Nemr op vakantie.

Hoe is het nu met | Nemr uit Emmen, die na kinderpardon en documentaire in Nederland mocht blijven? 'Ik heb eindelijk een normaal leven'

Nemr op vakantie. Eigen foto

Waar zijn ze gebleven? Inwoners van Drenthe die uit de spotlights verdwenen praten je even bij. Vandaag Nemr (11), de jongen die vanuit het AZC in Emmen het gezicht werd de strijd voor een ruimer kinderpardon voor vluchtelingen in Nederland.

Hee Nemr, hoe gaat het nu met je?

„Heel goed! Ik ga vanaf maandag weer naar school, ben over naar groep acht. Er zijn eigenlijk geen problemen. Je kunt zeggen: ik heb een normaal leven. Eindelijk!”

Waar woon je nu?

„In Houten, vlak bij Utrecht. We hebben sinds een paar maanden een eigen huis, en wonen dus niet meer in een centrum.”

Hoe is het om daar te wonen?

„Ja, dat maakt me echt heel blij. In het begin was het wel vreemd. Het voelde alsof ik er op bezoek was, maar nu voelt het als mijn eigen huis. Het is ook leuk omdat ik nu makkelijker overal heen kan gaan. Vanuit het centrum kon dat niet altijd.”

loading

Hoe gaat het op school?

„Ja, goed hoor. Ik vind alles daar wel leuk. Dit jaar hadden we thuis les door de corona, maar dat lukte ook wel. We kregen een weektaak en daar werkte ik netjes aan. Door het virus heb ik geleerd om binnen veel dingen te doen, want ik wil niet ziek worden. Maar ik heb ook geleerd dat je door heel lang binnen zitten ook graag naar buiten wil.”

Vind je ook vakken stom?

„Eigenlijk niet. Ja, soms moeten we in één keer een heel lang verhaal opschrijven. Dat vind ik minder leuk, want dan beginnen mijn handen een beetje pijn te doen.”

Je zei vorig jaar dat het niet veel nut had om vriendjes te maken, omdat je steeds moest verhuizen. Lukt dat nu beter, nu je hier mag blijven?

„Ja, ik heb nu veel vrienden. Dat vind ik wel fijn. Het gaat ook veel makkelijker, nu ik niet meer weg hoef. Toen ik op school kwam en mijn naam moest vertellen, kwamen ineens allemaal klasgenootjes naar me toe. Zo van: ‘Ben jij die jongen van het Jeugdjournaal? We hebben jou gezien!’ Dat vond ik wel grappig. Maar ik kan gelukkig normaal over straat, hoor.”

Hoe hoorde je vorig jaar dat jullie in Nederland mochten blijven?

„Het was eigenlijk een heel normale dag op school in Emmen. Opeens kwam de directeur in de klas en vroeg naar mij. Daar schrok ik van. Had ik iets fout gedaan?, dacht ik nog. Maar hij zei dat mijn vader met mij wilde praten via de telefoon. Dus ik ging met hem mee naar zijn lokaal.

„Toen papa het vertelde, had ik er eerst helemaal geen woorden voor. Ik wilde gewoon keihard ‘Jaaaa!’ schreeuwen. De directeur zei meteen ‘gefeliciteerd’ en in de klas ging iedereen klappen. Vrienden in het centrum die ook een status hadden gekregen, waren ook erg blij en bedankten mij. Dat was erg leuk!”

loading

Ben je nog boos op de mensen van de politiek, die eerst zeiden dat je weg moest?

„Ik ben nooit boos. Ik was toen gewoon verdrietig. Want ik snapte niet waarom ik weg moest. Ik voelde me een normale Nederlander en wilde dat alles goed ging komen.”

Je bent ook veel actief op social media.

„Daar zet ik af en toe wat dingetjes op. Bijvoorbeeld dat mensen binnen moeten blijven tijdens corona, of een foto als ik op vakantie ben geweest. Mensen reageren daar altijd vriendelijk op. Daar word ik dan weer vrolijk van.”

Wil je mensen blijven helpen, zoals je vorig jaar hebt gedaan samen met Tim Hofman in de documentaire?

„Dat weet ik nog niet. Ik vind media wel leuk, maar ik wil eerst een beetje ouder worden en meer weten over wat ik wil gaan zijn. Ik wil misschien ook wel tandarts worden, of in een film spelen. Ik ga kijken wat ik leuk vind.”

Heb je nog contact met Tim?

„Ja, onlangs nog. Ze wilden graag bij mij thuis langskomen, maar toen kwam corona. Erg jammer, want ik mis hem heel erg.”

Oh, waarom?

„Toen ik met hem en zijn team was, was alles heel fijn en leuk. Ik kwam op allemaal nieuwe plekken die ik nog nooit had gezien. Ik wil nog meer plekken gaan bezoeken!”

Wil je vanaf nu altijd in Nederland blijven?

„Dat denk ik wel. Ik ben hier geboren en heb hier altijd gewoond. Ik voel me een Nederlander en weet er alles over. Ik zou niet terug willen naar Irak, denk ik. Tenzij mijn vader terug zou gaan, dan weet ik het nog niet. Maar ik ken daar niemand en weet niets over dat land. In Nederland vind ik het veel fijner!”

menu