Het glasmuseum van Nieuw-Buinen komt weer onderdak. De historische vereniging uit het dorp heeft de financiering rond voor een nieuw onderkomen. Het museum herrijst dit najaar uit zijn as.

In november 2018 brak er brand uit in het dorpshuisgedeelte van ’t Aailand. In het pand bevond zich ook het plaatselijke glasmuseum. Tweederde van de collectie werd gered of hersteld. Nu kunnen de kostbaarheden weer van de zolders en uit de garages van de vrijwilligers. Nieuwe locatie: het multifunctionele gebouw de Noorderbreedte.

Penningmeester Albert Plat van de historische vereniging is blij met die plek. ,,Dit gebouw is zomaar geplaatst in Nieuw-Buinen, het is nu aan ons om Nieuw-Buinen in het gebouw te plaatsen.’’ Hoewel het museum in oppervlakte krimpt, worden meer mogelijkheden en bezoekers verwacht in het nieuwe onderkomen.

loading

Op het nippertje

De vereniging moest 250 duizend euro verzamelen om het plan te kunnen realiseren. Dat bleek geen sinecure. Op het nippertje sprongen initiatiefnemers van het windpark Drentse Monden en Oostermoer bij. Dankzij hun bijdrage van 10.000 euro werd een Europese subsidie gewaarborgd.

Europa is de grootste geldschieter met een forse duit in het zakje van anderhalve ton. Naast steun van onder meer de regionale Rabobank, Avebe, het Prins Bernhard Cultuurfonds sprong ook Pure Energie aan boord, dochterbedrijf van Raedthuys BV, een van de drie initiatiefnemers van het nabijgelegen windpark.

Nieuwe speeltuin

Dat laatste is de uitkomst van een actie van Albert Plat. Hij reageerde op een enquête van het windpark over wat er met het geld moest gebeuren dat de ondernemers beschikbaar stellen voor het gebiedsfonds. De pot met geld voor de omgeving waar ze geld in stoppen, gebaseerd op de energieproductie van de turbines. ,,Ik heb nog een gaatje’’, schreef Plat.

Dat gaatje van 10.000 euro wilde Pure Energie wel dichten.

loading

De bijdrage aan het glasmuseum is volgens de windpark-organisatie een voorproefje. De windboeren en Raedthuys zien hun geld het liefste terecht komen bij projecten voor en vanuit de omgeving. Het bedrag voor het museum beschouwen ze als een extraatje buiten het gebiedsfonds om. De windboeren in het Mondengebied legden ook al 10.000 euro op tafel voor een nieuwe speeltuin in 2e Exloërmond.

Daarmee zijn de eerste gewenste bijdragen aan cultuur en sociale cohesie zichtbaar geworden. Een bedrag voor de derde pijler, duurzaamheid, volgt snel. Specifiek wil de organisatie nog niet zijn maar ‘denk bijvoorbeeld aan zonnepanelen op een school’.

Potentiële ruzie

Volgens woordvoerder Elzo Springer van het windpark laten de ondernemers zo zien wat er allemaal mogelijk is. De totale omvang van hun bijdrage aan het gebiedsfonds (15 jaar lang ongeveer 350 duizend euro, op basis van verwachte energieproductie), kan dan volgens hem naar ’30 á 40’ soortgelijke projecten. Niet het hele bedrag uit het gebiedsfonds komt van ondernemers. Ook het Rijk, de provincie en betrokken gemeenten storten geld in het fonds.

Springer: ,,Uit onze enquête onder inwoners kwamen vooral ideeën naar voren over cultuur, duurzaamheid, toerisme en natuur. De resultaten geven we binnenkort aan overheden en betrokken inwoners. Zij kunnen dan bepalen wat er verder met het geld gaat gebeuren.’’

Daarbij zet hij wel een kanttekening. Het windpark geeft liever geld aan lokale leefbaarheidsprojecten dan aan door de gemeenten Borger-Odoorn en Aa en Hunze gewenste burenregeling. Die compensatie voor mensen die het dichtst bij de turbines wonen is niet aan de windparken besteed. Elzo Springer: ,,Dat levert altijd grenzen en potentiële ruzies op. Wat we nu doen brengt echt veel meer.’’

Die financiële compensatie voor direct omwonenden moet volgens de overheden uit de zak van de winboeren komen. Die voelen daar dus niets voor en stapten recent uit het overleg met inwoners van Aa en Hunze, verenigd in de Omgevingsadviesraad. Het geld van de overheden willen OAR en Borger-Odoorn wél in diverse projecten steken.

Glasblazersdorp

Nieuw-Buinen kan in het nieuwe onderkomen het imago van glasblazersdorp weer nieuw leven in blazen. Sinds 1838 is de glasindustrie onlosmakelijk verbonden met de lokale gemeenschap en geschiedenis. Op de hoogtijdagen werkten er 1100 mensen met glas.

Het museum wil zijn gasten meenemen naar die tijd. Niet met lange glazen vitrinekasten maar met moderne middelen. Voorzitter Jan Haikens ziet het al voor zich. ,,Mijn dochter heeft al niet meer meegemaakt dat hier een kanaal lag. De geschiedenis sterft hier letterlijk weg. Daarom gaan we onze collectie digitaliseren, zodat bezoekers virtueel terug kunnen gaan naar deze plek, maar dan 100 jaar geleden.’’

In het westen opgebrand

Wat Haikens betreft wordt dan ook duidelijk dat de geschiedenis zich herhaalt ,,Wat we hier produceerden werd in het westen opgebrand. Toen het veen, en nu andere vooruitstrevende energie. Daarom past een bijdrage vanuit de duurzame ondernemers hier heel goed.’’

Aan potentiële criticasters op de bijdrage vanuit het windpark heeft hij geen boodschap. ,,Ik lees ook weleens wat. We zijn hartstikke blij met de hulp. Tegen politici en anderen met kritiek zeg ik: Denk eens na voor je je mond opendoet.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe