Edu Nandlal in Utrecht. Foto: Marnix Schmidt

Hoe is het met | Edu Nandlal, ex-speler van FC Emmen en overlever van de SLM-vliegtuigramp? 'Exact tien jaar na de crash vonden ze bij mijn zoon een hersentumor'

Edu Nandlal in Utrecht. Foto: Marnix Schmidt

Waar zijn ze gebleven? Inwoners van Drenthe die uit de spotlights verdwenen praten je even bij. Vandaag Edu Nandlal (57), oud-speler van FC Emmen en een van de elf overlevers van de SLM-vliegtuigcrash in Suriname, waar 176 doden vielen, onder wie vijftien spelers van het Kleurrijk Elftal.

Edu, hoe is het met je daar in Utrecht?

„Het gaat goed nu. Ik klaag niet. Ik ben lekker gelukkig. Niets meer, niets minder.”

Je kwam in 1985 als een van de eerste contractspelers naar FC Emmen, toen nog in de eerste divisie. Uiteindelijk heb je hier twee seizoenen gespeeld. Hoe kijk je daar op terug?

„Een fantastische tijd. Ik kwam als 17-jarig jochie vanuit Suriname naar Utrecht en moest enorm wennen aan mijn nieuwe omgeving. Ik kon niet heel goed voetballen, maar was altijd positief en werkte heel hard. Na drie jaar FC Utrecht had ik het geschoten: de kans om daar door te breken was nihil. Emmen-trainer Theo Verlangen kon wel iemand als ik gebruiken en ik kreeg een contract van 1100 gulden bruto per maand.”

„Toen wilde ik ook in Drenthe gaan wonen, om de omgeving en de mensen te leren kennen. Eerst trok ik in bij de familie van Chris van der Weide en later bij de familie Lubbers in Barger-Oosterveld, die de Boogie Bar bestierde. Weer een totaal andere manier van leven. Drenten zijn binnenvetters, er werd dus niet veel gepraat en wat er werd gezegd, kon ik moeilijk verstaan. Toch werd ik gewaardeerd door mijn instelling. Van 07.00 tot 14.00 uur werkte ik als elektricien en daarna ging ik trainen.”

Je ging daarna twee jaar naar Vitesse en zou terugkeren naar Drenthe, bij hoofdklasser SVBO. Toen kwam de SLM-vliegramp, waar je een incomplete dwarslaesie aan overhield. Desondanks bleef je doorbijten.

„Ik was profvoetballer geweest en wilde daardoor altijd vooruit. Zo goed mogelijk omgaan met de dingen die je overkomen. De dokters waren ervan overtuigd dat ik nooit meer zou kunnen lopen, en dan ben je nog maar 25 jaar oud. Tot ik anderhalf jaar na de crash ineens naast mijn bed stond. Toen zei ik tegen mezelf: Dan gaan we ook lopen, Edu.”

„Ik verloor veel vrienden en teamgenoten bij de vliegramp. Dan kun je jezelf eigenlijk alleen nog maar opwerken. Ik wilde niet dat de bittere dagen de overhand zouden nemen en bleef doorzetten. Nu kan ik dus redelijk goed lopen.”

Voor jou bleef het niet bij dat dieptepunt.

„Het gekke is dat ik na de vliegramp de pijn en het verdriet van de nabestaanden niet echt kon voelen. Ik had het namelijk wél overleefd, dat was mijn ultieme geluk. Ik ontving kaarten uit heel het land, ook uit Emmen, waarin mensen blij voor mij waren dat ik nog leefde. Dat waardeerde ik enorm, maar tegelijkertijd zat ik in een woonkamer vol huilende mensen. Ik ervoer het ultieme geluk in een onvoorstelbaar verdrietige omgeving.”

„Exact tien jaar na de ramp, 7 juni 1999, kreeg ik te horen dat Riva, mijn zesjarige zoontje, een ongeneeslijke hersentumor had. Tien maanden later is hij in mijn armen gestorven. Dat was het zwaarste wat ik heb meegemaakt. Na de dood van Riva, voelde ik opeens heel veel pijn. Precies die pijn die ik na de crash bij anderen zag. Met terugwerkende kracht besefte ik dat.”

loading

En toch zeg je nu dat je ‘lekker gelukkig’ bent. Hoe komt dat?

„Ik heb beide uitersten van het leven gezien. Dan ontdek je wat het leven werkelijk is, al gun ik het niemand. Het is allemaal heel erg zwaar geweest. De tranen, het verdriet, de herinneringen. Het heeft mij ontzettend veel tijd gekost om het allemaal op een rij te krijgen. Maar nu denk ik niet meer aan het verleden. Ik erken het wel, maar ben er van verlost.”

„In 2002 begon ik mijn eigen schoonmaak- een glazenwassersbedrijf (Planecrash BV, red.), omdat ik aan den lijve ondervond dat geen enkel bedrijf een gehandicapte man wilde aannemen. Terwijl je juist in deze sector veel zwakkere mensen tegenkomt. Dus om wat voor deze mensen toen doen, nam ik ze in dienst. Ik heb het bedrijf eigenlijk meer voor hen, dan voor mezelf. Maar stel, ik overlijd en kom terug op aarde, word ik meteen glazenwasser. Ik was een ramp als elektricien.”

Heb je nog doelen voor de toekomst?

„Ik heb nooit wensen in mijn leven, ben bijvoorbeeld al lang blij dat ik kan lopen. Samen met twee dochters en een nieuwe partner, ben ik gelukkig en tevreden. En als het morgen beter gaat, is dat meegenomen.”

loading

menu