Arend Stoelwinder, aan het werk op IC van het UMCG.

Embedded in de frontlinie van het UMCG #4: 'Sommige collega's beginnen zo maar spontaan te huilen'

Arend Stoelwinder, aan het werk op IC van het UMCG. Foto: Siese Veenstra

Dagblad van het Noorden loopt tijdens de tweede coronagolf mee in het UMCG in Groningen. Wat voor gevolgen heeft de coronacrisis voor patiënten en medewerkers? Vandaag deel 4: Zorgen over het personeel.

Arend Stoelwinder drukt hard op de ontblote linkerborst van mijnheer Duiven*. Niks, zegt zijn collega die een groene ballon in zijn hand houdt waar hij af en toe in knijpt. De borstkas gaat niet omhoog. Stoelwinder drukt nog een keer.

Niks.

Mijnheer Duiven ligt op zijn rug op een ic-bed op afdeling ICV4 van het UMCG. Hier liggen coronapatiënten die niet in staat zijn om zelf te ademen. Een beademingsbuis door de mond blaast maximaal zuurstof, 100 procent, onder hoge druk in de longen van Duiven. Maandag lag hij nog op zijn buik op het ic-bed, zodat de longblaasjes meer open gaan staan. Dat werkte goed, dus hij is gedraaid. Maar nu is er wel iets aan de hand.

Een minuut geleden drukte Stoelwinder de stethoscoop op de borst van mijnheer Duiven. De linkerlong leek helemaal verdwenen. Dat was natuurlijk niet zo, maar Stoelwinder hoorde geen enkel geluid.

Er moet gehandeld worden.

Coronamonster

Stoelwinder (62) is al veertig jaar verpleegkundige, meer dan de helft van die jaren werkte hij op de intensive care. Alles heeft hij al gezien. De opkomst van aids, het ebolavirus, de griep en de veteranenziekte. Om er maar een paar te noemen.

Maar zoiets als corona?

,,Nee, dat heb ik ook nog nooit meegemaakt.” Dat grillige coronamonster dat patiënten in mum van tijd de diepte intrekt, om ze soms nooit meer los te laten. ,,Wij doen onze uiterste best om de patiënten dan zo goed als mogelijk te helpen. Het klinkt vreemd, maar dat is wel heel tof.”

De kraaienpoten bij zijn ogen trekken wat samen en verraden dat hij glimlacht. ,,Daar ben je de zorg voor ingegaan.”


Het werk is de afgelopen maanden, tijdens de eerste golf, wel zwaar geweest. Wie je ook vraagt op ICV4, iedereen zegt het. Maar niemand klaagt. Want dit is wat ze doen. Zorgen.

Stoelwinder spreekt vol enthousiasme over zijn vak. Maar hij wil zijn ogen ook niet sluiten voor de hoge verzuimcijfers. Want die zijn er.

loading

Ic-medewerkers voelen zich onzeker

Begin dit jaar lag het verzuim op de intensive care van het UMCG op zo’n 7 procent. Dat ligt nu ruim boven de 10. Vele malen hoger dan in de rest van het universitair medisch centrum, waar het iets onder de 5,5 procent is. Het ziekenhuisbestuur en de ic-leidinggevenden maken zich dan ook zorgen over de zorgafdelingen, en met name de ic. Zorgen over het aantal medewerkers dat verhoogd risico loopt om uit te vallen. Over hun ic-collega’s die aangeven eigenlijk nog niet klaar te zijn voor de tweede golf en zich onzeker voelen. En over het zorgpersoneel dat uitvalt omdat ze zelf corona hebben en dus niet mogen werken.

,,Ik spreek verpleegkundigen die nog steeds moe zijn. Die de eerste periode nog mentaal aan het verwerken zijn”, zegt hoofd van de intensive care Peter van der Voort. ,,Ik las laatst een rapport waarin staat beschreven dat 80 procent van het ic-personeel tekenen van een burn-out vertoont. Ik denk dat het een degelijk onderzoek is, maar laat het 40 procent zijn. Dat is enorm.”

Tegelijkertijd, het tekort aan verpleegkundigen is al jaren een probleem. ,,Wat deze coronacrisis onder meer aantoont: er is krapte. Ons systeem is zo efficiënt mogelijk ingericht omdat de kosten steeds maar toenamen. Dan komt er opeens een pandemie en heb je geen reserve meer.”

Bovenlichaam begint te schokken

Met een geconcentreerde maar rustige blik staat ic-verpleegkundige Stoelwinder over het bed gebogen. De saturatie van zijn patiënt is flink gedaald: 86... 85... 82... En dat terwijl hij pure zuurstof krijgt. Het apparaat dat onder meer het zuurstofgehalte in het bloed van Duiven bijhoudt piept. Een rood licht flikkert.

Niemand snapt hoe het kan. Mijnheer Duiven is niet verschoven. Niemand heeft aan de buis in zijn mond gezeten. En toch. Hij kachelt in. Met een onvoorspelbare grilligheid. Herkenbaar, zal Stoelwinder later zeggen. Maar het went nooit.

Weer drukt hij op de borst. Misschien zit er slijm vast bij de long waardoor er geen lucht bij kan. Er wordt weer in de ballon geknepen. Stoelwinder drukt. Het bovenlichaam van Duiven begint te schokken.

,,Ja, daar komt het”, zegt Stoelwinder. Achter het spatscherm maakt zijn geconcentreerde blik langzaam plaats voor opluchting. Hij trekt aan een langwerpig dun plastic zakje en schuift een zuiger in de keel van mijnheer Duiven. Met een gorgelend geluid zuigt hij het slijm - sputum - uit de linkerlong.

Heel even aait hij met zijn blauwe handschoenen mijnheer Duiven over de arm.

Adrenaline

Toen in maart de eerste bussen met coronapatiënten uit Brabant kwamen stonden Stoelwinder en zijn collega Klaas-Jelle Stienstra te trappelen van ongeduld. Stienstra: ,,Ik wilde dit gewoon niet missen.” Stoelwinder knikt. Dat adrenalinegevoel had iedereen.

Maar zes weken daarna werden de eerste collega’s moe. Het crisisrooster (iedereen moest 95 procent werken, geen uitzonderingen) hakte erin. Verpleegkundigen, intensivisten en arts-assistenten hadden wel eerder dit soort dingen gezien, maar nooit op zo’n grote schaal. ,,Psychisch kwam er ook druk bij”, zegt Stoelwinder.

En dan is daar nu die tweede golf. Terwijl er nog steeds collega’s van Stoelwinder moe zijn van die eerste periode. Die dit eigenlijk niet nog een keer willen. Zich onzeker voelen. ,,Ook ik heb me lusteloos gevoeld. Vooral in juli was ik gigantisch moe. Waarom? Geen idee. Met mij gaat het nu beter.”

De 31-jarige Stienstra knikt.

Stoelwinder: ,,Er zijn collega’s die ik heb gevraagd: hoe gaat het eigenlijk met je? Die barsten dan spontaan in huilen uit.”

Stapje extra

In haar werkkamertje hangt de jas van Carla Veldhuis, hoofdverpleegkundige van een van de ic-units, over haar witte verpleegkundigentenue. Twee weken geleden droeg ze dat nog. Het was druk op de ic en ze wilde een collega ontlasten.

Even was Veldhuis - op haar deur prijkt proud to be a nurse - weer in het wit. Terwijl ze eigenlijk haar afdeling moet managen. ,,Dit is ook geen duurzame oplossing, hoor.’’

Het is een tijd van noodgrepen. Ze noemt de inzet van verpleegkundigen van andere UMCG-afdelingen. ,,Die hebben in de zomermaanden een spoedopleiding gevolgd om te kunnen helpen op de ic. Onder verantwoordelijkheid van een gespecialiseerde ic-verpleegkundige. Op die manier kan die, als dat nodig is, in plaats van één patiënt drie patiënten onder zijn hoede nemen.”

Veldhuis maakt zich zorgen om de voorspellingen van het aantal covid-patiënten. ,,Als ik naar de rekenmodellen kijk, houd ik mijn hart vast.” Het UMCG heeft drie ic-units en een unit ‘op reserve’ met 13, 12, 18 en 9 bedden. 52 bedden in totaal. ,,Een bedplek is één. Maar er moet ook een gediplomeerde ic-verpleegkundige bij staan.” En het verzuim onder de ruim 460 ic-medewerkers is gewoon aan de hoge kant.

Toch heeft ze er alle vertrouwen in dat ‘haar’ mensen het voor elkaar boksen. ,,Als het nodig is, zal iedereen een stapje extra doen. Daar ben ik van overtuigd.” Veldhuis en haar collega’s hebben de strakke regels rond het crisisrooster wel laten vieren. Er wordt nu extra gewerkt op basis van vrijwilligheid. ,,Werk je normaal 100 procent, maar wil je nu 110 procent? Prima. De collega die 60 procent werkt en er nu even niet een extra dienst bij kan doen vanwege de thuissituatie of de kinderen, ook goed.”

Een aantal keren per week lopen medewerkers vanuit Arbeid en Gezondheid, bedrijfsmaatschappelijk werkers, rond aan het einde van de diensten waar het ic-personeel een praatje mee kan maken. ,,Als mentale ondersteuning voor een versterkend gesprek. We zien dat het heel erg nodig is.”

Vleugje menselijkheid

Arend Stoelwinder staat naast bed 4, waar mijnheer Duiven ligt. De patiënt komt uit het Noorden. ,,Het komt dichterbij’’, zegt de 62-jarige ic-verpleegkundige. ,,Toen hadden we alleen maar mensen van de Biblebelt en Brabant. Nu ook Drenten, Groningers en Friezen.”

Uit mijnheer Duiven komen tal van lijnen, snoertjes en buizen. Hij ligt volledig onder zeil. Het weerhoudt Stoelwinder er niet van hardop tegen hem te praten.

,,Ik geef u een prikje in uw been hoor, mijnheer Duiven. Daar komt ie. We zijn er voor u, hoor.” Stoelwinder heeft geen idee of zijn patiënten hem horen. Maar het geeft een onmenselijke situatie ook een vleugje menselijkheid.

Zachtjes aait Stoelwinder zijn patiënt over de bol. ,,We blijven goed voor u zorgen.”

* De naam van mijnheer Duiven is gefingeerd

menu