De initiatiefnemers: tekstschrijver Harm Dijkstra, componist Jan Kruimink en productieleider Gerrit Hegen.

Drents muziektheaterspektakel: 'Laat Thunaers toorn maar komen'

De initiatiefnemers: tekstschrijver Harm Dijkstra, componist Jan Kruimink en productieleider Gerrit Hegen. Foto Jan Zeeman

Een koor van honderd man. Een 60-koppig orkest, 120 spelers, 6 paarden, 1 Belg, 65 schapen, 1 gecastreerde ram, 1 hond, 1 herder en vele, vele witte wieven. Ze zullen zich in september op landgoed De Klencke aan den volke vertonen, tijdens het Drents muziektheaterspektakel De Toorn van Thunaer . Een gesprek op het veld.

De koeien zijn er net uit. De twee weilanden achter boerderij Tolhoes op havezate De Klenkcke zijn leeg, het riet in de Boksloot suist in de wind. Niets in deze pastorale wijst op wat hier van 4 tot en met 8 september staat te gebeuren: de opvoering van De Toorn van Thunaer , een muziektheaterstuk waaraan de bewoners van Sleen, Oosterhesselen en Zweeloo met man/vrouw, macht en onstuitbaar enthousiasme hebben gewerkt.

Hier zaten tekstschrijver Harm Dijkstra, componist Jan Kruimink en productieleider Gerrit Hegen, de initiatiefnemers, dinsdag nog tot laat in de avond op de brug bij de Mosterddijk; pratend en wijzend met het schijnsel van hun zaklantaarns. Daar de muziektent voor fanfare Excelsior. Daar, bij de bosrand, de kudde. En dan daar de tribune voor 650 man. Toch? Of daar?

Ze staarden in de schemering over het lege veld. En verkneukelden zich. Wat een project! Verduld nog aan toe!

Kippenvel

Wat vijf jaar geleden nog niet eens een gedachte was, alleen een voornemen om iets samen te maken, wordt over een kleine maand werkelijkheid. De Toorn van Thunaer wordt opgevoerd; een muziektheaterstuk gebaseerd op de geschiedenis van deze streek. Op historische feiten, maar ook op sagen en legenden uit de 15de eeuw.

Want dit is oud land. Op havezate De Klencke, waar rietgedekte boerderijen en beuken in verzameling bijeen staan, is de geschiedenis bijna tastbaar. In deze streek rondom de oude Heirweg, die van Coevorden naar Groningen loopt, stikt het van de mythische verhalen, overgeleverd van generatie op generatie en of ze allemaal waar zijn, je weet het niet, maar je moet ze vooral niet doodchecken.

Waren er roofridders? Vast. Trokken de bewoners van Sleen de toren echt los van de kerk? Misschien. „Het is vooral een verhaal over saamhorigheid en eendracht maakt macht”, zegt Dijkstra. „Want wij Drenten zijn geen vechters. Maar als we de koppen bij mekaar steken, komt ’t goed.”

Met die koppen bij mekaar kwam het goed. Het leek wel alsof iedereen in Sleen, Oosterhesselen en Zweeloo popelend had zitten wachten op machtig mooie eendracht, zo groot was de belangstelling voor deelname. „Begin vorig jaar deden we de presentatie”, zegt Hegen. „We hadden het goed voor elkaar, een mooie powerpointpresentatie, we hadden ook al wat toezeggingen van verschillende financiers, en na afloop gingen de mensen knikkend naar huis: Dat leek hen wel wat.”

Het toch al bloeiende verenigingsleven nam een groeispurt. Fanfare Excelsior meldde zich. Zangvereniging Sleen en vrouwenpopkoor Sounds for You. Mannenkoor HEM (Hesseler Eerste Mannenkoor). De Loozangers uit Zweeloo. Toneelvereniging Jan Naarding uit Oosterhesselen. De aanmeldingen stroomden binnen, ook van mensen die niet bij een club zaten. „Sommigen zeiden: ‘Wij willen alleen toneel en niet zingen”, zegt Kruimink. „Maar dan zei ik: ‘Ach, als je er toch bent, zing dan even een liedje mee. Nu hebben we een koor van honderd man.”

„En práchtig”, zegt Dijkstra. „Als je dat allemaal samen hoort zingen. Kippenvel.”

Repeteren

Een jaar lang is er intensief gerepeteerd. Marieke Meijerink, die de jonkvrouwe speelt, is in een ander leven zangeres bij de band The Lazy Diamonds. Ze nam een paar lessen bij zangcoach Janet Emmelkamp, want vijf avonden lang zingen in een musical vereist techniek. „Ik heb er heel veel aan gehad. Ze kreeg tonen uit mij die ik nog nooit eerder had gehoord.” (Tekst gaat verder onder de foto)

Haar teksten heeft ze inmiddels wel onder de knie. Stampen deed ze in de auto. „Ik had de tekst van de scenes ingesproken op mijn telefoon en mijn eigen teksten weggelaten. Dus die sprak ik dan in. Zo beleefde ik allerlei middeleeuwse avonturen op de snelweg. De mensen moesten eens weten.”

