'Een levensgroot risico voor iconische beeld van koe in de wei'. LTO Nederland hekelt advies rond bodemdaling van veengronden

Een akkerbouwer voert in 2019 actie tegen de stikstofmaatregelen. Foto: Jan Zeeman / archiefbeeld

LTO Nederland is bezorgd over het kabinetsadvies van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) om bodemdaling van veengronden tegen te gaan. Volgens de belangenorganisatie van boeren vormt het ‘blauwdrukdenken’ van de raad ‘een levensgroot risico voor de koe in de wei’.

De Rli adviseert het kabinet de bodemdaling van veengrond flink af te remmen. Over tien jaar moet de jaarlijkse daling gehalveerd zijn, in 2050 zelfs 70 procent. Dat is nodig om bodemverzakking, en daarmee schade aan huizen, riolen en wegen, te voorkomen.

Dit heeft grote gevolgen voor boeren die gewassen verbouwen op veengrond, of koeien op veenweidegrond laten grazen. Zij moeten volgens de Rli hun bedrijfsvoering flink aanpassen. De rijksoverheid zou hen hiervoor financieel of op een andere manier moeten compenseren.

Reactie LTO

Volgens LTO Nederland is het te voorbarig om al percentages voor de gewenste bodemdaling vast te leggen, voordat bekend is wat de kosten zijn en wie ervoor opdraait. De organisatie ziet in dat investeren in onderzoek en dialoog noodzakelijk is. Ook noemt zij onderwaterdrainage als mogelijke oplossing.

Het verhogen van het grondwaterpeil, zoals de Rli voorstelt, is ondenkbaar: ,,Het veenweidegebied vernatten kan betekenen dat boeren niet meer mogelijk is, en dat we teruggaan naar een moeras. Dat is niet het juiste pad. Niet voor de boeren, niet voor Nederland’’, stelt de LTO.

De belangenbehartiger wil dan ook niet dat het kabinetsadvies één op één wordt overgenomen: ,,Het is helaas bekend waar de rekening terecht komt als er maatschappelijke ambities worden gesteld die de landbouw raken zonder van tevoren de kosten af te dekken: bij de boer. Een vage toezegging van steun is niet genoeg.’’


menu