De tafeltjes en stoeltjes van eetcafé De Beurs in Meppel staan nog buiten. Allemaal met voldoende afstand van elkaar, maar ze blijven de komende tijd leeg. Eigenaar Eduard Konijnenburg doet de deuren weer dicht.

Geen faillissement, geen geldproblemen. Nee, eigenaar Eduard Konijnenburg durft het niet langer aan om gasten te verwelkomen. „Met pijn in het hart. Ik ben ondernemer in een vrij land. Daar ben ik trots op, maar zo kan ik absoluut niet vrij ondernemen.”

De zaken gingen goed voor De Beurs. De terrassen zaten sinds de versoepelingen van de coronamaatregelen vorige week lekker vol. Zo ook dinsdag, ondanks het slechte weer. Een akkefietje tussen een boa en het personeel van De Beurs heeft Konijnenburg doen besluiten om zijn zaak niet meer te openen.

„Er zaten vier mensen aan een tafel. Wij weten honderd procent zeker dat die uit één huishouden komen. Maar de boa’s zeiden van niet. Dus vroegen we de boa’s of ze de legitimatie konden vragen, maar ze zeiden dat ze daar niet bevoegd toe waren”.

Konijnenburg kreeg een waarschuwing en volgens hem werd daarna door de gemeente gedreigd met sancties, zoals sluiting. Het steekt hem enorm. „We worden gewoon onterecht beschuldigd”. De horecabaas meent namelijk precies te weten wie de mensen waren waar gesteggel over ontstond.

‘Weten zeker dat mensen van hetzelfde huishouden waren’

Er zit een frustratie achter: verantwoordelijkheid. Konijnenburg wil niet als politieagent over zijn eigen terras gaan rondlopen. „Als ik te hard rijd in mijn BMW op de snelweg en ik word aangehouden, kan ik niet de rekening sturen naar BMW in Duitsland. De overheid stelt nu allemaal voorwaarden aan de terrassen - en terecht hoor, laat ik daar duidelijk over zijn - maar alle verantwoordelijkheid wordt op ons afgeschoven.”

loading

Het conflict van dinsdag is de druppel die de emmer doet overlopen, vertelt Konijnenburg. Hij heeft al een eerder probleem gehad met handhaving, sinds de heropening. „We hadden kinderen aan tafel die heerlijk poffertjes zaten te eten. Ze regenden helemaal weg. Toen hebben we besloten om even, tijdens een flinke bui, aan de zijkant een windscherm op te zetten.” De horeca mag officieel zonnewering en terrasschermen plaatsen, zolang die maar aan de zijkant open zijn.

„Net op dat moment kwam een boa langs. We moesten de boel weer opengooien”, zegt Konijnenburg boos. Regels zijn regels, dat snapt hij ook. Hij zegt diep respect te hebben voor de boa’s, maar mist in dit geval de menselijke maat. Het wordt een spel van risico’s, in zijn ogen. Die wil hij niet meer lopen.

Er wordt immers gedreigd met een sluiting bij een volgende constatering. „Dat kan ik niet permitteren. Ik weet ook niet om wat voor sluiting het dan gaat. Coronasluiting of reguliere sluiting.” Dus blijven de deuren dicht. Waarschijnlijk helemaal, ook geen afhaalloket zoals tijdens de vorige lockdowns.

Voorraden gaan naar voedselbank

Het betekent een financiële kostenpost voor Konijnenburg. „Alle voorraden kunnen we weer weggooien. Een catastrofe van zo’n 6000 à 7000 euro.” De voorraden worden deze week allemaal naar de voedselbank gebracht. „We kunnen het hebben. Maar mijn eigen vermogen en de bedrijfsreserve zijn flink gekrompen”, erkent de horeca-eigenaar, die zelf in lockdowntijd zes dagen per week in de bouw werkt om wat bij te verdienen.

Er rest voor het personeel - „hopelijk kunnen we die weer detacheren” - en Konijnenburg niets anders dan wachten op de volgende versoepelingen. Konijnenburg vindt het niet slim dat de horeca al open mocht. „We hadden beter nog wat maanden kunnen wachten, totdat bijvoorbeeld 85 procent van de mensen is gevaccineerd. Dan zit je na de zomervakantie, maar dan kunnen we vast weer echt open, zoals vorig jaar in juni. Toen ging het perfect. Dat heb ik liever dan nu. Of we nu een omelet moeten bakken voor honderd gasten of voor één gast. De kosten blijven hetzelfde.”

Woensdagmiddag volgt er een gesprek tussen Horeca Meppel en de gemeente. Konijnenburg is daar niet bij aanwezig. Ongeacht de uitkomst, houdt hij de deuren gesloten, zegt hij.

loading

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
Coronavirus