Taalles op een basisschool in Dalerveen.

Scholen in Drenthe scoren goed, maar er zijn grote verschillen

Taalles op een basisschool in Dalerveen. Foto: Jan Anninga

De taal- en rekenvaardigheid van Drentse kinderen loopt weinig uit de pas met die van hun leeftijdgenootjes elders in het land. Wel gaan iets minder Drentse kinderen naar havo en vwo en zijn er enorme verschillen tussen Drentse gemeenten.

Dit blijkt uit de jaarlijkse onderwijsmonitor van Trendbureau Drenthe in Assen. In de gemeente Noordenveld is volgens de onderzoekers geen enkele school te vinden die de inspectienorm niet haalt. In Borger Odoorn, de slechtst scorende gemeente, haalt 19 procent van de scholen de inspectienorm niet. Het gaat hierbij om het minimale niveau voor wat kinderen moeten kennen en kunnen als het gaat om taal en rekenen.

loading

Mariet Thalens heeft geen verklaring voor het grote verschil tussen de Drentse gemeenten. „Bij de normen van de inspectie wordt al rekening gehouden met de verschillen in opleidingsniveau van de bevolking in een bepaald gebied. Dus het is niet te verklaren uit het gegeven dat er in dorpen als Roden en Peize veel hoogopgeleide forensen uit de stad Groningen wonen.”

Zorgen in Borger-Odoorn

Voor onderwijswethouder Albert Trip van Borger-Odoorn zijn de cijfers zeker een punt van zorg. ,, We willen de kinderen de kansen bieden die ze verdienen. We steken daarom veel energie in verbeteringen.”

De cijfers verrassen Trip niet. ,,Vooral in het veenkoloniale deel van deze gemeente blijven de prestaties achter, waardoor we binnen Drenthe altijd een beetje onder aan dit soort lijstjes bungelen.” De wethouder wijst daarbij op de lage sociaaleconomische status van het gebied, waar armoede, laaggeletterdheid en sociale problemen meer voorkomen. ,,Het effect hiervan zie je terug in de resultaten van de kinderen.”

Borger-Odoorn bestrijdt de leerachterstanden onder meer met een programma waarbij jongeren van hun 2de tot hun 6de extra aandacht krijgen voor taal en rekenen. ,,Afgelopen zomer hebben we het aantal uren voor dit wekelijkse programma opgekrikt van acht naar zestien.”

Een tweede punt van aandacht is het meer betrekken van de ouders. ,,Soms geven ouders hun kinderen niet op voor dit soort programma’s, omdat bijvoorbeeld de kinderopvang te ver weg zou zijn. We proberen ze toch te overtuigen om vooral mee te doen.” Daarnaast worden ouders gestimuleerd om kinderen meer met taal in aanraking te laten komen. Door bijvoorbeeld meer voor te lezen.

Goede samenwerking in Noordenveld

Directeur Han Sijbring van Openbaar Primair Onderwijs Noordenveld weet niet precies waarom de scholen in zijn gemeente het zo goed doen. Wel roemt hij de goede samenwerking tussen de scholen, ook de christelijke. „We houden goed in de gaten waar problemen zijn en spelen daar op in. Daar hebben we verschillende programma’s voor. Ook bijvoorbeeld voor kinderen van statushouders, die de Nederlandse taal nog niet goed machtig zijn.”

De Drentse schoolkinderen scoren op rekenen en taal over het algemeen iets beter dan hun leeftijdgenootjes elders in het land, maar hun prestaties op dit vlak gaan de laatste jaren wel achteruit. Een boek lezen zien veel kinderen tegenwoordig als tijdverspilling, waardoor vaardigheden als begrijpend lezen achteruitgaan. Thalens: „We merken dat het vooral in groep 7 en 8 verslechtert. Een mogelijke verklaring is dat scholen in die groepen veel aandacht besteden aan technische zaken, zoals tekstanalyse. Arjan Lubach bracht al treffend onder woorden dat dit erg saai is voor kinderen. Scholen moeten toch meer aandacht besteden aan wat een tekst met een kind doet, wat ze er uit halen.”

Qua rekenen laten Drentse kinderen een gemengd beeld zien. Bijna een kwart van hen is heel goed in rekenen, landelijk geldt dat voor een vijfde. Maar 23 procent is juist slecht met cijfers, terwijl dat landelijk ook voor een vijfde geldt.

Van de Drentse kinderen gaat 14 procent naar het vwo, terwijl dat landelijk voor 18 procent geldt. Voor havo liggen beide percentages op 17. Volgens Thalens valt dit uit een samenspel van verschillende factoren te verklaren. „Elders in het land, vooral in grote steden als Amsterdam, hebben hoogopgeleide ouders hoge verwachtingen van hun kinderen en is sprake van overadvisering. In plattelandsregio’s is soms sprake van onderadvisering van het schoolniveau. Verder speelt mee dat je op het platteland soms wat verder moet reizen voor een havo- of vwo-school dan voor een vmbo-school.”

Ze erkent dat dit verschil niet zo erg hoeft te zijn: je kunt misschien beter een goede vmbo-leerling zijn dan een matige havist. „Ik denk dat Drentse scholen er goed aan doen voor hun eigen situatie te bekijken wat de verklaring kan zijn voor een verschil met de landelijke cijfers.”


menu