Drentse auteur wil excuses voor Nederlandse reactie op Kristallnacht (en biedt petitie aan in Den Haag)

Auteur Klaas de Jong uit Vledderveen vindt dat Nederland excuses moet aanbieden aan de joodse gemeenschap voor de passieve houding na de Kristallnacht in 1938. Foto: Roel Kleine.

Klaas de Jong uit Vledderveen, auteur van het boek Kristallnacht en kamp Westerbork , overhandigt dinsdagmiddag een petitie aan de vaste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken. Daarin roept hij de regering op excuses aan te bieden aan de joodse gemeenschap voor de Nederlandse reactie in 1938 op de stroom van joodse vluchtelingen na de Kristallnacht.

Tegelijkertijd vraagt De Jong zich af of waarschuwen voor het opkomend antisemitisme wel geloofwaardig is ‘zonder excuses aan de joodse gemeenschap voor ons gedrag in de periode van 1935 tot mei 1940’.

‘Geen aandacht voor rol Nederlandse overheid’

Met de aanbieding van de petitie bracht De Jong ook zijn vorig jaar verschenen boek over de Kristallnacht onder de aandacht. Daarin beschrijft de Drentse auteur de gebeurtenissen in Duitsland en Oostenrijk in de nacht van 9 op 10 november 1938, toen Hitlers knokploegen meer dan 1000 synagogen in brand staken en 30.000 joden werden opgesloten in concentratiekampen. ,,Deze Reichspogrom herdenken we in Amsterdam en enkele andere steden”, stelt De Jong. ,,Maar aan de rol van de Nederlandse overheid in 1938 besteden we geen aandacht”.

Opsluiting in concentratiekamp valt niet onder definitie ‘levensgevaar’

De Jong schetst in zijn boek hoe de Nederlandse overheid al eerder in 1938 de grenzen sloot voor joodse vluchtelingen. Na de Kristallnacht werd de grensbewaking nog versterkt door het inzetten van legereenheden. Toenmalig minister van Justitie Goseling was van mening dat opsluiting in een Duits concentratiekamp niet onder de definitie van ‘levensgevaar’ viel. Burgemeester Verbeek van Dinxperlo dacht daar anders over. Hij gaf verblijfsvergunningen aan Joden en werd daarom tijdens de kerst 1938 oneervol ontslagen.

Barakkenkamp voor vluchtelingen kwam in Westerbork

Volgens de auteur besloot het kabinet Colijn destijds onder publieke druk om een barakkenkamp te bouwen voor hooguit 2500 vluchtelingen. ,,Financieel was dat geen probleem, want de joodse gemeenschap moest voor de kosten opdraaien”, stelt hij met een tikje cynisme. Het Centraal Vluchtelingenkamp werd in 1939 in Westerbork gebouwd, toen de Duitsers Polen al hadden geannexeerd.

‘Ze komen nooit over de Waterlinie’

Op 6 mei 1940, vier dagen voordat de Duitsers binnenvielen, werd Perla Keller vanuit Den Haag door de marechaussee nog overgebracht naar Westerbork. Ze was in de kerst van 1938 illegaal de grens overgestoken en had bij familie in Den Haag onderdak gevonden. Op Kellers vraag of het wel verstandig was om zo dichtbij de Duitse grens te zitten antwoordde de marechaussee: ,,Mevrouwtje, maakt u zich niet druk. Ze komen nooit over de Waterlinie.”

‘Wat niet in de kranten stond, was het zwijgen’

De Jong stelt dat zijn boek veel van dergelijke schrijnende gebeurtenissen bevat. ,,Maar wat niet in de kranten stond, was het zwijgen. Nederland protesteerde niet na de Kristallnacht en ook niet in 1935 na invoering van de Neurenberger Rassenwetten. Het boek Mein Kampf was vrij verkrijgbaar in onze boekwinkels en er werden meerdere malen boetes gegeven voor het beledigen van de auteur, ons bevriende staatshoofd Hitler.’’

Hij vindt het hoog tijd dat hier tachtig jaar na dato verandering in komt. ,,Wat dat betreft ben ik blij dat de Kamercommissie me heeft uitgenodigd. Ik hoop dat ze mijn verzoek serieus nemen.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe