Dit jaar is het 65 jaar geleden dat Zwartemeer debuteerde als profvoetbalclub. Hans Kalter (83) uit Emmen was de eerste aankoop en scoorde ook de eerste goal. Dagblad van het Noorden zocht hem op.

Dag meneer Kalter, hoe is het met u?

,,Goed, al gaat het lopen wel wat moeilijk. Ik heb nogal last van mijn linkerenkel. Gelukkig kan ik nog wel de dingen doen die ik leuk vind: jagen en voetbal kijken. Het jagen zit mij in het bloed. Mijn vader deed het ook en ik ging al als klein jochie met hem mee. Dan moest ik de geschoten hazen dragen. In de beginperiode waren die hazen soms nog groter dan ik zelf. Alles wat ik schiet, neem ik mee naar huis en eet ik op. Wel eens eenden- of duivenborst gehad? Dat is echt heerlijk, hoor!’’

Waar bent u opgegroeid?

,,Aan de Wijkstraat in Nieuw-Amsterdam. Ik was de oudste in een gezin met vier kinderen. Mijn vader Jannie was als commissionair actief op de groente- en fruitveiling in het dorp. In zijn vrije tijd was hij vaak op het voetbalveld te vinden. Hij speelde bij NAB, Nieuw-Amsterdamse Boys. Dat was ook de club waar ik als jochie zelf ging spelen. Dat ging mij goed af. Op mijn veertiende debuteerde ik in het eerste elftal. Speelde ik in hetzelfde team als mijn vader. Hij als stopperspil, ik als linksbinnen.’’

In 1955 vertrok u naar profclub Zwartemeer.

,,Ik werd hiervoor door een delegatie van de club benaderd. Zwartemeer ging dat jaar voor het eerst semi-profvoetbal spelen. Ik was ambitieus, had er wel oren naar. De club betaalde NAB 1600 gulden en ik kon 400 gulden per jaar verdienen. Dat was best een flink bedrag in die tijd. Ik woonde nog thuis en mijn ouders konden het geld goed gebruiken. Zo breed hadden we het niet. Een klein deel van mijn salaris mocht ik zelf houden. Dat geld gebruikte ik onder meer om uit te gaan bij dancing Jutstra in Coevorden.’’

Toen u begon bij Zwartemeer was u vast een van de jongste spelers.

,,Klopt. Ik ging op de fiets naar de training, wat voor het weer het ook was. Ik herinner me nog een keer dat het heel koud was. Het vroor en er lag ijs. Toen ik op de fiets op het sportpark aankwam, was er niemand behalve mijn veel oudere teamgenoot Katrinus van der Werf. De training ging dus niet door. Katrinus zei dat het gezien de kou verstandig was om een cognacje te gaan drinken. Dat had ik nog nooit gehad. In het hotel van Meeuwis van Dijk in Klazienaveen namen we elk twee cognacjes. Op terugweg viel ik meerdere keren van de fiets. En ik had geen flauw idee hoe dat nou kon.’’

U bent lang bij Zwartemeer gebleven. Ook toen de club in 1966 Sportclub Drente ging heten, speelde u er nog.

,,Ik heb van 1955 tot en 1966 bij de club gespeeld, uitgezonderd het seizoen 1964-1965. Toen voetbalde ik bij Sportclub Enschede. Ik wilde wel een keer wat anders en kon in Twente een goede baan krijgen als acquisiteur bij Dagblad Tubantia . Daarvoor deed ik hetzelfde werk in Emmen bij de Emmer Courant . In 1965 fuseerden Sportclub Enschede en Enschedese Boys tot FC Twente en ging ik terug naar Zuidoost-Drenthe. Bij de Emmer Courant wilden ze me graag terug en ik kreeg een veel beter salaris dan toen ik vertrok. Opgeteld heb ik zo’n 35 jaar bij de krant gewerkt.’’

Nooit andere banen gehad?

,,Zeker wel. Toen ik klaar was met de hbs, was er nauwelijks werk. Ik was in die periode een jaar lang het hulpje van melkboer Hans Spiegelaar in Nieuw-Amsterdam. Daarna belandde ik op het Emmer gemeentehuis, afdeling militaire zaken. Dat was vreselijk. Ik zat achter een loket en de muren kwamen op mij af. Toen mijn vader aan iemand van de Emmer Courant vertelde dat ik gek werd op het gemeentehuis, zorgde die man ervoor dat ik bij de krant terecht kon. Wat een opluchting! Ik voelde me weer een vrije vogel.’’

Hoe kijkt u terug op uw voetballoopbaan?

,,Met plezier. Rijk ben ik er niet van geworden, maar wat hebben we bijzondere dingen meegemaakt! Met de selectie reisden we het hele land door. We speelden onder meer tegen VVV uit Venlo, NEC uit Nijmegen, De Graafschap uit Doetinchem en Alkmaar’54. Vaak ‘s ochtends om negen uur weg met de trein en ‘s avonds om negen uur terug. Bij Alkmaar voetbalde Nico Kesselaar. Hij was familie van de beroemde presentator Rudi Carell, die eigenlijk Rudy Kesselaar heet. Toen wij in Alkmaar moesten spelen, was hij er ook. De vrouwen en de vriendinnen van de spelers van Zwartemeer riepen hem en Carell ging gezellig bij die vrouwen zitten.’’

Sportclub Drente hield in 1971 op te bestaan. Van welke voetbalclub bent u zelf supporter?

,,Van Emmen en FC Twente. Voor Emmen heb ik jarenlang als vrijwilliger commercieel werk gedaan. Ik heb daar een seizoenkaart voor het leven. Ik vind het fantastisch dat de club nu alweer twee jaar in de eredivisie zit. Vroeger moesten veel spelers en supporters van Zwartemeer en SC Drente niets van Emmen weten. De Emmer Courant , mijn toenmalige werkgever, speelde daar ook wel een rol bij. Zelfs als Emmen verloor, dan stond er nog in de krant dat Emmen technisch beter was. Daar werden clubs uit andere dorpen natuurlijk wel een keer flauw van.’’

U noemde voetbal kijken als een grote hobby. Dan heeft u zware maanden achter de rug.

,,Wat dat betreft wel. Door die corona lag alles stil. Nu wordt er in bepaalde landen alweer gespeeld, maar zonder publiek. Ik kan daar niet naar kijken, vind het zo sfeerloos. Ben benieuwd hoe het straks allemaal gaat. Er mogen veel minder supporters in de stadions en zingen en schreeuwen is verboden. Het lijkt me een lastig verhaal. Hoe handhaaf je dat allemaal en wie mag er wel en wie niet in het stadion? Het coronavirus lijkt op zijn retour, maar we zijn er nog lang niet van af.’’


Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
Hoe is het nu met