Hoe corona voor Hunebedcentrum min of meer uitpakte als geluk bij een ongeluk

Het Hunebedcentrum met keientuin in Borger. Foto: Marcel van Kammen

Voor vele culturele instellingen gaat 2020 de boeken in als een rampjaar door corona. Voor het Hunebedcentrum in Borger markeert het jaar echter een belangrijke wending.

Koerste het museum vorig jaar nog af op een faillissement, ruim een jaar later zijn ze die klap zo goed als te boven, concludeert directeur Harrie Wolters. Sterker nog, die bestempelt de covid-uitbraak als een soort geluk bij een ongeluk.

Even een flashback naar eind 2019: het ziet er niet goed uit voor het Hunebedcentrum. De kosten zijn in de vijf voorgaande jaren steeds verder opgelopen. Zo werd het entreegebouw vernieuwd en het aantal betaalde krachten nam mondjesmaat steeds verder toe. De kosten liepen mede door deze oorzaken behoorlijk uit de pas met wat er aan inkomsten binnenkwam. Met als gevolg dat het Borgerder museum op het randje van het faillissement schommelde.

Gemeente en provincie schieten te hulp met een financieel noodpakket: elk verhoogt de jaarlijkse subsidie met 35.000 euro naar 135.000 euro. Borger-Odoorn sluit bovendien via de Bank Nederlandse Gemeenten een goedkope lening af voor het Hunebedcentrum, waarmee twee duurdere kunnen worden opgelost.

Bescheiden middelen

Maar van het Hunebedcentrum wordt zelf ook het een en ander verwacht. Volgens Wolters is daarom stevig de bezem door de organisatie gegaan. ,,Het aantal betaalde krachten hebben we teruggeschroefd van dertien naar negen, we zijn gestopt met de oproepkrachten en op maandagen hebben wij de deuren gesloten. Zo is het ons gelukt het Hunebedcentrum met bescheiden middelen in de lucht te houden.”

Al die genomen bezuinigingsmaatregelen zijn achteraf een zegen geweest in de aanloop naar corona, legt de museumdirecteur uit. ,,Alle noodzakelijke stappen hadden we immers al genomen voordat covid alles platlegde. Het was eigenlijk een soort geluk bij een ongeluk, waardoor we redelijk goed door dit jaar zijn gekomen.”

Het Hunebedcentrum heeft ondanks alle beperkingen ruim 50.000 bezoekers weten te trekken. ,,Boekhoudkundig tekenen we nog rode cijfers, maar in vergelijking met voorgaande jaren staan we er veel beter voor. Uiteindelijk zie ik dus niet somber in”, lacht de museumdirecteur.

Meer vrijwilligers

Wat volgens Wolters heeft bijgedragen aan het succes zijn de extra handjes dankzij een toename in het aantal vrijwilligers: een stijging van 80 naar 130. ,,Bovendien zijn we een samenwerking aangegaan met sociaal werkbedrijf Wedeka. Ze zitten tegenwoordig bij ons in het pand. We hebben al 15 van hun mensen kunnen wegzetten in onze organisatie.”

Om die positieve lijn mede vast te houden, start het Hunebedcentrum met diverse nieuwe projecten. ,,We willen uitgroeien tot een heus kenniscentrum, waarvoor we de handen willen ineenslaan met de universiteit van Groningen.” In de vorm van een Oerschool en Oeracademie worden straks educatieve en inhoudelijke verhalen aan een groter publiek aangeboden, is het achterliggende idee.

Vet op de ribben

Wethouder Albert Trip van de gemeente Borger-Odoorn ziet ook dat het weer de goede kant op gaat. ,,Het Hunebedcentrum heeft zelf behoorlijk wat ondernomen om de kosten te drukken. Een flink stuk van de problemen zijn inmiddels opgelost. Bovendien hebben ze dit coronajaar goed doorstaan en zijn ze er redelijk ongeschonden uit gekomen.” Extra financiële hulp is daarom volgens de wethouder voorlopig niet nodig. ,,Hopelijk lukt het de organisatie om nu wat vet op de ribben te krijgen.”

menu