De gemeente Midden-Drenthe gaat de verpauperde garage Van Dam in Hoogersmilde aanpakken, goedschiks of kwaadschiks, maar garagehouder Hendrikus van Dam weet van niets.

,,Ik ben nog nooit benaderd door de gemeente met vragen over de aanpak van de gebouwen. Niet schriftelijk, niet telefonisch. Dus officieel weet ik van niets. Ik heb dan ook geen idee wat de plannen zijn’‘, zegt Van Dam (73).

‘Het dak zal maar instorten’

Wel kreeg Van Dam enige tijd geleden de gemeentelijke contactambtenaar voor Hoogersmilde op bezoek. ,,Hij wilde even in de panden kijken. Daar heb ik een stokje voor gestoken. De boel zal op dat moment maar instorten, dan zit ik met de gebakken peren. Nee, ik heb gezegd dat hij vanaf de openbare weg naar binnen mocht kijken. Nou, dat heeft hij gedaan.’‘

Het complex aan de Rijksweg, waaronder een showroom met auto’s onder een dikke laag stof, het vroegere ouderlijk huis, het bijbehorende melkfabriekje en de maalderij, staat al 24 jaar te verkrotten. Het is omwonenden, de gemeente en Dorpsbelangen Hoogersmilde al jaren een doorn in het oog. Op last van de gemeente plaatste Van Dam al eens een hek aan de voorzijde om te voorkomen dat passanten zouden worden getroffen door vallend glas of puin.

Erfenis-kwestie nog altijd niet opgelost

Van Dam bestierde de garage samen met zijn vader en broer. Sinds senior in 1997 overleed is er onenigheid in de familie over de verdeling van de erfenis en is er niets meer aan de gebouwen gedaan. De kwestie is nog altijd niet opgelost. ,,Binnenkort hebben we weer een zitting bij het gerechtshof in Leeuwarden’‘, zegt Van Dam, die achter de vervallen gebouwen nog altijd een garagebedrijf runt.

De oude garage Van Dam was voor de gemeente Midden-Drenthe aanleiding nieuw beleid te maken om eigenaren van verpauperde gebouwen aan te pakken. Een extern bureau kreeg in ruil voor 10.000 euro opdracht een plan van aanpak te maken. Dat plan is nu klaar en wordt donderdag door de gemeenteraad besproken. Het bureau heeft de mogelijkheden op een rij gezet om de problemen op te lossen en, als dat niet lukt, wat de (juridische) mogelijkheden zijn om op te treden tegen de eigenaar.

Dat Van Dam niet is benaderd, kan kloppen. Volgens de gemeente wordt eerst in kaart gebracht wat precies het probleem is en hoe dat kan worden opgelost. Vervolgens worden alle (on)mogelijkheden, ook in juridisch opzicht, op een rijtje gezet. Pas dan volgt een gesprek met Van Dam. ,,Waarom draaien ze de volgorde niet om? De gemeente weet precies hoe de vork in de steel zit.’‘

‘Ik ben niet de eigenaar’

In de brief die het college van B en W over dit onderwerp aan de gemeenteraad stuurde wordt ‘de heer Van Dam’ consequent als eigenaar betiteld. Hij fronst zijn wenkbrauwen: ,,Ik ben de eigenaar niet. Dat zijn de erven, mijn zus en ik dus, want mijn moeder en broer zijn ook overleden. En met mijn zus praat ik sinds de onenigheid niet meer. We hebben contact via advocaten’‘.

De gemeente ziet het liefst iets nieuws verschijnen op de plek van de zwaar verwaarloosde gebouwen. Zoals zorgappartementen voor ouderen, want daar is in het dorp behoefte aan. ,,Dat heb ik ook horen zeggen. Wat een onzin. Er is in Hoogersmilde een mooi complex voor ouderen, maar dat is voor de helft gevuld met jonge mensen. Anders krijgen ze de boel niet vol.’‘

Van Dam zegt zich niet druk te maken. Ook niet als de gemeente besluit dwangsommen op te leggen. ,,Ik kan niks, want ik ben niet de eigenaar. En ik heb ook niks. Als de rechtszaken zijn afgerond, hoop ik wél de eigenaar te zijn.’‘

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe