Directeur Drents Landschap Sonja van der Meer blikt terug op haar eerste periode. Foto's: Marcel Jurian de Jong

Sonja van der Meer, schatbewaarder van Drenthe: 'De provincie is in alles gevormd door mensenhanden'

Directeur Drents Landschap Sonja van der Meer blikt terug op haar eerste periode. Foto's: Marcel Jurian de Jong Foto: Marcel Jurian de Jong

Op het moment dat Sonja van der Meer in dienst treedt van Het Drentse Landschap, is deze stichting vrijwel alleen met natuurbeheer bezig. Twintig jaar later is ze directeur. Het Drentse Landschap is intussen hoeder van de grootste verzameling monumenten in de provincie. Een verhaal over een natuurbeschermer die een monumentenreus werd.

Orvelte, 1999. Het rommelt in het historische esdorp. De stichting die verantwoordelijk is voor het behoud van het erfgoed, heeft het moeilijk. Al sinds eind jaren zeventig is het bestuur van Stichting Orvelte vooral bezig ruzies met bewoners bij te leggen, financiële crises af te wenden en organisatorische problemen op te lossen. Aan de vooravond van het nieuwe millennium lijkt een faillissement onafwendbaar.

Op dat moment is Sonja van der Meer koud in dienst van stichting Het Drentse Landschap. Als kersvers pr-medewerker maakt ze, zo blijkt achteraf, hét omslagpunt mee in de geschiedenis van de stichting. De provincie vraagt Het Drentse Landschap de 64 monumenten in Orvelte over te nemen. Het Drentse Landschap, tot dan toe vooral beschermer van natuur, gaat akkoord.

Schitterend gebouwencomplex

Assen, 2019. In een bescheiden, maar prachtig historisch gebouw in de Kloosterstraat werkt Sonja van der Meer nog altijd voor de stichting waar ze twintig jaar geleden haar carrière begon. In haar lichte kantoor aan de achterzijde kijkt ze uit op een binnentuin van het Drents Museum, ook al zo’n schitterend gebouwencomplex. Het lijkt wel alsof deze historische omgeving Het Drentse Landschap als vanzelf de weg heeft gewezen na de plotselinge omslag van 1999.

Van der Meer is allang geen pr-medewerker meer. In 1998 moest ze haar eigen baan creëren, nu is de communicatie-afdeling een geoliede machine en een belangrijke component in de jacht naar naamsbekendheid en donateurs. Van der Meer klom op tot hoofd communicatie, een rol die bij haar paste. Meer ambieerde zij niet, maar toen de directeur van Het Drentse Landschap in september 2017 moest vertrekken vanwege een verschil van inzicht met de rest van de organisatie, werd Van der Meer gevraagd zijn functie over te nemen rust en vertrouwen terug te brengen onder de 42 werknemers en honderden vrijwilligers.

Dat lukte, ze zit in het DNA van de stichting. Ze groeide mee met de nieuwe rol van Het Drentse Landschap van natuurbeschermer én hoeder van het Drentse erfgoed.

Erfgoedorganisatie

„Orvelte was een enorme opgave”, herinnert Van der Meer zich. „We hadden wel wat gebouwen in bezit, maar dat ging meestal om boerderijen die toevallig op onze natuurgronden stonden. Er was geen actief gebouwenbeleid, maar dat veranderde compleet. Van een natuurbeheerder werden we ineens ook een erfgoedorganisatie. Nu weten we niet beter en maakt erfgoed onlosmakelijk deel uit van onze landschappen en natuur. Drenthe is in alles gevormd door mensenhanden, dat kun je ook eigenlijk niet los van elkaar zien.”

Inmiddels is er geen partij in Drenthe die zoveel monumenten in bezit heeft als Het Drentse Landschap. De afgelopen jaren werden molens (onder meer zeven stuks in Coevorden), kerken, monumentale boerderijen en zelfs complete havezaten en landgoederen (denk aan Oldengaerde in Dwingeloo en Overcingel in Assen) overgedragen aan de stichting.

In haar twee jaar als directeur heeft Van der Meer daarom de erfgoedtak van de stichting definitief gelijkgesteld aan de natuurtak. Er is zelfs even getwijfeld of een naamsverandering niet passend zou zijn. Maar dat ging net te ver, vindt ze. „Onze naam is zo bekend, daarvan moet je afblijven. Wel hebben we de afgelopen twee jaar enorm ons best gedaan om het publiek bekend te maken met het feit dat we ook aan erfgoedbeheer doen.”

Oldengaerde was wat dat betreft een geschenk uit de hemel. „Dat is zo’n mooi object, het leverde veel positieve reacties op. We zijn heel bewust reclame gaan maken voor dit landgoed.”

(Tekst leest door onder de foto)

loading

Tachtig monumentale gebouwen

Ondertussen is Het Drentse Landschap met het Rijk in gesprek om tachtig monumentale gebouwen in Veenhuizen over te nemen, veruit het grootste project van Het Drentse Landschap sinds de overname van Orvelte. Zo groot zelfs, dat de overname moet gebeuren in een consortium met Stichting BOEi, gespecialiseerd in herbestemming en restauratie van cultureel erfgoed, en de Nationale Monumentenorganisatie.

