Ruinen, waar nog wel houtproductie is, ruimen we de zieke en dode bomen wél op om erger te voorkomen. Hier niet.’’

Van Oossanen: ,,Die dode bomen zijn ideaal voor bijvoorbeeld spechten. Dus ze trekken ook bepaalde soorten aan. Maar op een gegeven moment vallen de dode bomen om en vergaan ze op de bodem. Dan valt er voor spechten niets meer te halen. Die zullen hun heil elders in het gebied moeten zoeken en op de resten van de dode bomen groeit dan weer iets nieuws.’’

loading

Op de kluiten groeien jonge bomen

Even verderop heeft een storm met uiterste precisie huisgehouden. Als reusachtige dominostenen liggen de bomen in een smalle strook over elkaar heen. Letterlijk uit de grond gerukt. Met kluiten als sculpturen van meer dan 2 meter hoog. ,,Die ruimen we ook niet op, want hier gebeurt van alles. Op de kluiten groeien jonge bomen. Berken en kleine fijnsparren. Op de plekken waar de wortels de bodem ingingen, zijn laagtes ontstaan die zich hebben gevuld met water. Op die natte plekken komt spontaan dopheide op.’’

Pot: ,,Weet je wat ook zo leuk is aan zo’n mikado van over elkaar heen liggende stammen? Op die manier ontstaan er hokjes waar reeën niet komen. Ze willen een goed overzicht houden om te allen tijde te kunnen vluchten. Daarom zie je in die afgeschermde hokjes allerlei vegetaties opkomen die normaal gesproken door reeën zouden worden opgegeten.’’

Plekken met veel dood hout doen soms eerder denken aan een bomenkerkhof dan aan een bos. Pot: ,,Sommige mensen, vooral de oudere, vinden het rommelig. Van anderen horen we juist vaak: ‘Jeetje, het lijkt wel buitenland’. Ja, het is anders, minder geordend.’’

loading

Een kraanvogel!

Het is bijna niet voor te stellen, maar in een aanpalend bos met eiken en lindes werd in vroeger jaren tarwe geoogst. Juist als Van Oossanen wil vertellen over de bijzondere functie van de lindes tussen de eiken, springt Pot een gat in de lucht: ,,Een kraanvogel!’’ De indringende sirene is niet te missen. ,,Sinds m’n twaalfde ben ik vogelaar. Toen las ik verhalen over kraanvogels en zeearenden die leefden in de ongerepte natuur in verre landen. Niet in Nederland. En nu zijn ze hier. Fantastisch. Hoewel deze vogels uitbundig laten horen dat ze er zijn, gedijen ze het best in rustige gebieden zonder al te veel verstoringen.’’

Om eraan toe te voegen: ,,Sorry Lysander, ga gerust verder.’’ Waarmee? O ja, de lindes. ,,Tussen de eiken werken lindes als een soort motortje. Eikenbladeren zijn zuur, die van lindes verteren makkelijker en zorgen voor een rijker bodemleven. Rondom de lindes zie je allemaal woelgaten. Hier zoeken dassen en andere dieren naar wormen.’’

Een laaggelegen gedeelte is door het smeltwater veranderd in plas-dras. In het midden een kleine open plek. ,,Hier kwamen vijf brede zandpaden bij elkaar. Het was echt een druk kruispunt in het bos.’’ Van Oossanen wijst in verschillende windrichtingen. Met enige fantasie zijn de contouren van de vroegere paden nog uit te tekenen. Ze zijn nu bijna dichtgegroeid. Maar geen verboden terrein voor wandelaars. ,,Voor mensen die eens wat anders willen. Wat avontuurlijker. Eén persoon, die geregeld het zelfde rondje loopt, kan een pad al openhouden.’’

Mountainbikers zien er wellicht ook een uitdaging in. Pot kijkt wat moeilijk: ,,Die hebben we hier liever niet. Dit zijn echt paadjes voor rustzoekers. Het is echt niet zo dat we mensen willen weren uit het Drents Friese Wold. Meer aan de randen van het gebied zijn iets van 25 verschillende wandelroutes die berekend zijn op grotere aantallen mensen. En we hebben ook mountainbikeroutes. Uitdagende routes, die hooglijk worden gewaardeerd. Heb het zelf ook eens geprobeerd, maar voor mij zijn ze iets te uitdagend.’’

Over wildernis gesproken, een Serengeti zal het Drents Friese Wold nooit worden. Maar de overgang van productiebos naar een meer afwisselend en natuurlijker ogend bos is al duidelijk te zien. Staat hierdoor ook de deur open voor groot wild, zoals wolven en herten? Pot: ,,Met een oppervlak van ongeveer 8000 hectare is het Drents Friese Wold eigenlijk te klein voor een roedel wolven. Deze dieren hebben een territorium nodig van minstens 30.000 hectare. In samenhang met het omliggende gebied is het best mogelijk. Er is hier voldoende voedsel.’’

En herten? Heerenveen, waar damherten huizen, is bepaald niet het einde van de wereld. Van Oossanen lacht: ,,Dat geldt ook voor herten. Die zijn al dichterbij dan menigeen denkt.’’

loading

Getuigen zijn van de veranderingen

Ook in het Drents Friese Wold staan ze: rasters. Uiting van menselijke regeldrift, bepaald niet ‘wild’ en een doorn in het oog van menig bezoeker. Maar noodzakelijk, stelt Pot. ,,Deze afrasteringen zijn niet bedoeld om mensen buiten te houden, maar om grazers, zoals runderen en in bepaalde tijden van het jaar ook schapen, binnen te houden.’’ Hardop denkend: ,,Het zou mooi zijn als op termijn wilde grote grazers de open plekken openhouden. Ja, herten en wellicht ook wisenten.’’

Pot en Van Oossanen praten graag over hun werk. Met enige regelmaat trekken ze met kleine groepjes de prille wildernis in. ,,Ieder mens heeft wel iets met de natuur. Al is het maar een herinnering uit de kindertijd. Geweldig als dat laatje weer wordt opengetrokken. En als mensen weten waar ze op moeten letten en hoe ze moeten kijken, dan blijven ze dat doen. Ook als wij er niet bij zijn.’’

De boswachters werken aan iets waarvan ze de voltooiing nooit zullen meemaken. Een eikenbos begint na een jaar of honderd pas goed vorm en inhoud te krijgen. Eigenlijk is het nooit ‘af’. Pot: ,,Naar buiten toe is dat wel eens lastig uit te leggen. Recreatieondernemers hebben nú een bedrijf, gasten hebben nú vakantie. En dus willen mensen nú resultaat zien, maar zo werkt het niet. Maar we kunnen ondertussen wel met z’n allen getuigen zijn van de veranderingen. Dat is toch geweldig.’’

Ook Van Oossanen ligt er niet wakker van dat er nooit een dag komt waarop hij kan zeggen: het is klaar. ,,Nee, dat is niet frustrerend. Dat weet je en neem je voor lief. Maar als ik hier ooit met m’n kleinkinderen rondloop, weet ik één ding zeker. Dan denk ik: wat is het hier mooi en afwisselend. Een gebied waar alles en iedereen, mens, dier en flora, een plek heeft.’’

loading

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe