Een vaak voorkomend tafereel: boswachter Wenda Kloen legt de natuurregels uit aan bezoekers, in dit geval aan dochter Dana en hond Buddy die één en al oor zijn.

Oud & Nieuw(s): Grote toeloop op natuurgebieden tijdens intelligente lockdown: bos, heide en essen blijken ideale uitlaatklep

Een vaak voorkomend tafereel: boswachter Wenda Kloen legt de natuurregels uit aan bezoekers, in dit geval aan dochter Dana en hond Buddy die één en al oor zijn. Foto: Jan Anninga

Dagblad van het Noorden blikt traditiegetrouw terug op het afgelopen jaar. Vandaag maart. En dan kunnen we niet meer om corona heen. Met de vaart van vallende dominosteentjes gaat de wereld op slot. Wat nog wel kan: de natuur in. En dat doen we massaal.

In maart van dit jaar maakt Nederland kennis met een nieuw fenomeen: de intelligente lockdown. Afstand houden, handen wassen en ontsmetten tot ze schraal zijn, thuis werken, minder openbaar vervoer (want alleen reizen als het noodzakelijk is), sommige winkels sluiten uit eigen beweging en die wel openblijven, brengen looproutes aan. Mondkapjes waren toen nog niet zinvol.

De lichte paniek leidt tot hamstergedrag. Vooral wc-papier, houdbaar eten en ontsmettingsmiddelen. Blijf thuis! Dus ook thuiswerken en niet meer samen sporten. Woonkamers veranderen in werkplekken slash kinderopvangcentra slash klaslokalen. Kinderen jengelen, ouders worden langzaam gek. Help!

Natuur als ideale uitlaatklep

Drenthe is gezegend met een flinke portie natuur. Bos, heide, mooie essen. De ideale uitlaatklep, zo blijkt. Wandelen, fietsen, hardlopen, paardrijden, (motor)crossen. De Drentse natuur is hot. Iedereen wil er zijn. Stoom afblazen, het hoofd leegmaken. Ruimte! Ook mensen, die anders niet snel zijn te porren voor een wandeling, laten zich zien (en horen wanneer ze een boa tegen het lijf lopen die zegt dat de hond aan de lijn moet).

De nieuwkomers kennen de regels niet. In een geregeld land als Nederland is ook het bezoek aan het bos aan regels gebonden. Boswachters en boa’s praten hun kelen schor met telkens dezelfde boodschap: hond aan de riem, rotzooi mee naar huis nemen en vóór vertrek naar de wc gaan.

Net als al haar collega’s heeft ook Wenda Kloen, boswachter van Staatsbosbeheer in Emmen en Schoonoord, een druk jaar achter de rug. Altijd het gesprek aangaan met mensen die dingen doen (of laten) die niet door de beugel kunnen. Want ze is en blijft gastvrouw. ,,Het was merkbaar stukken drukker in de natuur, maar laat ik voorop stellen dat wij dat hartstikke fijn vinden. Het is geweldig dat Drenthe zoveel plekken telt waar mensen heerlijk op adem kunnen komen en onthaasten.’’

‘Neem een zakje mee voor de rommel’

Maar dan komt de ‘maar’: ,,Mensen vergeten wel eens dat de horeca in en rond natuurgebieden ook dicht is. En de toiletten dus ook. Het gevolg is dat we overal tissues, toiletpapier en andere viezigheid tegenkomen. Kijk maar’’, zegt Kloen wijzend naar een leeg sigarettenpakje in het Kibbelveen, een natuurgebied bij Schoonoord. ,,Neem gewoon een zakje mee en stop daar je rommel in. Kleine moeite.’’ Lachend: ,,Nog beter: neem een prikstok mee en combineer het wandelen met opruimen.’’

Dit is dan nog de categorie klein leed. Hoewel: ,,Mensen realiseren zich niet hoe lang het duurt voordat een stukje wc-papier is verteerd. En dan zijn er ook nog de blikjes en plastic flesjes, die helemaal niet verteren. En afval trekt afval aan. Gooit iemand iets weg, dan is het voor de volgende een stuk makkelijker het ook te doen. Daarom zijn wij erg terughoudend met het plaatsen van afvalbakken. Als die vol zijn, leggen mensen hun rommel er gerust naast. Voordat je het weet is het een dikke bende.’’

Als iedereen de stilte van de natuur opzoekt om de zinnen te verzetten, kan het wel eens druk worden. ,,Zaterdag en zondag tussen elf uur ‘s morgens en drie uur ‘s middags zijn in bepaalde gebieden steevast de piekuren. Dan zijn de parkeerplaatsen vol en lopen mensen in file door het bos. Dan denk ik: als de ene parkeerplaats vol is, rij je door naar de volgende. Kom je ook nog eens in een ander gebied. Parkeer vooral je auto niet in de berm. Hulpdiensten moeten te allen tijde op de juiste plek kunnen komen. Veiligheid staat voorop.’’

‘Die gasten kijken nergens naar’

Voordat Kloen ook maar iets heeft kunnen zeggen, gaat haar telefoon. Een buurtbewoner meldt de aanwezigheid van motorcrossers. Ze zucht: ,,Ook dat gebeurt de laatste tijd veel vaker. Ik begrijp het niet, want de crossbanen zijn gewoon open. Het kan en mag niet zo zijn dat scheuren op de motor in het bos de nieuwe norm is. Die gasten kijken werkelijk nergens naar. Hebben geen oog voor de omgeving en evenmin voor andere gebruikers. Ze vernielen en verstoren de natuur en maken mensen bang. Laatst kwam ik nog een ruiter tegen, die als de dood was dat haar paard op hol zou slaan. Maar de crossers zijn zo snel en wendbaar, dat ze heel moeilijk zijn te pakken.’’

In de Emmerdennen trof Kloen in het begin van de coronacrisis al eens een complete keuken aan. ,,Veel mensen, die thuis kwamen te zitten, sloegen aan het klussen. Oude keuken eruit, nieuwe erin en de oude dumpen in de natuur. Als je geld hebt voor een nieuwe keuken, heb je ook geld om de oude fatsoenlijk af te voeren. Zo niet, dan moet je er niet aan beginnen. Wat dat betreft ben ik blij dat de bouwcentra nu zijn gesloten. Ik mag echt hopen dat Nederland even klaar is met klussen, want met de afvaldumpingen liep het echt de spuigaten uit.’’

Het lijkt wel of sommige mensen niet genoeg hebben aan ontspanning in de natuur om corona, en dan met name de beperkende maatregelen, aan te kunnen. De lontjes worden korter. Op filmpjes is te zien dat motorcrossers (in Brabant) agressief reageren als iemand iets van hun aanwezigheid zegt. Dichter bij huis gaf een man afgelopen zondag in het Balloërveld zijn hond het commando de hond van schaapherderin Marianne Duinkerken aan te vallen. En maken mensen het zo bont, dat boa’s bonnen gaan uitschrijven, krijgen zij ook in Drenthe de wind van voren.

‘Speciale losloopgebieden voor honden’

Kloen: ,,Ook loslopende honden verstoren de natuur. Daarom hebben we speciale losloopgebieden. Maar het ligt nooit aan de eigen hond, horen we dan, want die luistert zo goed. Maar het kan gewoon niet in gebieden met kwetsbare flora en fauna en bovendien zijn lang niet alle bezoekers gediend van loslopende honden. En de natuur is voor iedereen.’’

De toegenomen drukte zorgt ook voor agressie in de Drentse natuur, maar het blijft volgens Kloen nog redelijk binnen de perken. ,,Ik ben zelf geen boa, maar van m’n collega’s hoor ik dat het nog wel is te doen. Wij gaan ook altijd eerst het gesprek aan en leggen uit waarom iets niet kan. De meeste mensen begrijpen het dan wel. Sommigen niet. En als het ergens uit de hand loopt, maken we posters of zetten we een extra bord neer om de regels nog eens duidelijk te maken. Het gaat om fatsoen en respect, voor elkaar en voor de omgeving. En ja, het scheelt wellicht ook dat onze boa’s zijn bewapend met knuppel en pepperspray.’’

Omdat corona nog niet de wereld uit is, zal de natuur nog wel even dienen als uitlaatklep. Kloen: ,,Nee, ik zie niet op tegen 2021. Ik merk ook dat mensen zich realiseren dat natuur een groot goed is, dat we moeten koesteren en beschermen. Aan de ene kant gebeuren dingen, die niet door de beugel kunnen, maar aan de andere kant groeit ook de betrokkenheid. Dat is mooi.’’

menu