Roy Somer, de eerste profbokser van Drenthe, heeft tegenwoordig een rijschool in Nieuwegein.

Hoe is het nu met Roy Somer, de eerste profbokser van Drenthe? 'Ik verdiende er weinig mee, maar het leverde enorm veel op'

Roy Somer, de eerste profbokser van Drenthe, heeft tegenwoordig een rijschool in Nieuwegein. Foto: Marnix Schmidt

Waar zijn ze gebleven. Een (oud-)inwoner van Drenthe die uit onze spotlights verdween, praat je even bij. Vandaag voormalig profbokser Roy Somer (67) uit Nieuwegein.

Dag Roy Somer, hoe gaat het met u?

,,Heel goed. Ik woon sinds 1983 in Nieuwegein. Met mijn vrouw Mieke heb ik een autorijschool en een opleidingsinstituut voor rijinstructeurs. Vanwege corona ligt een deel van het werk stil. Dat was wel even wennen voor ons, normaal gesproken hebben we het erg druk. Maar goed, het is niet anders. We hebben nu even rust en daar genieten we ook van.’’

U was de eerste profbokser van Drenthe. Doet u nog iets in deze sport?

,,Nee, helemaal niet. Al jaren niet meer. Ik vind de sport minder leuk dan vroeger. Techniek is steeds minder belangrijk geworden. Kracht, daar draait het tegenwoordig allemaal om. Ik vind het leuk als de slimste bokser wint, in plaats van degene die het hardst kan rammen.’’

U woonde in Assen en Smilde, maar daar kwam u niet vandaan.

,,Klopt. Ik ben geboren in Paramaribo en kwam op 13-jarige leeftijd naar Nederland. Ik was thuis de oudste in een gezin met zeven kinderen. Na een korte periode in Amsterdam te hebben gewoond, verhuisden we met zijn allen naar de Utrechtse wijk Overvecht. Voetballen ging me goed af. In Utrecht speelde ik bij DOS nog enige tijd in de betaalde jeugd. Na mijn middelbare schooltijd ging ik in Utrecht werken bij een bloemisterij.’’

Maar hoe belandde u dan in Drenthe?

,,Mijn toenmalige vriendin raakte in verwachting en we hadden geen huis. Toen ben ik rond gaan bellen en kreeg ik te horen dat we een huis in Assen konden huren. Maar dan moest ik wel zorgen dat ik werk kreeg. Dat lukte, bij aanstekerfabriek Popell. Of ik wel eens eerder in Assen was geweest? Nee, nooit. Toch was het voor mijn gevoel geen toeval dat ik daar belandde. Ik denk dat het gewoon zo moest zijn. Ik heb er nog gevoetbald, in het eerste van Amboina. Daar speelden meer jongens van de aanstekerfabriek.’’

Wanneer begon u met boksen?

,,Nadat ik in 1973 de memorabele bokswedstrijd tussen Muhammad Ali en Lubbers op televisie had gezien. Ik zag Ali dansen in de ring en was daarvan diep onder de indruk. Ik had nog nooit gebokst, maar vanaf toen wilde ik ook profbokser worden. Ik zag het ook als een methode om mezelf te ontwikkelen, om ook in maatschappelijk opzicht een stapje hoger te komen. In Assen ging ik aan de slag bij boksclub Carpentier. Mijn eerste duel verloor ik, maar daarna ging het steeds beter. Van de 45 wedstrijden die ik als amateur bokste, verloor ik er tien.’’

U ging zelfs naar Rotterdam om te trainen.

,,Klopt, ieder weekend. Daar woonde Theo Huizenaar, een geweldige bokstrainer. Hij had ook Bep van Klaveren onder zijn hoede gehad, die in 1928 Olympisch goud won. Toen ik daar kwam, bokste Van Klaveren er nog steeds. Huizenaar was ook al een oudere man, maar zijn trainingen waren nog geweldig. Na de trainingen sliep ik bij mijn ouders in Utrecht. Zij vonden het overigens helemaal niets dat ik bokste. In al die jaren hebben ze nooit een wedstrijd van mij gezien. Ze konden het niet aanzien als ik klappen kreeg. Ze zagen het ook niet als een sport.’’

Wanneer werd u profbokser?

,,In 1978. Ik had toen al een eigen rijschool in Smilde, de plaats waar ik toen woonde. Mijn eerste duel als profbokser was in Ahoy in Rotterdam. Ik had in het begin wat pech, ik brak twee keer mijn duim. In 1983 werd ik in het voetbalstadion van Excelsior in Rotterdam Nederlands kampioen in het vedergewicht. Ook in Zimbabwe heb ik nog in een voetbalstadion gebokst.’’

In 1984 ging u weer naar Afrika, maar toen kwam u onder vuur te liggen.

,,Ik ging boksen in Zuid-Afrika en dat viel bij een aantal mensen verkeerd. Het land kende toen nog apartheid en werd daarom geboycot. Ik vond dat geen reden om niet te gaan. Ik ging om te boksen en sport is juist een middel om zwart en blank bij elkaar te brengen. Dat zag je ook rond de wedstrijd die ik bokste. Ik heb er nooit spijt van gehad.’’

U stopte kort daarna. U won 30 van uw 38 profduels. Heeft u veel verdiend?

,,Nee. Maar het heeft me wel enorm veel opgeleverd. Doorzettingsvermogen en zelfvertrouwen. Zowel in mijn maatschappelijke loopbaan als in mijn privéleven heb ik daar tot de dag van vandaag profijt van. Ook in het gewone leven krijg je soms klappen te verduren, in figuurlijke zin. Dan denk ik terug aan de woorden van mijn oude trainer, ome Theo Huizenaar. ‘Jongen, zorg ervoor dat je niet knock-out gaat’. De naamsbekendheid die ik kreeg als bokser leverde trouwens ook veel klanten op voor mijn rijschool.’’

Waarom woont u in Nieuwegein en niet meer in Drenthe?

,,Mijn huwelijk liep stuk en ik wilde dichter bij mijn familie in Utrecht wonen. Maar Drenthe blijft altijd trekken. Ik heb er een geweldige tijd gehad. Toen jij belde voor dit interview kreeg ik gewoon kippenvel. De mensen in Drenthe zijn zo aardig. Als mijn vrouw Mieke voor zou stellen om te verhuizen naar Drenthe, dan zei ik meteen ‘ja’. Maar ja, dat voorstel komt niet. Zij voelt zich het meest op haar gemak in het westen.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu