Foto uit boek, The deeply rooted, A study of A Drents community in the Netherlands. Door John Y. Keur en Dorothy L. Keur.

Het andere Anderen

Foto uit boek, The deeply rooted, A study of A Drents community in the Netherlands. Door John Y. Keur en Dorothy L. Keur.

‘De professor en zijn vrouw' werden ze in het dorp genoemd, maar ze heetten John en Dorothy Keur. Wat deden deze twee Amerikaanse onderzoekers in de vroege jaren vijftig in Anderen?

Je moet een bus bellen om in Anderen te komen, maar die laat het dorp rechts liggen. Vanaf de bushalte is het een kilometer gaans langs het Nijend, waar hoog hinnikende shetlandpony's in de weide staan. Manege Nijend, tevens kledingverstelatelier, laat weten dat het de Leukste Manege is. Auto's, soepele middenklassers, zoeven met gebogen neuzen voorbij over de klinkers. Bomen kraken in de februariwind.

Dit is Anderen; klein dorp tussen Gieten en Rolde, gelegen naast het Balloërveld. Dit is oud, oud land; hier zijn vuistbijlen aangetroffen die 60.000 jaar voor Christus zijn gebruikt. Anderen, dat volgend jaar zijn 800ste verjaardag viert, had tot voor kort de oudste boerderij van Nederland – met gebinten uit 1376 – maar die brandde vier jaar geleden af.

Moeshappers

Dorp van de Moeshappers wordt Anderen genoemd. Naar het pittoreske gebruik dat iedere nieuwkomer vroeger eerst in een bij de voordeur opgehangen stronk boerenkool moest happen voordat hij zijn huis mocht betreden. Dorp van zes straten, waarlangs ruim honderd huizen. Dorp van 260 inwoners, met achternamen die geregeld eindigen op -ing: Udding, Jobing, Meursing, Huizing.

John en Dorothy Keur troffen in het jaar 1951 hier net zoveel bewoners aan, verdeeld over veel minder huizen. Hij was bioloog, zij antropologe. Ze kwamen uit New York en waren 23 jaar getrouwd. In Anderen mochten ze negen maanden onderzoek doen in het kader van de naoorlogse Marshallhulp.

Ze liepen op een zonnige septembermiddag langs deze zelfde weg Anderen in. Zagen een vrouw op een fiets leisurely pedalling, rosy-cheeked children die op een zandbult speelden, en huizen met ramen die glansden in de zon. Een plezierig, vredig beeld, noteerden ze: bodem en klimaat, flora en fauna, de traditie en geschiedenis van onverzettelijke dorpelingen waren de ingrediënts of a well-mixed fruit cake die Anderen heette. Maar welke complexe diepte zou het dorp in zich bergen?

loading  

Het marshallproject

Hun doel: een social study te maken van het dorp en zijn bewoners. Het bestuderen van kleine gemeenschappen was hot. Dorothy had thuis met belangstelling de gemeenschapstudies gelezen van haar landgenoten de antropologen Conrad Arensberg en Julian Steward. Het Marshallproject zocht onderzoekers die veldwerk wilden doen in het naoorlogse Europa; het echtpaar besloot naar Nederland te gaan.

Daar had namelijk nog nooit iemand een social study gedaan naar welke gemeenschap dan ook. Nou ja, er was wel een sociologisch onderzoek gedaan, maar dat was in Amerika geschreven zonder dat de onderzoekster in kwestie ooit een voet op Nederlandse bodem had gezet. Dat kon dus beter. Bovendien was John van Nederlandse komaf, zijn ouders, bollenkwekers, waren nog niet zo lang geleden naar de Verenigde Staten geëmigreerd; John sprak Nederlands. Hetgeen aanmerkelijk scheelde in de communicatie.

Het duo wendde zich voor advies tot de Groningse socioloog Pieter Bouman, de man die het opsporen van menselijke verhalen hoog in het wetenschappelijke vaandel had staan als een Geert Mak avant la lettre . Een man die het Noorden goed kende. Ze besloten op zoek te gaan naar een rather isolated, small agrarian village with Saxon roots. Daarvan waren er nogal wat in Drenthe in de vroege jaren vijftig.

Ze overwogen Lheebroek. Maar het werd Anderen. Daar wilden ze de samenhang tussen cultuur en natuur observeren. Anderen was nog een klein oud dorp, ontoegankelijk voor de buitenwereld, met tradities die, zo vooronderstelden ze, veroorzaakt werden door de geïsoleerde ligging op zand- en veengrond. Bovendien had Anderen nog een groot voordeel: vlakbij in Gieten was een goed hotel waar ze konden bivakkeren: Hotel Braams. Het ging onlangs failliet.

loading  

Fienergie

Hendrik Huizing was in 1951 een jongeman van 29 jaar. Hij weet nog hoe ‘de professor en zijn vrouw' door het dorp liepen. ,,Hij sprak Nederlands, zijn vrouw had daarmee meer moeite. Tegen haar moest je heel langzaam praten, dan verstond ze het wel. Aardige mensen. Altijd met z'n tweeën. Zij was zo'n klein vrouwtje, een fienegie zeiden wij. Ze kwamen bij iedereen wel twee of drie keer langs. Dat vroegen ze heel beleefd hoor. Ze waren heel innemend, echt niet opdringerig.''

Huizing woonde bij zijn ouders in huis, op het adres dat nu Nijend 5 heet, maar in die tijd werd aangeduid met een F en een cijfer; Anderen had nog geen straatnamen. ,,Ik was boer in hoes, dat was iedereen vroeger. Ze kwamen veel bij mijn ouders over de vloer. ‘Ik heb nog een paar vragen', zei de professor dan. Hij wilde alles weten. Over de akkers. Over de es. En hij raakte niet uitgepraat over het graslandschap bij de Drentse Aa. Dat was zoiets bijzonders, zei hij. Mijn moeder had koppie-koppie, mijn broer Jan ook, want die ging naar de ulo, maar de professor had echt overal verstand van.''

Ook Anderen werd opgestoten in de vaart der volkeren, hetgeen John Keur met enige scepsis bezag. Huizing: ,,Toen de eerste combine in het dorp kwam vond hij dat belachelijk. ‘Dat is bij ons wel nodig', zei hij. ‘Die dingen moeten het land bewerken van Zuid- naar Noord-Amerika. Maar hier? Hier zijn ze in drie weken klaar', zei hij.''

Het dorp moest wennen aan het overzeese bezoek. ,,In 't begin zeiden de mensen: ‘wat doen die lui hier eigenlijk?' Maar later zeiden ze: ‘waarom zijn ze nog nooit hier geweest? Nu mogen ze ook wel eens een keer bij ons langs'.''

Negen maanden lang stortten de Keurs zich op het leven in Anderen. Het onderzoek mondde uit in een boek dat ze The Deeply Rooted noemden; de diepgewortelden. Hun conclusie was dat het traditionele leven in Anderen zo verankerd was dat veranderingen het dorp niet zouden treffen.

Nou …

loading  

Cappucino

Als de professor en zijn vrouw op deze winterfrisse dag door het dorp zouden dwalen, zouden ze toch echt iets anders hebben geconstateerd. De Herberg van Anderen serveert cappuccino en een mooie paddenstoelensoep. Sky Radio laat Michael Jackson horen. En ja: je kunt pinnen, hoewel internet en het mobiele telefoonverkeer hier last hebben van ‘kuiltjes' in de ontvangst. Jeroen, de 28-jarige zoon van herbergiers Wilma en Harrij Creemers, weet waar die kuiltjes zitten: achter in de tuin bij de heg bijvoorbeeld.

Buiten, aan de overkant van de weg, staat ezel Boris vanachter zijn hek smartelijk naar binnen te kijken. Hij weet dat Wilma soms langskomt met oud brood en je weet maar nooit of het nu soms is. ,,Ik loop weleens naar buiten'', zegt Jeroen. ,,Dan zeg ik: 'Wilma komt zo'.''

Anderen is veranderd, natuurlijk. Net als – noem maar wat – Tietjerksteradiel, Tweede Exloërmond, Dwingeloo en Tynaarlo is het aangeraakt door de tijd en daarvoor niet ongevoelig gebleken. Zo op het eerste gezicht laat 'het andere Anderen' zich niet zien. Er staan nog steeds monumentale rietgedekte boerderijen, schijnbaar nonchalant verdeeld rond het oude stratenplan, maar een bord bij de herbergburen meldt dat het alarm afgaat bij onbevoegd betreden van het terrein. Daarvoor hadden ze vroeger Bello.

Het dorp heeft een nieuwbouwwijk, Gevelakkers genaamd: keurige huizen met tuinen voor en achter. Een paar jaar geleden streken hier bewoners uit Tanzania en Congo neer. Maar Charlotte Wachawaseme, Delaya Nkeshimana, Frank Hatungimana en Pelesi Nahimana vertrokken na een jaar naar Assen. Ze hadden in Anderen te weinig contact met de andere bewoners.

In de Herberg van Anderen kun je overnachten, lunchen en dineren, in het jaar 1951 heette de uitspanning café Hofsteenge. Dorpsbewoners groepten bijeen rond de toog en legden een kaartje. Hier zaten John en Dorothy Keur bij de vergaderingen van de Boermarke, de bijeenkomsten van de Plattelandsvrouwen, de toneelvereniging, een 45-jarig huwelijksfeest, de begrafenis van de moeder van de cafébaas, de jaarlijkse schoolvoorstelling Pinocchio .

Ze beschreven het allemaal in The Deeply Rooted . Het Sint Maartenfeest. Sinterklaas. Palmpasen. Hoe de kinderen overal konden binnenlopen, als ze hun klompjes maar uitschopten voor de achterdeur. Ze keken ernaar vanaf de zijlijn, met onderzoekende antropologenogen. En verbaasden zich: dat zwangere vrouwen niet onder een waslijn doorliepen omdat je dan de kans liep dat de navelstreng zich om de nek van de baby wikkelde. Dat er zo weinig criminaliteit was. Ze vertaalden de liedjes, gedichten, toespraken en toneelstukken in het Engels en namen ze op als bijlage in het onderzoek. Who is coming along my window? Anneke Tanneke Toverheks.

Ze noteerden hoe er over de dood werd gedacht: with great show of external stoicism; there is nothing one can do about it . Ze werden genood voor een begrafenis, waar ze observeerden hoe ingewikkeld de logistiek was: omdat er geen begraafplaats in Anderen was en niemand een auto bezat, moest een deel van de genodigden met de bus van Anderen naar Eext. En na de koffie met old wives zagen ze hoe de genodigden de gastvrouw een muntstuk in de hand drukten, als aandeel in de begrafeniskosten.

In The Deeply Rooted werd niemand bij naam genoemd. Om anonimiteit te garanderen gebruikten de Keurs gecodeerde initialen, waarbij de letters een plaats opschoven in het alfabet. Over de jongen H.N. schreven ze het volgende: H.N. is a deviant boy. Een jongen met afwijkend gedrag dus. Een deugniet. Deze jongen had wel wat anders te doen dan zoet spelen op een zandhoop. Wat zei hij tegen de zondagsschooljuffrouw? You can choke on your sundayschool! Stik maar mevrouw, met je zondagsschool. Toch was hij de enige die Dorothy Keur in correct Engels op straat had gegroet. Fascinerend.

loading  

'Ik was wel een belhamel'

H.N., gedecodeerd, staat voor G.M, voluit Geert Meursing, tegenwoordig dierenarts in ruste te Hoog Hazerswoude. ,,Ik was wel een belhamel'', herinnert de nu 71-jarige Meursing zich. ,,Ik ben wel eens door de meester achternagezeten door de weilanden.'' Dat hij Dorothy Keur in het Engels begroette op straat, weet hij niet meer. Maar hij kon goed leren, dus dat zal wel. Op zijn 18de verliet hij het dorp om in Utrecht diergeneeskunde te studeren nadat hij de hbs had afgemaakt. Hij was de enige van zijn klas die naar de hbs ging.

,,Ik was samen met Bertus Boerma de enige van het dorp, wij waren trendsetters zeg maar. Iedereen ging eerst een jaar naar de ulo, de jongens daarna naar de landbouwschool, de meisjes naar de huishoudschool. Maar ik wilde naar de hbs. Want de schoenmaker had gezegd: mijn zoon zit op de ulo, dat is niks, de hbs is veel beter. Toen mijn vader 's avonds terugkwam van het land zei ik: pap, ik wil naar de hbs. En dat gebeurde.''

Het Amerikaanse echtpaar staat hem niet meer zo voor de geest. ,,Veel mensen in het dorp dweepten met hen, maar wij hadden weinig contact. Mijn ouders hielden afstand. Daar waren ze achteraf blij om.''

Veel dorpsgenoten waren in 1954 bepaald niet blij toen The Deeply Rooted verscheen. Een Engels boek nota bene, dat niemand kon lezen, maar waarin wel dingen stonden die de mensen in vertrouwen hadden verteld aan de professor en zijn vrouw. Over de vrije seksuele moraal van de jongeren, die ertoe leidde dat de helft van de Anderense baby's werd geboren binnen negen maanden na de huwelijksvoltrekking. Over de twee zelfmoorden die hier waren gepleegd. Daar had een ander toch niks mee nodig?

Magic Bus

Mussen tjilpen om het hardst in de bomen langs Het Loeg, de cirkelvormige straat die de brink omringt. Achter groepsaccommodatie 't Anderhoes staat een bemodderd blauw busje. Magic Bus staat erop. Het is de bus waarmee ouders hun kinderen naar de school in Anloo brengen. In 1951 had Anderen een eigen school. Natuurlijk. Anderen had toen ook een smederij, een winkeltje voor elektra, een winkel voor klein boerengerief waar je uierzalf ofwel tettensmeer kon kopen en waar de kinderen van Anderen werden betaald voor de eikels die ze ernaartoe brachten, want die werden verwerkt tot varkensvoer.

Vijftien schoolgaande kinderen telt Anderen nu, in de leeftijd van 4 tot 13. In 1951 bezochten 31 leerlingen de lagere school Schepershof, wat neerkomt op meer dan een halvering van het aantal kinderen, want kleuters gingen toen nog niet naar school in Anderen. Age Stiksma, onderwijzer met Friese roots, was van 1976 tot 1985 hoofd van die lagere school.

loading  

De Schepershof was altijd een tweemansschool, maar vanaf 1983 stond Stiksma alleen voor de klas. Het laatste jaar gaf hij nog les aan tien kinderen. Bij zijn afscheid, op de feestelijke ouderavond, voerden ze een programma op te zijner ere: Age's Tiental .

De school is gesloopt. Het bord Schepershof, bevestigd aan de gevel van een woonhuis op dezelfde plek, is het enige dat rest. Toch is het aantal kinderen weer toegenomen sinds de jaren tachtig. ,,Nadat de school sloot kwam hier de nieuwbouwwijk'', zegt hij en in zijn stem klinkt een laatste restje woede door. ,,Daarop preludeerden wij destijds, toen we in Den Haag gingen pleiten voor het voortbestaan van de school. Maar de ambtenaren van het Ministerie van Onderwijs zeiden doodleuk: ‘Wij hebben statistisch berekend dat er over tien jaar nog één kind in Anderen woont.'' Hij leunt achterover in zijn huis aan het Nijend, dat door het zijraam uitzicht biedt op de plek waar vroeger de school stond. ,,Ik heb zelden een grotere leugen gehoord.''

Niet dat hij stilzit. Hij is een van de samenstellers van het boek Anderen, het dorp van de Moeshappers , een uitgave van de Stichting Historie Anderen, weelderig geïllustreerd en helaas compleet uitverkocht. De meester heeft het dorp zien krimpen en groeien, heeft John en Dorothy Keur twee keer ontmoet en hun onderzoek uiteraard gelezen.

Dat het dorp het boek destijds met gemengde gevoelens bezag verbaast hem niet. ,,Maar dat komt ook omdat er jaren later een predikant uit Eext langskwam om daarover een nogal gekleurde lezing te geven. Hij vertaalde Deeply Rooted met achtergebleven gebied. Maar dat was natuurlijk niet zo en dat hebben de Keurs ook nooit gezegd. Zij stelden alleen dat het een geïsoleerd gebied was. In die tijd kwamen de gedetineerde dorpsgenoten met NSB-sympathieën net vrij en de Keurs merkten op hoe vergevingsgezind Anderen was. De mensen hadden elkaar nodig, dat zagen zij scherp.''

loading  

Import

Van Naoberplicht , oude riten en gebruiken is weinig meer over, zegt Stiksma. ,,Het karakter van het dorp is wat dat betreft veranderd. Ik schat dat 60 tot 70 procent van de bewoners bestaat uit import. Toch hebben we een gezond dorpsleven, juist dankzij die nieuwe mensen. Het bestuur van de Stichting Historie Anderen bijvoorbeeld, telt drie leden die hier niet zijn geboren, maar zich wel onderdeel voelen van het dorp. Ik ben daarmee enorm blij.''

Toen de bakker sloot, dreigde ook iets anders te verdwijnen: het door de professor en zijn vrouw zo liefdevol beschreven Palmpasen. Want wie zou de stokhaantjes nog bakken? Meester Stiksma zorgde er persoonlijk voor dat het bleef. ,,De oudercommissie zei: ‘ach, dat haantje op een stokje stelt toch niets meer voor?' Toen zei ik: 'palmpasen? Ik ken dat feest alleen van krantenartikelen'. In Friesland wordt het alleen nog in Akkrum gehouden. Toch mooi om zo'n traditie in ere te houden? Nu wordt het nog steeds gevierd.''

Dorothy en John Keur verlieten Anderen in 1952. Ze reden een paar rondjes door het dorp, nagewuifd door de bewoners. Dorothy vertrok in 1953 naar Zeeland in opdracht van het Committee on Disaster Research , want daar waren de dijken doorgebroken. De professor en zijn vrouw zouden later onderzoek doen naar de impact van het kolonialisme op de bevolking van de Bovenwindse Eilanden. Ze kwamen nog een paar keer terug in Anderen, naar hun vrienden Jan en Geesje Huizing en alle andere mensen die hun Drentse interlude zo hartverwarmend hadden gemaakt. Dorothy Keur stierf op 22 maart 1989 in een ziekenhuis in Montana. John stierf zeven maanden later. Ze werden allebei 85 jaar.

Het boek The Deeply Rooted wordt op de Amerikaanse universiteiten gebruikt, in Nederland bleef hij vrijwel onopgemerkt.

Ja, ze hadden naar een ander dorp kunnen gaan. Een vergelijking van toen met nu zou dezelfde ontwikkeling laten zien; van het in zichzelf gekeerde, autochtone dorp in de wederopbouwjaren tot het woondorp van nu waar een veranderend consumptiepatroon consequenties heeft gehad. Dorpen zonder winkels. Zonder school. Zonder huisarts. Met auto's, waarmee bewoners boodschappen van ver halen. Waar nieuwe, enthousiaste mensen zijn, die buiten willen wonen. Maar waar het overdag stil is geworden.

Anderen zou nooit veranderen, concludeerden de Keurs. De tand des tijds zou niet knagen aan dit dorp.

Mooi wel. De vooruitgang kan een zegen zijn, een vloek of allebei. Het hangt ervan af van welke kant je het bekijkt. Maar één ding is zeker: te stoppen is hij niet.

menu