Ook Dolf Vink, die een van de monniken speelt, heeft zijn partijen wel staan. „Ik hoef niet te spelen, ik zing alleen. Jan Kruimink heeft een paar prachtige Gregoriaanse nummers geschreven.”

Repeteren deed hij thuis, bij de computer. „Onze dirigent Jos Pijnappel had ervoor gezorgd dat alle partijen op de site stonden: de sopranen, bassen, tenoren en alten apart maar ook in gezamenlijkheid, zo kon je thuis alles instuderen. Het stuk zit er nu in grote lijnen in. Maar er zijn heel veel mensen, dus je moet precies weten op welk moment je waar moet zijn. Kwestie van goed timen. Een hollende monnik is geen gezicht.”

Ook Marco Borkes doet mee, maar hij zal spelen noch zingen. Alleen lopen, naast zijn schaapskudde, samen met vijf andere collega’s. De schaapskooi van Benneveld zegde een jaar geleden zijn medewerking toe. Sinds een jaar zijn ze er aan het voorbereiden. Want een schaapskudde loopt zomaar niet over een veld. Borkes: „We hebben ervoor gezorgd dat het lammerenseizoen eerder zou vallen, zodat alle dieren mee konden lopen. Een van de spelers, Geert Garming, loopt verkleed als herder voorop. Hij is nauw betrokken geweest bij de voorbereidingen, zo was hij er tijdens het scheren en de vaccinaties tegen Q-koorts. Die verbinding en dat saamhorigheidsgevoel vinden we heel belangrijk.”

Dit weekend verhuizen de schapen naar een speciaal voor hen afgesloten stuk op het speelveld, om alvast een beetje te wennen. De kudde bestaat uit zeventig ooien en een hamel, een je-weet-welram dus, die voorop zal lopen met een bel om: de belhamel. De Schotse bordercollie River zal zoals gewoonlijk de boel bij mekaar houden.

Een hollende monnik is geen gezicht

Gestructureerd

Achter de schermen is keihard gewerkt. Pianist Tjakko van Schie ontfermde zich over de zangrepetities. „We zijn nu bezig zang en spel aan elkaar te koppelen. De tekst is heel belangrijk, dus als er een straks een toontje niet op zijn plek valt, is dat niet erg.”

Alle 160 kostuums voor de 100 spelers zijn met de hand gemaakt door 12 vrouwen achter hun naaimachines. Dit onder de bezielende leiding van kledingcoördinator Robert Braam, die de kledingstijl eerst grondig bestudeerde. „Je ziet wel eens kleren uit de zestiende eeuw in een stuk dat speelt in 1200. Gruwelijk.”

Een paar vrouwen zijn bedreven in het tekenen van de naaipatronen. „Iedereen nam de patronen mee naar huis en dan maakten we afspraken: over drie weken negen broeken klaar. Alles moest heel gestructureerd: eerst de mutsjes en schorten, dan de herenbroeken enzovoort. Anders verlies je het overzicht.”

Aan de oproep om stoffen te doneren werd zo massaal gehoor gegeven dat er bijna niets gekocht hoefde te worden. „Ik verwacht wel dat iemand op de tribune straks zal roepen: ‘Kijk, daar gaan m’n gordijnen!”

Voorpret

Voor het Tolhoes, dat straks een metamorfose zal ondergaan, stopt een auto. Jeroen Rienties, alias troubadour Quintus Querido stapt uit. Niet om in een lied uit te barsten – hij zou het kunnen, zang was zijn hoofdvak op het conservatorium – maar gewoon, om zijn moeder het speelveld te laten zien. Veel spelers gaan af en toe even kijken op het veld. Stukje voorpret. (Tekst gaat verder onder het kader)

Rienties is net terug van paardrijdles. Hij moet straks op paard Harry het terrein op galopperen en dan is het wel handig als je in het zadel blijft. „Ik vind het heel leuk!”, zegt hij stralend. „Paardrijden. Ik had het al veel eerder willen doen en ik ga er denk ik mee door.”

De rol van troubadour is hem op het lijf geschreven, zegt hij. „Alleen moest ik even zoeken naar het Pruisische accent dat hij heeft. Maar ik had al snel door: gewoon plat praot’n met een Duitse tongval. Het gaat allemaal heel natuurlijk.”

Saamhorigheid en enthousiasme, het wij boven het ik; je hoort wel verzuchten dat dit soort vanzelfsprekende collectiviteit uit de samenleving is gesijpeld. Maar hier is het springlevend.

Marieke Meijerink: „Die eerste kostuumrepetitie voor de zomer was zo ontzettend gaaf. Ik wilde niet ophouden. Ik wilde door. En toen moesten we met vakantie!”

„Het is een feestje om te doen. Komt door de organisatoren”, zegt Robert Braam. „Die geven heel veel energie. Dan wil je dat het perfect wordt. En dat wordt het.”

Harm Dijkstra: „We willen allemaal alleen maar iets moois maken.”

Laat Thunaers toorn dus maar komen. Verduld nog aan toe.

 

De Toorn van Thunaer wordt uitgevoerd op landgoed De Klencke. Er zijn vijf uitvoeringen op 4 tot en met 8 september. Zie ook: toornvanthunaer.nl.  

menu