Een van de Dutchbatters bij de moslimvluchtelingen tijdens de val van Srebrenica in 1995.

Dutchbat lll: onderzoek naar zorg Srebrenica-veteranen had dieper gekund

Een van de Dutchbatters bij de moslimvluchtelingen tijdens de val van Srebrenica in 1995. Foto: DVHN/Archief

Dutchbatters zijn blij met aanbevelingen in het onderzoek naar de zorg aan veteranen die de val van Srebrenica meemaakten. ,,Maar het onderzoek had wel een spade dieper gemogen”, zegt Gerry Kremer uit Vries.

Kremer maakt als legerarts de val van de moslimenclave Srebrenica in juli 1995 mee. Hij zat in de begeleidingscommissie die ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum adviseerde bij de samenstelling van het maandag gepresenteerde onderzoeksrapport Focus op Dutchbat III, onderzoek naar het welzijn van Dutchbat III-veteranen en de behoefte aan zorg, erkenning en waardering .

Een van de aanbevelingen van de begeleidingscommissie is dat Defensie een gebaar moet maken naar de Dutchbat lll-veteranen: het afleggen van een verklaring waarin wordt gesteld dat zijn geen schuld hebben aan de val van Srebrenica én een symbolisch bedrag van 5000 euro voor alle veteranen of hun nabestaanden.

Gelegerd in Assen

Dutchbat lll was gelegerd in Assen en veel van deze militairen komen uit de provincies Groningen en Drenthe. Ze maakten de dramatische val van Srebrenica mee, waarna Bosnische-Serviërs onder leiding van generaal Ratko Mladic zo’n 8000 vluchtende moslimmannen vermoordden.

De missie in 1995 heeft bij de Dutchbat III-veteranen diepe sporen nagelaten. Uit Focus op Dutchbat III blijkt dat 25 procent van de veteranen, 25 jaar na de val, nog hinder ondervindt van de uitzending en zorg nodig heeft. Voormalige legerarts Kremer had graag gezien dat er meer cijfers naar voren waren gekomen. ,,Ik weet dat een aantal Dutchbatters zelfmoord heeft gepleegd, maar hoeveel zijn dat er? Hoeveel Dutchbatters zijn werkloos geraakt of hoeveel relaties zijn gesneuveld door de uitzending naar Srebrenica. Sommigen zijn aan de drank of drugs geraakt.”

Suïcides

Hoogleraar Miranda Olff, hoofdonderzoeker van ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum, zegt dat het aantal suïcides geen deel uitmaakte van het welzijnsonderzoek onder de Dutchbatters. Van de 763 Dutchbatters die zijn benaderd hebben er 430 meegedaan aan het onderzoek. Gerry Kremer: ,,Dat is voor onderzoekers een hoge respons, maar het betekent wel dat 330 niet gehoord zijn. Hoe gaat het men hen? Hebben ze niet meegedaan omdat ze in de problemen zitten of het vertrouwen in Defensie hebben verloren. Die mensen zou je ook moeten helpen.”

Sommige Dutchbat lll-militairen keren zich af van zorg, omdat Defensie in hun ogen niet of onvoldoende voor hen is gaan staan. Deze zorgmijders moeten alsnog bereikt worden, vindt de begeleidingscommissie. Ook komt het voor dat veteranen wel hulp willen, maar die niet krijgen. Soms duurt het wel vijf jaar na het ontstaan van de eerste klachten dat er contact is met hulpverleners.

Brief aan alle Dutchbatters en terugkeerreis

Defensie moet daarom alle Dutchbat III-veteranen en hun thuisfront een brief sturen waarin wordt gevraagd contact op te nemen met het Veteranenloket, zo luidt een andere aanbeveling uit het onderzoek. Ook zou Defensie een terugkeerreis naar Srebrenica moeten organiseren voor Dutchbat III-veteranen en hun naasten om hun ervaringen beter te kunnen verwerken.

De militairen van Dutchtbat lll kregen na thuiskomt een lading kritiek over zich uitgestort. Ze werden aangewezen als daders of schuldig bevonden aan de moorden op de moslimmannen. ,,Onjuiste beeldvorming in de jaren na de missie hebben bijgedragen aan onvoldoende gevoelde steun en erkenning. Nagenoeg het onmogelijke van hen is gevraagd”, aldus het onderzoek. De militairen zijn op een onmogelijke missie gestuurd en kwamen in Srebrenica door gebrek aan wapens, brandstof en voedsel in grote problemen, waarbij ze ook nog in de steek zijn gelaten door NAVO-bondgenoten die luchtsteun weigerden toen de Bosnische-Serven de enclave omsingelden.

Te rooskleurige voorstelling van zaken

Regering en parlement moeten voortaan voorkomen dat bij besluitvorming over missies een te rooskleurige voorstelling van zaken wordt gegeven, staat verder in de aanbevelingen. Het gevaar bestaat dat de verwachtingen waarmee militairen worden uitgezonden, bij hen zelf, hun thuisfront en de samenleving, niet realistisch zijn.

menu