Een van de pasgeboren lammetjes.

Geboortegolf op schaapskooi Balloërveld: lammetje blijkt toch oud genoeg om ooien te dekken en weet van geen ophouden. 'Dit heb ik nog nooit meegemaakt'

Een van de pasgeboren lammetjes. Foto: DVHN

De vroege geboortegolf in de schaapskudde op het Balloërveld is te danken aan een ramlammetje, dat nog te klein werd geacht om ooien te kunnen dekken. Dat bleek niet het geval. „Dit heb ik nog nooit meegemaakt.”

De kudde met vierhonderd Drentse heideschapen in Balloo is sinds kort uitgebreid met zo’n twintig pasgeboren zwarte lammetjes. Een prachtig gezicht, hoewel de babyboom wel heel vroeg komt voor de tijd van het jaar. Normaal gesproken arriveren de eerste lammetjes in de schaapskudde op het Balloërveld pas in april of mei.

Hoofdrolspeler én veroorzaker van de geboortegolf is een ramlammetje dat nog te jong werd geacht om ooien te kunnen dekken. „Hij was zo klein”, zegt schaapsherder Marianne Duinkerken. „Hij dronk nog bij zijn moeder en hobbelde rustig mee met de kudde.”

Wolf in schaapskleren

Ze kan zich achteraf wel voor de kop slaan. Het zwarte rammetje bleek in die zin een wolf in schaapskleren. Op een onbewaakt moment ging het lam z’n goddelijke gang in de kudde, waarbij hij zeker twintig ooien bevruchtte. Met een vroege geboortegolf in februari als gevolg.

Toen Duinkerken zag dat het ramlammetje een nummertje maakte, greep ze meteen in. Te laat, blijkt nu. Tot dusver bestaat het nageslacht uit zo’n twintig lammetjes, zwart van kleur, net als hun piepjonge vader. „Een foutje van mij, dit is me in twintig jaar nog nooit overkomen.”

Streng fokprogramma

Duinkerken ziet de humor er wel van in, maar voegt daar meteen aan toe dat ‘niet de bedoeling is’. Doorgaans worden ramlammetjes na zo’n zes maanden weggehaald bij de ooien. Er bestaat een streng fokprogramma om het ras van het Drents heideschaap in stand te houden.

Alleen geselecteerde rammen, gekeurd door keurmeesters van de Nederlandse Fokkersvereniging het Drentse Heideschaap, mogen fokken met een beperkt aantal ooien. Belangrijke kenmerken zijn de benen, de hoorns, de stand van de ogen en neus, de kwaliteit van de tanden en de lengte van de staart.

Vooralsnog ontwikkelen de pasgeboren lammetjes zich goed. „We willen eigenlijk geen winterlammeren, omdat lammeren al vrij snel met de kudde mee-eten”, zegt Duinkerken. „In deze tijd is het moeilijker om voedsel te vinden. Maar goed, tot dusver gaat het prima.” Met de kersverse vader gaat het ook goed: hij is na zijn avontuur ondergebracht bij de grote rammen in het Meindersveen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu