Hoe informatie uit DNA-databank leidt tot arrestatie verdachte van verkrachting in Assen: vijf vragen over DNA

DNA-onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Foto: OM

De man die wordt verdacht van verkrachting van een 77-jarige vrouw in Assen zou snel zijn opgespoord via DNA-sporen. Zijn DNA zat in de databank van justitie. Hoe zit dit precies? Vijf vragen over DNA.

DNA staat voor Deoxyribo Nucleic Acid. Dit is de stof in ons lichaam die alle erfelijke informatie bevat. Daarin ligt bijvoorbeeld vast wat voor kleur ogen je hebt. Ieders DNA is anders; alleen eeneiïge tweelingen hebben hetzelfde DNA. Bij alle andere mensen verschilt die unieke code zo duidelijk dat er nooit twijfel bestaat van wie het is.

In DNA zitten wel overeenkomsten die erfelijk worden doorgegeven, waarbij het zogeheten ‘DNA-profiel’ van generatie op generatie nauwelijks verandert.

Hoe gebruikt justitie DNA?

Bij misdaden wordt via sporenonderzoek geprobeerd om de herkomst van biologische sporen te achterhalen. Denk aan spermasporen die worden aangetroffen op kledingstukken van slachtoffers van zedenmisdrijven, krabsporen of bijvoorbeeld bloedsporen op steekwapens. Met dat DNA kunnen mogelijk daders worden opgespoord.

Wanneer kom je in de DNA databank?

Justitie heeft een databank met DNA-materiaal van iedereen die voor een (zwaar) misdrijf in Nederland is veroordeeld. De 37-jarige verdachte van verkrachting van de bejaarde vrouw in Assen is eerder veroordeeld voor geweldpleging en diefstal. Veroordeelden moeten in veel gevallen verplicht DNA-celmateriaal afstaan. Dit is geregeld in de Wet ‘DNA-onderzoek bij veroordeelden’, die sinds 1 februari 2005 van kracht is.

Om welke misdrijven gaat het?

In artikel 67 van het Wetboek van Strafvordering wordt aangegeven welke misdrijven dat zijn. Het komt erop neer dat gekeken wordt naar de maximale straf zoals die in de wet staat voor een misdrijf. Dus niet naar de straf die de rechter voor een misdrijf daadwerkelijk oplegt. De wet geldt ook voor mensen die al veroordeeld zijn voordat de wet inwerking trad en eveneens voor minderjarigen. Veroordeelt de rechter iemand voor een feit waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is? Dan moet de veroordeelde celmateriaal (DNA) afstaan. Een voorlopig-hechtenis-misdrijf is meestal een misdrijf waarop een gevangenisstraf van 4 jaar of meer staat. Maar de afnameplicht van DNA geldt ook voor een aantal misdrijven met een lagere maximale gevangenisstraf.

Is er grote kans op een match?

Een DNA-profiel van een spoor dat in de DNA-databank wordt opgenomen, heeft meer dan 50% kans om vroeg of laat een ‘match’ te geven met een persoon. Soms is dat meteen bij opname in de databank, soms pas na vele jaren. Een DNA-match kan voor een grote doorbraak leiden in ernstige strafzaken. Een voorbeeld is de moord op Andrea Luten in 1993. De dader, Henk F. uit Hoogeveen, werd 17 jaar na het misdrijf opgepakt. In november 2009 werd hij veroordeeld voor huiselijk geweld. Hij moest toen DNA afstaan. Dat DNA kwam overeen met een spoor dat op het lichaam van Andrea was gevonden. Mei 2010 bekende de destijds 41-jarige F. dat hij verantwoordelijk was voor de dood van het 15-jarige meisje uit Ruinen. Hij werd veroordeeld tot 15 jaar cel voor het vermoorden verkrachten van Andrea.

Hoe lang moet DNA-materiaal bewaard worden?

Dat hangt af van het feit waarvoor iemand is veroordeeld. Als de wet voor een strafbaar feit een maximale straf stelt van tenminste zes jaar, blijven de gegevens dertig jaar bewaard. Bij delicten waar een straf van minder dan zes jaar voor geldt moet celmateriaal en het DNA-profiel twintig jaar bewaard blijven.

menu