Gezondheidsraad wil landbouwgif terugdringen en pleit voor meer onderzoek

Drentse tulpenvelden. Foto: Archief/Jaspar Moulijn

Dring het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen terug en doe meer onderzoek naar de gezondheidsrisico’s. Dat adviseert de Gezondheidsraad aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Volgens de Gezondheidsraad, een onafhankelijk adviesorgaan van de overheid, wijzen internationale studies erop dat het gebruik van landbouwgif voor gezondheidsschade bij mensen kan zorgen. Zo lijkt de blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen een verhoogde kans te geven op onder meer Parkinson en ontwikkelingsstoornissen bij kinderen.

Verduurzaming

Het gebruik van deze middelen moet daarom zoveel mogelijk worden beperkt en de verduurzaming moet uit voorzorg worden geïntensiveerd. Dat gebeurt nu nog te weinig, is de conclusie. Ook hebben telers nog niet genoeg oog voor veilig werken, met verhoogde risico’s voor omwonenden tot gevolg.

Nederlandse onderzoeken naar de gezondheidsrisico’s van landbouwgif zijn ‘beperkt van omvang’, maar sluiten wel aan bij grotere buitenlandse bevindingen, schrijft de raad. Blootstellingsonderzoek in de bollenteelt, ook in Drenthe een belangrijke landbouwtak, is de laatste jaren een belangrijk focusgebied geweest. Zo zijn resten van bestrijdingsmiddelen onder meer gevonden in de buitenlucht rond woningen, in het stof op de deurmat en in de urine van omwonenden. De Gezondheidsraad adviseert om na te gaan in hoeverre deze bevindingen ook representatief zijn voor andere teelten.

Eerder deze maand kwam het burgerinitiatief Meten=Weten met opzienbarend onderzoek naar buiten, waaruit blijkt dat bestrijdingsmiddelen vanuit de akkerbouw volop in de Drentse natuur terechtkomt. Hoewel de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) erop wees dat niet duidelijk werd wat de precieze herkomst van de middelen was, reageerden Natuurmonumenten en Het Drentse Landschap geschokt.

LTO: advies onderschrijft ingeslagen weg

De LTO staat in grote lijnen achter het advies van de Gezondheidsraad, maar laat in een algemene reactie weten dat het ontbreken van voldoende alternatieven voor beschermingsmiddelen een moeilijk oplosbaar probleem is, onder meer door te trage toelating door overheden van zogenoemde laagrisicomiddelen en de uitdagingen bij het ontwikkelen van weerbare rassen.

Er is volgens LTO veel animo in de sector voor deelname aan initiatieven die gericht zijn op het terugdringen van emissies en onderzoek naar vergroening van middelen. Dat telers geen prioriteit geven aan veilig werken, wordt dan ook bestreden. ‘De vele inspanningen op dit vlak moeten niet zomaar onder het tapijt worden geveegd.’

menu