Kleny de Jonge-Bimolt.

Hoe is het nu met | Kleny Bimolt, zilveren zwemster van de Spelen in 1964? 'Ik was nu niet graag prof geweest, het plezier lijkt daar weg'

Kleny de Jonge-Bimolt. Foto: Reyer Boxem

Waar zijn ze gebleven? Inwoners van Drenthe die uit de spotlights verdwenen praten je even bij. Vandaag Kleny de Jonge-Bimolt (75), oud-zwemster die zilver won op de Olympische Spelen in Tokio van 1964.

Dag mevrouw Bimolt, hoe gaat het nu?

„Ja, goed! Ik woon nu al ruim veertig jaar in Leens en ik heb het hier naar mijn zin. Al zeg ik ook altijd: als ik mijn huis en mijn tuin op zou kunnen pakken, zou ik het wel ergens anders neer willen leggen.”

Oh, waar dan?

„Ik ben een Drent en dat blijf ik ook. Vlak na de bevrijding ben ik geboren in het vroegere Rode Dorp in Assen, in hetzelfde huis waar ook mijn neef Harry Muskee (van de band Cuby & The Blizzards) woonde. Weliswaar opgegroeid in Groningen stad, mijn hart ligt in Drenthe. Mijn broer woont nog in Grolloo en zegt ook vaak dat ik terug moet komen, maar ik twijfel wel. Weegt wat ik achterlaat op tegen wat ik daar nog terug ga vinden?”

U werd in juni 75 jaar.

„Och man, schei uit. Dat ouder worden vind ik helemaal niet leuk. Je kunt steeds minder, al is de conditie nog goed op peil. Maar als we met de zwemvriendinnen van vroeger samenkomen wordt het meer en meer een samenkomst van rollators, haha.”

U doelt op de dames met wie u vroeger successen vierde? Onder andere Erica Terpstra en Ada Kok.

„Juist. Daar heb ik nog steeds erg goed contact mee. We spreken nog een paar keer per jaar af. Maar Erica heeft twee nieuwe knieën en Ada kampt met een slechte rug. Het wordt er niet vlotter op, maar als ze bijvoorbeeld met elkaar deze kant op komen, halen we gezellig een visje in Lauwersoog en is het weer als vanouds. Dan gaat er een blik verhalen open en is het gillen van het lachen.”

loading

Wat voor verhalen kunt u vertellen over die tijd?

„Ik weet nog dat ik tijdens een toernooi in Minsk, toen nog de Sovjet-Unie, acuut een verstandskies moest laten trekken. Dus ik met een tolk naar een tandarts daar, hartje winter. Ik kwam onderin zo’n stoel te liggen die je in Nederland alleen bij gynaecologen ziet. En die man met Middeleeuws gereedschap tekeer in mijn mond, vreselijk. Besluit de beste meneer om ook even het raam open te zetten, de sneeuwvlokken vlogen me om de oren. Een drama. Maar nu gieren we erom.

„Veel reizen gemaakt samen en veel met elkaar beleefd. Het zijn mijn ‘zussies’ geworden. Toen mijn man in 2012 overleed, namen ze mij het werk en wat zorgen uit handen. Ze waren allemaal op de crematie. Die vriendschappen, dat is het mooiste wat ik aan de topsport heb overgehouden. Ik vraag me af of dat tegenwoordig nog wel zo is.”

Wat bedoelt u?

„Ik zou tegenwoordig geen topsporter meer willen zijn. Het is allemaal zo professioneel geworden, dat ik me afvraag of er nog wel lol uit te halen is. Het lijkt alsof de huidige zwemmers alleen nog voor de Olympische Spelen trainen. Europese en wereldkampioenschappen zijn haast tussendoortjes geworden. Als het niet in het schema past, wordt het afgezegd. Wij zwommen vaker interlands, dat stond toen nog écht ergens voor.

Daarbij wordt er allerlei wetenschap bijgehaald om een honderdste van een seconde verschil te maken. Met onze badpakken sleurden we alleen maar extra kilo’s mee. We trainden genoeg, maar voor ons was plezier maken belangrijker.”

Ligt u nog wel eens in het zwembad?

„Ja hoor, als het weer een beetje goed is, lig ik nog twee keer per week in het zwembad in Leens, waar ik ook nog vrijwilliger ben. Ben dus een ‘mooi weer’-zwemmer geworden, maar dat heb ik wel verdiend na al die jaren. Na de zwemcarrière heb ik ook nog twaalf jaar waterpolo gespeeld.”

U was ook actief als journalist.

„Ja, zeker. Ik heb net niet de veertig jaar volgemaakt bij het Nieuwsblad van het Noorden . Zo’n beetje alle redacties en functies heb ik wel doorlopen. Rond de fusie met de Drentse Courant in 2001, waar deze krant uit ontstaan is, ben ik met pensioen gegaan.”

Hoe vult u nu de dagen?

„In coronatijd ben ik heel druk met het KinderBoekenHuis in Winsum, waar ik plaatsvervangend directeur ben. Dan mogen we weer open, dan moeten we weer dicht. Maar ik ben blij dat ik wat te doen heb, want ik word al bang van de woorden ‘stil’ en ‘zitten’. Daarnaast moet ik zeggen dat het alleen zijn zich wreekt in coronatijd. Helemaal in de eerste golf, toen bleef het bij puzzels maken en lezen. Bellen met vrienden deed ik wel, maar dat wordt lang niet zo gezellig als in het echt..”

Wordt u nog wel herkend als de medaillewinnaar op de Olympische Spelen van Tokio in ‘64?

„Nee, nauwelijks meer. De ouderen herkennen mij soms nog, als ik een naamplaatje op heb in het KinderBoekenHuis. Maar de jeugd zegt het allemaal niets. Daar ben ik blij om, hoor.”

loading

menu