In navolging van de Drentstalige musicals Heb lief en leef en Op de vleugels van de wind die in 2008 en 2014 in Sleen werden opgevoerd, is een nieuw, groot opgezet muziektheaterstuk in voorbereiding.

Harm Dijkstra uit Sleen en Jan Kruimink uit Oosterhesselen werken samen met Slener Gerrit Hegen aan de productie De Toorn van Thunear, die in september volgend jaar op De Klencke wordt opgevoerd.

,,Veur het zover is, möt der nog hiel wat water deur de Boksloot”, grapt Dijkstra. De 56-jarige Slener, vooral bekend van cabaretduo Harm en Roelof, is de bedenker en schrijver van het stuk. Dat bedenken is klaar, maar voor het stuk kan worden opgevoerd, moet er nog veel geregeld worden, wil hij maar zeggen.

,,Het smaakte naar meer’’

Het idee om een muziektheaterstuk op te voeren op De Klencke ontstond al vlak na Op de vleugels van de wind , zegt Dijkstra. ,,Het smaakte naar meer.” Oud-veearts Gerrit Hegen (63) was bij de musicals in Sleen telkens voorzitter van de organisatie en is dat nu ook van de voor De Toorn van Thunaer opgerichte stichting Ter Klinke.

Hegen weet veel van de geschiedenis van De Klencke en de omliggende dorpen Sleen, Oosterhesselen en Zweeloo. Bovendien draagt hij het Drents een warm hart toe. ,,De stichting heeft ook als ondertitel Culturele Couraozie en Dieverdaotsie, Drents voor moed en vertier. Ons doel is de streektaal zoveel mogelijk te gebruiken.”

Dat is ook precies waar Jan Kruimink (64) zich als leraar op de Pabo aan de Stenden Hogeschool mee bezighoudt. Als dirigent van drie koren en oud-dirigent van muziekvereniging Excelsior in Oosterhesselen schrijft hij bovendien al jaren muzikale arrangementen. Dijkstra: ,,Ik wilde heel graag eens met Jan samenwerken voor deze productie. Hij schrijft prachtige muziek voor zijn koren, vind ik.”

Langs de waterkant aan de Mosterddijk

De Hesseler schrijft de muziek, zo’n 22 stukken, voor De Toorn van Thunaer. ,,Ze worden uitgevoerd door een groot koor en een groep muzikanten”, zegt Kruimink. ,,Daarvoor zoeken we de samenwerking met de bestaande verenigingen in Sleen, Oosterhesselen en Zweeloo.” Ook de historische verenigingen en Natuurmonumenten, die toestemming gaf voor het theaterstuk, dat langs de waterkant aan de Mosterddijk op De Klencke moet plaatsvinden, worden erbij betrokken.

Begin september 2019 wordt De Toorn van Thunaer vijf avonden achter elkaar opgevoerd voor een publiek van 650 man per avond. De geschiedenis rondom De Klencke, maar bijvoorbeeld ook de sage van de Sleners die de kerktoren in Oosterhesselen zouden hebben losgetrokken van de rest van het gebouw, waren een inspiratiebron voor Dijkstra. ,,Het stuk speelt zich af in de 15de eeuw. Het zijn feiten en fictie door elkaar, met een link naar de hedendaagse samenleving. De titel komt van een groep roofridders die Thunaer aanbidden als hun God en anderen ook hun geloof willen opleggen. Vergelijk het met bijvoorbeeld IS.”

,,Het is net alsof je een huis bouwt’’

Het landschap wordt gebruikt in het stuk, leggen de mannen uit. Zo wordt het water van de Boksloot verwerkt in het decor. In totaal zijn zo’n honderd acteurs en figuranten van alle leeftijden nodig, maar ook levende dieren, zoals paarden, maken hun opwachting in de voorstelling. Hegen: ,,Het moet voor het publiek echt een kijkspektakel worden.”

Na twee jaar praten en advies inwinnen bij professionals met verstand van locatietheater, staat het geraamte van de voorstelling overeind en wordt er hard gewerkt om het benodigde geld en de mensen bij elkaar te brengen. ,,Het is net alsof je een huis bouwt”, zegt Dijkstra. ,,Langzaam worden de contouren zichtbaar. En dan krijg je er steeds meer zin in.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe