De restanten van kasteel De Hunenborg in Twente.

Het wemelde in de middeleeuwen van de kastelen in Drenthe en Groningen.

De restanten van kasteel De Hunenborg in Twente. Foto: Albert Speelman

In de late middeleeuwen sloegen Drenten en Groningers elkaar regelmatig de hersenen in. Tientallen kastelen zijn in die periode gebouwd, om de onderlinge twisten te kunnen uitvechten. Diana Spiekhout uit Eelde promoveerde op een onderzoek naar die kastelen.

Het regent en het waait wanneer we met Diana Spiekhout (32) een bezoek brengen aan de Waterburcht bij Eelde. Dat past wel bij het onderwerp waar we het over hebben, want het is een periode van worsteling en strijd waarover haar promotieonderzoek gaat. Ze bracht 134 grotendeels verdwenen burchten, versterkingen en adellijke huizen in kaart in het gebied dat we nu Noordoost Nederland noemen. Een daarvan is de Waterburcht en dat is nog een van de best bewaarde burchten.

Waarom al die kastelen?

De burchten zijn gebouwd in de periode 1050-1450, in de volle en late middeleeuwen dus. Het zal velen verbazen dat er in dit gebied ooit zo veel van die bouwwerken zijn verrezen. De eerste vraag is dan ook: waarom zijn er toen zoveel van die burchten gebouwd?

„Mijn proefschrift gaat over het Oversticht”, leidt Spiekhout het verhaal in. „Dat is het gebied waar nu ruwweg Overijssel ligt, Drenthe, een stukje Friesland en het zuiden van de provincie Groningen. De stad hoort er nog net bij.”

Het Oversticht stond onder het gezag van het bisdom Utrecht. In die tijd was het gewoon dat bisschoppen niet alleen de kerk bestuurden, maar ook hele gebieden uit naam van de koning of de keizer. En zo stond in dit deel van het huidige Nederland dus een bisschop aan het hoofd.

„In de volle en late middeleeuwen stonden die bisschoppen niet altijd sterk in hun schoenen”, vertelt Spiekhout. Ze wijst op de slag bij Ane in 1227, toen een leger van Drentse boeren de troepen van bisschop Otto van Lippe in de pan hakten. Het gezag wankelde en dan heb je al gauw het gedonder in de glazen. In het Oversticht deden lokale heersers zich gelden en er kwamen conflicten. Binnen de stad Groningen bleef de bisschoppelijke vertegenwoordiger, de zogenoemde burggraaf of prefect, loyaal aan de bisschop. Maar hij kwam in conflict met aanzienlijke families in de stad, zoals de bekende familie Gelkinge. Beide partijen zochten weer steun bij partijen uit andere delen van het Oversticht en daar buiten.

loading

Schout Bertold

De Waterburcht is, zo staat in Spiekhouts proefschrift te lezen, waarschijnlijk in de dertiende eeuw gebouwd door ene Bertold, die als schout namens de bisschop in Drenthe de orde moest handhaven. Ook hij raakte betrokken bij de conflicten tussen de door de bisschop gesteunde burggraaf enerzijds, en de Gelkingers en hun Coevordense en Drentse bondgenoten anderzijds. Wanneer het kasteel is afgebouwd, is niet helemaal duidelijk. Het is in elk geval een flinke vesting geweest. De sporen van het grote stelsel van wallen en grachten liggen er nog, zijn deels ook weer zichtbaar gemaakt.

Diana Spiekhout groeide op in Eelde, 1200 meter van de Waterburcht. Toch werd ze zich pas in haar studententijd bewust van de historische omgeving waar ze is opgegroeid. Ze studeerde archeologie. Toen ze eenmaal meer wist van de Waterburcht, besloot ze er haar proefschrift aan te wijden. Het resultaat is een kloek boek van zo’n 800 pagina’s waarin ze de ontstaansgeschiedenis van de 134 kastelen uit de doeken doet. Met luchtfoto’s, kaartjes en tekeningen maakt ze duidelijk waar de kastelen hebben gestaan. Maandag 12 oktober was de promotieplechtigheid.

Bisschop herstelde gezag

Van de meeste kastelen is op het eerste gezicht niets meer te zien. Rond 1400 wist bisschop Frederik van Blankenheim het gezag over het Oversticht weer aan te halen. De onderlinge twisten in het gebied verdwenen, veel van de burchten verloren hun functie. In de loop der eeuwen zijn die goeddeels verdwenen, boeren hebben het vrijgekomen land al weer generaties lang bewerkt.

„Maar soms zie je nog wel wat aan verkleuringen in het gras, bijvoorbeeld”, vertelt Spiekhout. Ze is landschapsarcheoloog, dus ze is niet gaan graven naar achterblijfselen van de vroegere kasteelbewoners. „Je mag ook niet zomaar gaan graven”, zegt ze. „Het is de bedoeling dat archeologische resten zo veel mogelijk in de grond blijven.”

Ook al is er bij de Waterburcht nog veel te zien, Spiekhout vindt de belangstelling uit het dorp wel tegenvallen. „Op Open Monumentendag hebben we hier wel rondleidingen gegeven, toen kwamen er maar anderhalve man en een paardenkop”, zucht ze. „Maar met mijn proefschrift hoop ik toch wat kennis over al deze bouwwerken te kunnen doorgeven.”

menu