Gelling mist haar elke dag

Oud-bandleden van Cuby+Blizzards doken woensdagavond in hun eigen verleden, met muziekprofessor Leo Blokhuis. Maar eerst namen ze nog even een kijkje in het museum.

,,Wat is nou jouw relatie tot die gitaar, Eelco?’’ Het is even stil. ,,Ze is van vlees en bloed. Mijn vrouw. De ene keer een stoephoer, de andere keer een prachtige donkere vrouw met zo’n waaiertje.’’

Avondje anekotes

Grijze en kale, oude mannen, zoals ze hier al een paar maanden elke dag staan. Licht voorovergebogen, met de knieën tegen de opstaande rand van het podium, het middelpunt van de tentoonstelling over Harry ‘Cuby’ Muskee. Ze zijn binnen een paar tellen terug in hun jeugd in het Drents Museum in Assen. Ook de mannen die woensdagmiddag even na half vijf naar de Gibson Les Paul staan te kijken. Een sunburst met roomkleurige slagplaat. Een juweel van een gitaar uit 1960. Een van die mannen is de eigenaar de echtgenoot zo u wilt Eelco Gelling, de eerste gitarist van Cuby+Blizzards.

Hij is samen met andere Blizzards uitgenodigd door Willy Middel, de oorspronkelijke bassist van C+B, voor een avond vol anekdotes met muziekprofessor Leo Blokhuis, later in theater De Nieuwe Kolk. Museum-directeur Harry Tupan begeleidt de mannen nog gauw even door de zaal vol C+B spullen, sommige van hen zelf.

Harry’s eerste band

Ze vormen een voortreffelijk samengestelde Cuby-expositie, die zo leggen de broers Henk en Jaap Hilbrandie uit eigenlijk nog een kleine aanpassing zou moeten krijgen.

De broers zijn de eersten in een lange op de muur geschilderde tijdlijn van muzikanten en bands waar Muskee mee werkte. ,,De eerste band staat er niet op’’, zegt Jaap. Met een knipoog, uiteraard.

Een piepjonge Muskee kwam vaak bij de Hilbrandies over de vloer. Henk (later pianist op het album Desolation) speelde gitaar. Een prachtig instrument, meende Muskee. Henk: ,,Hoe oud was Harry? Een jaar of negen denk ik. We liepen vaak ’s middags het Amelterbos in, op zoek naar een rustig plekje. Daar speelden we dan Blue Monday van Fats Domino.’’ Jaap: ,,Henk op gitaar en Harry had zo’n plastic saxofoontje. En ik had een augurkenblik met een dierenvel er overheen als drumstel. Dat was Harry’s eerste band.’’

‘Alleen de heel groten’

Ze lachen, wijzen naar de muur en zien naar foto’s waar ze zelf op staan. Museumdirecteur Tupan krijgt de mannen met moeite mee het café in.

Aan een lange tafel wordt thee en wijn gedronken door de heren. Leo Blokhuis vat de expositie samen. ,,Prachtig dat een tegencultuur van jongens met lang haar die bijna niemand pruimde op deze manier in ere is hersteld. Dat overkomt echt niet iedereen, alleen de heel groten.’’

In bruikleen

Gelling geniet van zijn biertje en praat verder over zijn gitaar. De dame in kwestie is bij het museum in bruikleen. ,,Thuis staat ze in de stoel of ligt ze in de opengeslagen koffer. Maar ik denk wel elke dag aan haar.’’

Het antwoord is bloedserieus. Onderschat niet de innige band tussen een gitarist en zijn fraai geronde, fijnbesnaarde instrument.

menu