Minder bureaucratie, meer (kleinschalige) opvangmogelijkheden, minder aanbieders, kortere wachtlijsten. Tien professionals geven de gemeenteraad een inkijkje in de Hoogeveense jeugdzorg en benoemen pijnpunten en kansen.

Gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor de jeugdzorg. Een complexe sector, waarin veel geld omgaat. Voor Hoogeveen ging het in 2019 om zo’n 17,5 miljoen euro, bestemd voor de hulp en zorg aan 1784 kinderen en jongeren met bijvoorbeeld (gedrag)stoornissen, opvoedkundige en/of psychische problemen.

Een paar procent van de jeugdigen (‘het topje van de ijsberg’) kampt met zo’n ingewikkelde zorgproblematiek, dat ze niet meer thuis kunnen wonen en soms in de gesloten jeugdzorg zitten. In Hoogeveen gaat het om ongeveer 35 kinderen, die per zorgplek meer dan een ton per jaar kosten.

Geld en inhoud

De gemeente Hoogeveen heeft een visie op jeugdzorg, maar de gemeenteraad wil weten aan welke knoppen (inhoudelijk én financieel) gedraaid kan worden om de jeugdzorg effectiever te maken. Dus meer grip op het geld, maar ook: wat betekenen de bijsturingen voor het kind?

Hoewel er nog genoeg verbeterd kan worden, hebben professionals van tien organisaties uit onder meer onderwijs, welzijn, opvoeding, (jeugd)gezondheidszorg en maatschappelijk werk, de ervaring dat er steeds beter wordt samengewerkt. Bijvoorbeeld op het terrein van preventie. Kinderen met bepaalde problemen komen daardoor sneller in beeld. Toch is de gewenste situatie van één regisseur per gezin nog niet bereikt. Het komt voor dat tien of meer zorgverleners over de vloer komen.

Leuren

Ook zijn er soms lange wachtlijsten, met name voor specialistische, meervoudige zorg: 18 tot 25 weken is dan geen uitzondering. Vooral voor kleinschalige (crisis)opvang is de situatie nijpend. ,,Het is soms leuren om kinderen met meervoudige problemen die in de knel zitten snel een veilig onderkomen te bieden’’, schetst jeugd- en gezinswerker Jacqueline Staal.

Clustermanager Jurre de Jong van Ambiq ziet dat ook en pleit voor meer kleinschalige mogelijkheden voor (crisis)opvang, met maximaal vier plekken.

Om deze jeugdigen toch zo snel mogelijk te kunnen helpen, wordt waar mogelijk maatwerk toegepast. ,,Dat kind kan namelijk niet wachten’’, stelt Iris Heitkamp, praktijkondersteuner bij huisartsen. Dus zoekt ze naar andere zorgaanbieders, die een deel kunnen oppakken. ,,Dat gat kan ik helaas niet op een andere manier opvullen.’’

‘Te veel aanbieders’

Maar juist de veelheid van aanbieders in de jeugdzorg - in Hoogeveen alleen al meer dan honderd - is volgens het werkveld geen goede ontwikkeling. ,,Het zijn er veel te veel’’, meent schoolmaatschappelijk werker Mirte Bleijenberg.

Ze doelt vooral op het grote aantal beschikbare coaches. Paardencoach, kattencoach, zwemcoach, hondencoach. ,,Die hulpvraag kan ook prima bij het lokale welzijnswerk komen te liggen. Daar is geen dure tweedelijnszorg voor nodig.’’

Bleijenberg krijgt bijval van jeugdreclasseerder Maarten Blankestijn. ,,Kijk maar eens wat ten aanzien van jeugdzorg allemaal in de provincie Drenthe wordt aangeboden’’, zegt hij. ,,Het is echt schrikbarend wat allemaal mogelijk is.’’

Kanteling maken

Hilga Sijbring, gemeentelijk jeugdconsulent, vindt dat beleidsuitvoerders ook een kanteling moeten maken. ,,We zijn met dingen meegegaan waarvan we nu zeggen: hebben we daar serieus zorg voor afgegeven? Het zit niet alleen bij de ouders, maar ook bij ons.’’

Mirte Bleijenberg constateert wel dat ouders snel geneigd zijn een stempel op hun kroost te plakken. ,,Soms hoort bepaald gedrag gewoon bij een kind’’, stelde ze. ,,Dat kan een periode in de opvoeding zijn. Niet alles hoeft meteen opgelost te worden. Het kan al helpen om dat gewoon naar een ouder uit te spreken.’’

‘Minder steun’

Volgens Alinda Winkel, jeugdverpleegkundige bij de GGD, hebben ouders bij vragen rond opvoeding nu veel minder steun in hun directe omgeving dan vroeger. ,,Ze zijn vaak beiden aan het werk en soms staat er veel druk op het gezin.’’ Ook zijn ouders er soms heel goed in om de jeugdhulp buiten de deur te houden, vult jeugd- en gezinswerker Jacqueline Staal aan.

Tot slot klinkt bijna een eensluidende oproep om de bureaucratie in de jeugdzorg te verminderen. Ontzettend frustrerend, meent Mirte Bleijenberg. ,,Het kost onnodig veel tijd en geld.’’

Ze geeft een voorbeeld: ,,Als we na overleg met diverse partijen tot de conclusie komen: er is hier meer nodig, hulp van een andere organisatie, dan moeten we een enorm formulier invullen. Dat kost echt uren werk. Ik denk dat we dat als zorgprofessional best zelf in kunnen schatten.’’ Bleijenberg pleit voor kortere formulieren die rechtstreeks bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) kunnen worden afgestempeld. De GGD is dat met haar eens.

Huiswerk

En zo stonden er afgelopen donderdag nog veel meer aandachtspunten in de jeugdzorg op de raadsagenda van Hoogeveen. Maar dan zou het nachtwerk worden. En dus komt er nog een vervolgbijeenkomst.

Welke financiële en inhoudelijke maatregelen en besparingen mogelijk zijn, blijft voorlopig dus nog onduidelijk. Maar de interessante sessie heeft wel tot meer inzicht en begrip geleid over beleid en uitvoering binnen de complexe en uitdagende jeugdzorg. En huiswerk voor wethouder Werner ten Kate.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe