Maria van Beveren met haar jongste zoon Jaap in 2013. ARCHIEFFOTO BOUDEWIJN BENTING

Getogen in Mokum, thuis in Emmen

Maria van Beveren met haar jongste zoon Jaap in 2013. ARCHIEFFOTO BOUDEWIJN BENTING

Tijd van Leven beschrijft het gepasseerde bestaan van mensen met een bijzonder verhaal. Vandaag Maria van Beveren (1918 – 2016) uit Emmen.

Omdat ze ervan overtuigd was dat de kwaliteit van haar ogen achteruit was gegaan, ging Maria van Beveren enige tijd geleden naar de oogarts. Daar werd ze onderzocht, maar volgens de specialist was er niet veel aan de hand. ,,Maar denk je dat mijn moeder dit zomaar geloofde? Zeker niet. ‘Kijk ik nu door die ogen of u?’, kreeg die oogarts te horen. Zo was mijn moeder. Een vrouw die geen blad voor de mond nam.’’

Met zichtbaar plezier vertelt Wil van Beveren (70) over zijn begin dit jaar overleden moeder. Maria van Beveren-Blok heette ze officieel, veel mensen kenden haar als Rietje. Een Amsterdamse die zich in Zuidoost-Drenthe als een vis in het water voelde. Ze was ook de moeder van twee zoons die betaald voetballer werden: Wil en Jan. ,,Dat Jan en ik zo goed konden voetballen was mooi, maar meer ook niet. Zeker in het begin hamerde ze er steeds op dat wij een studie af moesten maken. ‘Stel je voor dat je een been breekt’, zei ze vaak. ‘Dan is alles zomaar voorbij.’’’

Gek op sport

Maria van Beveren werd geboren op 23 mei 1918 in Amsterdam. Haar vader kwam uit een Leids apothekersgezin en werkte in de hoofdstad in een kruidenierswinkel. Haar moeder was een Friezin die in haar eentje naar Amsterdam was gegaan om daar als dienstbode te werken. In de jaren dertig begonnen zij met twee eigen kruidenierszaken: eentje bij het Olympisch Stadion en eentje aan de Jodenbreestraat nabij het Waterlooplein. Maria was, in tegenstelling tot haar ouders, gek op sport. Ze speelde geruime tijd in het eerste team van de Amsterdamse hockeyclub Hurley. Ook werd ze Noord-Hollands kampioen verspringen. Nadat ze haar mulo-diploma had gehaald, werkte ze als secretaresse op een handelskantoor.

De liefde voor sport bezorgde haar ook de liefde van haar leven. Op de sintelbaan bij het Olympisch Stadion ontmoette ze de ruim zes jaar oudere Wil van Beveren, ook uit Amsterdam. Hij gold als een grootheid in de atletiek. De sprinter was drie keer Nederlands kampioen geweest en deed in 1936 mee aan de Olympische Spelen. Ze trouwden in 1944. Het jaar daarop werd hun eerste zoon Wil geboren, ook wel Wilke en Willeke genoemd. In 1948 zag tweede zoon Jan het levenslicht. ,,Moeder hielp haar ouders vaak mee in de kruidenierszaak. En dan nam ze haar kinderen mee’’, zegt zoon Wil.

Op haar gemak in Emmen

Na de Tweede Wereldoorlog werd de man van Maria een bekend sportverslaggever. In die rol reisde de gewezen topatleet heel Europa af. De geboorte van Jaap, de derde zoon in het gezin, zorgde voor een kentering. ,,Mijn moeder wilde een rustiger leven, niet meer een man die altijd weg was. Mijn vader begreep dat en keek uit naar ander werk. Via fotograaf Henny Kroon, die eerder voor De Telegraaf werkte en daarna naar Emmen was gegaan, hoorde hij dat er een vacature was op de sportredactie van de Emmer Courant . Dat was een baan waarvoor hij niet meer voortdurend lang van huis hoefde.’’

Het gezin betrok in Emmen een kleine rijtjeswoning in de wijk Emmermeer. Maria van Beveren voelde zich er al snel op haar gemak. Met vrijwel het hele gezin ging ze tennissen bij tennisclub LTC Emmen en nadat haar man atletiekvereniging De Sperwers oprichtte, werd zij er penningmeester. Vaak was ze met haar man en jongste zoon Jaap bij vv Emmen te vinden, de club waar beide oudste zoons wekelijks uitblonken. Dat zij daarna naar profclub Sparta in Rotterdam gingen, zorgde thuis niet voor euforie. ,,Ze bleef erop hameren dat een maatschappelijke carrière minder risicovol was. Ze was ook niet opgegroeid met profsport, had er daardoor aanvankelijk ook weinig affiniteit mee.’’

Op afstand volgde ze haar beide zoons in het profvoetbal uiteraard wel. Ook ging ze kijken als ze in de buurt moesten spelen. ,,Maar ze was niet trotser op ons dan op haar jongste zoon Jaap. Uiteraard niet’.’ Nadat haar man in 1976 bij de Emmer Courant met pensioen ging, ging ze samen met haar echtgenoot geregeld op reis. Ook deden ze vaak mee aan de Rijwiel4daagse. Dat zoon Jan in 1980 in het verre Amerika ging voetballen, vond Maria van Beveren niet leuk. Dat hij daar bleef wonen, was ronduit een tegenvaller. Ze had haar kinderen graag wat dichterbij.

Dankbaar voor een prachtig leven

In 2003 overleed haar man Wil, op bijna 92-jarige leeftijd. Enige tijd daarna verhuisde Maria van Beveren naar Heidehiem, een zorgcentrum in Emmen. Een voor haar vertrouwde plek. Haar vader en haar jongste zus Bep woonden daar ook de laatste periode van hun leven. Ze bleef een sportfanaat, volgde alles tot diep in de avond voor de televisie. In 2011 overleed plotseling haar zoon Jan. Ze bekeek thuis de crematieplechtigheid via Skype, temidden van klein- en achterkleinkinderen. ,,Ze verwerkte het op haar eigen manier. Ik heb haar nooit zien huilen, ook toen niet.’’

Op 10 januari overleed de geboren Amsterdamse. Zelf zei ze enige tijd voor haar dood dat ze dankbaar was voor een prachtig leven. Veel personeelsleden van Heidehiem keken toe hoe de kist met haar lichaam door de gangen richting de uitgang van het zorgcentrum ging. Het voelde voor de familie als een erehaag.

menu