„Veenhuizen is zo’n groot project, dat kunnen wij niet alleen. De andere twee stichtingen hebben enorm veel expertise op het gebied van monumentenzorg, wij zijn als provinciale stichting bekend met de lokale situatie. Die combinatie is heel sterk, denk ik. Drenthe heeft in vergelijking met andere provincies al niet zoveel aansprekend erfgoed, dus moeten we Veenhuizen koesteren en zorgen dat het via ons in Drentse handen blijft.”

Het wachten is nu op de verkoopprocedure van het Rijk. Dat is een openbare inschrijving gestart voor belangstellenden. In februari wordt duidelijk welke partijen daadwerkelijk aanspraak maken. Vanwege de strenge voorwaarden (de koper moet onder meer ervaren zijn in erfgoedrenovatie en alles in één keer willen overnemen) lijken andere partijen kansloos. Toch kan Van der Meer niets zeggen over de kansen voor haar stichting.

De twijfel zit ’m erin dat Het Drentse Landschap van meet af aan heeft aangegeven een bruidsschat te willen, terwijl het Rijk juist wil verdienen aan de verkoop. „Niet alle gebouwen zijn rendabel te maken, er is geld nodig om ook het onrendabele deel van Veenhuizen te behouden. Aan de Rijksvastgoeddienst de keuze: ga je voor behoud van het erfgoed als totaal, met daarin het verhaal van Veenhuizen, of het grote geld van een projectontwikkelaar?”

Overname van monumenten is niet zonder gevaar

Intussen zitten ondernemers in Veenhuizen al jarenlang in onzekerheid, weet ook Van der Meer. „Ondernemerschap is doorontwikkelen, dan heb je een partij nodig die bereid is om te investeren. Het Rijk doet dat nu niet, wij kunnen dat straks wel. Door heel Drenthe hebben wij ruim zestig ondernemers in onze panden zitten, die zijn heel blij met ons. Wij kunnen met name voor de onrendabele gebouwen veel gemakkelijker subsidies aanvragen dan particulieren. En voor ons is het van belang dat in onze panden goede ondernemers zitten die de huur betalen en daarmee de toekomst van het pand waarborgen.”

Mocht Veenhuizen daadwerkelijk naar het consortium met Het Drentse Landschap gaan, wil Van der Meer zorgen voor een grotere toeristenstroom. „Het is een fantastisch dorp, waar fantastische dingen te doen zijn. En toch zie je dat bezoekers, bijvoorbeeld van het Gevangenismuseum, het dorp te snel weer verlaten. Bezoekers moet je vasthouden, zodat ondernemers daar meer van profiteren. Daar zal onze focus op liggen.”

De overname van monumenten is nooit zonder gevaar. Particulieren, overheden of verenigingen stoten hun erfgoed juist af omdat de panden veel geld kosten. Waarom lukt dat Het Drentse Landschap dan wel?

Expertise, zegt Van der Meer. „Die is bij de gemeenten en provincie de laatste jaren wegbezuinigd. De kennis van molens en kerken ontbreekt, dan wordt onderhoud steeds lastiger. Wij hebben die kennis wél in huis.”

De strategie van Het Drentse Landschap is om met subsidies en schenkingen de boel op te knappen, zodat een exploitatie rond te krijgen is. Een eventuele meegegeven bruidsschat gaat in een fonds. Met het rendement worden onderhoud en renovaties betaald.

„Vooral bij onrendabele objecten, zoals molens, denken we daar van tevoren heel goed over na. Zonder bruidsschat hadden we bijvoorbeeld nooit alle molens van de gemeente Coevorden kunnen overnemen. En een landgoed als Oldengaerde kost veel meer dan het oplevert. Daarbij is gelukkig een grote groep vrijwilligers betrokken. Die zijn bezig een soort ‘vrienden van’-stichting op te richten. Met giften of donaties is dan wat extra’s mogelijk.”

Donateurs

Het aantal donateurs is de afgelopen jaren enorm gegroeid, mede door de communicatie-afdeling te verbeteren. Zo’n 16.000 mensen maken jaarlijks geld over naar Het Drentse Landschap. Die grote achterban is vervolgens weer een groot voordeel bij het aanvragen van subsidies. Groei is mogelijk want waar de natuur in Drenthe wel zo’n beetje verdeeld is, zijn er maar weinig organisaties die het kwetsbare Drentse erfgoed kunnen overnemen als dat door eigenaren wordt afgesloten.

Om te tonen dat Het Drentse Landschap die rol het beste kan vervullen, blijft het laten zien waar de stichting mee bezig is een belangrijk onderdeel van het beleid van Van der Meer. Op verschillende plekken verrijzen de komende jaren informatiecentra, waar over het erfgoed wordt verteld. In Oldengaerde komt een museumhuis, Orvelte krijgt een geheel nieuw bezoekerscentrum en mocht Veenhuizen doorgaan dan komt ook daar een informatiecentrum over al dat materiële erfgoed.

Genoeg te doen dus, de komende jaren. Tot nu toe heeft de stichting nog nooit een object afgewezen, maar Van der Meer ziet erop toe dat de groei gestaag en overzichtelijk verloopt. Zolang de exploitatie op orde blijft en de opbrengsten uit rendabele gebouwen hoger zijn dan de kosten van onrendabele gebouwen, is gestage groei mogelijk. Ook in Veenhuizen, verzekert de directeur met een lach op haar gezicht.

„Ik ben niet zo snel bang voor nieuwe ontwikkelingen en de komende jaren komt vast nog het nodige op ons af. vast nog het nodige op ons af. Maar als we het niet aan zouden kunnen, zouden we er niet voor zijn gegaan.”

menu