Het was oudejaarsavond, het sneeuwde en er was bijna niemand op straat.

Een modern winterverhaal: Het meisje met de cannabisstokjes

Het was oudejaarsavond, het sneeuwde en er was bijna niemand op straat. Foto: Duncan Wijting.

Herman Sandman schreef ook dit jaar een winterverhaal. Niet speciaal voor de kerst, wel voor de donkere dagen. Hij verplaatste een van de bekendste sprookjes van Hans Christian Andersen naar de moderne tijd.

Een ijzige wind jaagt over het Prinsenplein. Het is oudejaarsavond. Helga zoekt haar weg in het centrum van het oude veenstadje. Ze gaat via Groenmarkt en Prinsenstraat naar het Kerkplein. Tegen beter weten in. De wereld zit in een vergrendeling vanwege een mysterieus virus. Cafés, restaurants en winkels zijn dicht en de straten leeg, maar ze hoopt op een verdwaald iemand. Een man of vrouw die wel toe is aan een wolkje nirvana en een cannabisstokje wil kopen.

Het vermoeide meisje slaat de poncho steviger om zich heen, maar kan bijna niet meer stoppen met rillen. Het lichaam is te verkleumd. Ze kijkt naar beneden, naar haar blote voeten, waarmee ze over de bevroren klinkers loopt. Och, had ze haar pantoffels nog maar.

Een dikke bie-em-wie

Uitgerekend deze dag, terwijl het voor eerst sinds jaren weer sneeuwde en echt vroor, raakte ze er een kwijt op de Prinsengracht. Al was het niet haar schuld. Ze kon net opzij springen toen een ‘dikke bie-em-wie’ langs haar scheurde en de linker pantoffel uitschoot. Helga wilde, amper van de schrik bekomen, het schoeisel weer om de voet doen, toen drie jongens om haar heen kwamen staan. Kinderen van goeden huize, kon ze niet nalaten te denken, met hun Stone Island-jassen en SuperDry-broeken.

Helga had jaloers naar de schoenen gekeken. Een had zelfs Nike Air Jordan 1. J. Balvin, het nieuwste van het nieuwste, de kleinste droeg Adidas yeezy boost 350 v2 zebra en de middelste Balenciaga Track Sneakers, schoeisel dat honderden euro’s per paar kostte. Ze dacht dat het drietal wilde helpen en vroeg of ze cannabisstokjes wilden kopen, maar de jongens begonnen te lachen.

Jonko’s en lachgas

,,Denk het niet sistah ’’, zei de grootste, ,,wij hebben jonko’s en lachgas. Daar bouwen wij een fissa mee. Wat zijn dat trouwens, cannabisstokjes? Iets nieuws?’’

Het meisje fleurde op. De jongens waren blijkbaar geïnteresseerd en hadden natuurlijk geld genoeg. ,,Jaja’’, begon ze gehaast, ,,uitvinding van mijn vader. Sinds een paar weken op de markt. Jullie kennen wierookstaafjes. Nou, dit is hetzelfde en dan met cannabis. Geen lucifers nodig. Je kunt ze overal op aanstrijken. Het ruikt naar buitenlands gras, ze zeggen dat het kanker geneest, je wordt er rustig van en het belangrijkste: je krijgt de meest fantastische gedach…’’

‘Cannabis? Ruikt naar zwavel’

De jongen met de Balenciaga’s griste een stokje uit haar handen en rook eraan: ,,…wie heeft je die bladienonsense verteld? Cannabis? Ruikt naar zwavel, bitchie .’’ Hij gooide het stokje op de grond, pakte een toeter van een sigaret uit zijn jaszak en hield hem haar voor: ,,Dit is pas dopeshit kech . Hiermee gaan wij ons spang voelen.’’

Helga hoopte nog steeds dat de jongens wat zouden kopen, maar ineens had de oudste de overgebleven pantoffel van haar voet gerukt en ging er een eindje verderop mee staan dansen.

,,Die heb jij niet meer nodig chickie . Op één pantoffel kun je niet lopen. Beter twee blote voeten dan één. Hij is zo groot en zacht, ik kan hem later als wieg gebruiken voor mijn bambini .’’

Een jongen met een fiets

Waarna hij wegrende, het Kerkplein over. Zijn twee matties stoven achter hem aan. Helga pakte het stokje weer van de grond en keek de jongens huilend na. Ze zag door de tranen dat de jongste even stilhield en omkeek, maar voelde dat ze niet meer kon. Ze had de hele dag lopen sjouwen, op zoek naar klanten en niks verkocht. Er was bijna niemand op straat. Alleen een jongen met een fiets aan de hand. Hij keek medelijdend naar haar, maar schudde het hoofd. Een ouder stel liep stuurs door, keek nauwelijks op en snauwde: ,, Gien belangstelling. Wie hebt al zoveule. ’’

Helga bezag haar voeten. De huid was wit en de nagels blauw. Het meisje had de hele dag nauwelijks iets gegeten, alleen twee plakjes brood met appelstroop als ontbijt. Ze keek verlangend naar de verlichte huizen, cafés en restaurants op het Kerkplein. De deuren van de horeca bleven besloten, maar binnen brandden lampen en kaarsen. Het zag er gezellig uit. In de woningen zaten wel mensen aan tafel en het rook naar gebraden gans. Ze wist hoe dat rook, want ze had het een keer bij haar grootmoeder gegeten. Dat was zo’n ongelooflijk lieve vrouw. De enige die aardig tegen haar deed. Ze was helaas al overleden en het meisje werd opnieuw verdrietig als ze eraan dacht. Oh, wat miste ze haar.

Schimmel, tocht en lekkerij

Het meisje dacht ook aan haar eigen huis in de oude wijk. Een woning van de woningcorporatie, met schimmel, tocht en lekkerij . Hoewel het er warm zou zijn kon ze nog niet terug. Pas als alles verkocht was. De stokjes waren inderdaad gemaakt door haar vader, een nieuw product van de wietplanten op zolder. Gemakkelijker te verkopen, meende hij. Al had ze naar huis gekund, ze wilde niet eens. Er was toch altijd ruzie. De moeder van Helga verdronk haar verdriet om het leven met sherry en haar vader, al jaren werkeloos, keek de hele dag in de jenever en sloeg zijn frustratie met zijn riem weg op vrouw en dochter.

Helga had geen vriendinnen. Een arm meisje uit een slecht gezin, daar zat niemand op te wachten. Ook Cobie en Willeke, waar ze eerst nog mee omging, hadden gelachen toen ze trots met een Nokia op school kwam, haar eerste mobieltje. Iedereen had een iPhone, Samsung, Sony of Apple en met zo’n antiek apparaat lag je er gewoon uit. De tegenwerping dat minister-president Mark Rutte er ook een had, maakte geen indruk.

,,Die homo’’, klonk het stoer. Sommigen wisten zelfs niet eens wie Rutte was.

Bubbel van licht

Het ging harder sneeuwen en de wind had vrij spel op het Kerkplein. Helga liep de smalle Weteringstraat in, waar het minder waaide. Het meisje kroop weg in een steegje tussen twee huizen en pakte een van de stokjes. Ze twijfelde of ze het durfde, maar de rechterhand streek het uiteinde al tegen de muur en met een ‘wwsssjjj…’ ontvlamde de cannabis.

Het rook inderdaad naar buitenlands gras. Belangrijker was echter dat het warm werd. Ze zat in een bubbel van licht, in een mooie kamer, voor een brandende palletkachel, maar net toen ze haar bevroren voeten vooruitstak werd het weer donker en zat ze met een opgebrand stokje in de hand. De kou was direct terug.

Een gezin aan tafel

Helga twijfelde. Cannabis was niet goedkoop, maar de warmte voelde zo lekker. Ze stak er nog een op, werd weer omgeven door licht en de muur van het huis naast haar bleek ineens doorzichtig. In de kamer zat een gezin aan tafel. Vader, moeder, jongen, meisje. Het zag er gezellig uit, een hagelwit tafelkleed, met daarop borden en kommen uit de Cosy & Trendy serviesreeks uit de Trentino-collectie en Jamie Oliver-wijnglazen.

Ze rook heerlijke geuren. Groentesoep met vermicelli en rundergehaktballetjes, rundertartaar, groene groenten, gekookte aardappeltjes en kalfsjus met mierikswortel, geroosterde bietjes en gemengde salade. In het midden een schaal met een grote gebraden gans. Tot haar verbazing sprong het dier plotseling op, waggelde met mes en vork in de rug van tafel en vloog op haar af.

Gebraden gans

Het meisje las veel en wist dat in de literatuur geen mus van het dak viel zonder dat het betekenis had, maar wat ze moest denken van een complete gebraden gans die op haar af kwam stekkeren? Geen idee. Ze hoopte dat de vogel aan zijn lot kon ontkomen, maar toen het beest vlakbij was, ging het tweede stokje uit en keek Helga weer naar een dichte muur.

Ze voelde de wind en de kou in het steegje en kon niet anders dan nog een stokje ontbranden. In het steegje tussen de huizen rook het inmiddels naar een heel buitenlands weiland, maar Helga wilde warm blijven.

Sprookjesachtig groen

En daar was de grootste en mooiste kerstboom ooit. Van een sprookjesachtig groen, met ontelbare lichtjes en kleurige kerstballen en slingers. Alles flikkerde en straalde en ze zag namaakdiertjes. Een roodborstje, een rendier, een haasje. Onder de boom lag wel een kapotgevallen musje en precies op het moment dat ze, helemaal in de ban van de illusie, een kerstkransje wilde pakken werd het weer donker en veranderden de lichtjes in sterretjes. Eentje verdween langs de donkere hemel richting het oosten en liet een streep van vuur achter zich.

O-oh, dacht Helga, er gaat iemand dood. Ze fluisterde het. Want dat was wat haar oma, naar wie ze toeging als het thuis niet meer ging, haar vertelde. ,,Als je een vallende ster ziet, gaat er een zieltje naar God.’’

Keukentje van oma

Het meisje dacht aan de gezelligheid bij oma. Ze woonde klein, in een oud schipperswoninkje in het centrum, waar inmiddels een luxe seniorenappartement stond, maar binnen rook het altijd naar gebakken brood. Het keukentje van oma leek op dat van een poppenhuis, met koperen pannen en een pruttelend koffiemachientje.

Oma had ook van die lekkere oude stoelen waar je heerlijk in wegzakte en heel veel boeken. Helga las graag de sprookjes van Hans Christian Andersen en ze kreeg dan warme chocomelk en cake met slagroom. Soms vertelde ze over thuis en haar grootmoeder luisterde en beloofde dat ze zou proberen te regelen dat haar kleindochter bij haar kon wonen. Maar net voor de laatste handtekening overleed ze.

Langs de sterren

Helga dacht zo sterk aan oma dat toen ze weer een stokje aanstak het gezicht van die lieverd zichtbaar werd. Ze stond voor haar, in haar dikke zwarte rok, haar vrolijke kersttrui, met een stralende glimlach en omdat ze het beeld wilde vasthouden, bleef ze cannabis afsteken en oma strekte een hand uit en nam het meisje mee, hoog de lucht in. Ze vlogen langs de sterren die plotseling dichtbij waren en grootmoeder en kleindochter straalden en gingen samen nog hoger, voorbij de nachtelijke hemel en nog verder, naar een plek waar het altijd licht en warm was en waar ze voor altijd bij elkaar konden zijn.

Op de eerste ochtend

Helga werd op de eerste ochtend van het nieuwe jaar door een boa gevonden, die, afgaand op de geur, dacht aan een overdosis. In de dagen erna stonden de media er vol van. Op Twitter en Facebook werd er schande van gesproken. Hoe kon het in deze wereld dat een burgermeisje, niet eens een vluchteling, doodgevroren tussen twee huizen lag.

Bestuurders en zorginstanties moesten zich verantwoorden. Weer iemand die tussen wal en schip was geraakt, tussen rapport en toezicht, tussen goede bedoeling en marktwerking. Slechts een enkeling bevreemdde het dat ze met een glimlach bleek gestorven. Want voor de kou het jonge hart stilzette, was Helga in haar hoofd allang bij oma en nog vreemder was de dure Stone Island-jas die over haar schouders bleek gelegd.

menu