Karsten Kroon.

Hoe is het nu met oud-wielrenner Karsten Kroon? 'Wat ik mis aan het profrennen? Het gemasseerd worden!'

Karsten Kroon. Foto: Johannes Timmermans

Waar zijn ze gebleven? Inwoners van Drenthe die uit de spotlights verdwenen, praten je even bij. Vandaag Karsten Kroon (44), oud-profwielrenner, geboren in Dalen. „Het competitieve fietswereldje mis ik als kiespijn.”

Karsten, hoe is het nu?

„Ja, goed! Ik ben met de auto onderweg naar een sessie ademtherapie die ik ga geven aan de paralympische wielrenners van het Nederlands team, die volgend jaar in Tokio voor medailles gaan rijden.”


Dus je bent tegenwoordig ademtherapeut?

„Ja, sinds een jaartje ongeveer. Dat komt omdat ik veel heb geleerd van de technieken van Wim Hof, The Ice Man. Dat vond ik zo’n extreme manier van ontspannen, waar ik een enorm gelukzalig gevoel van kreeg. In de coronaperiode ervaren veel mensen stress en zorgen. Er zijn ademtechnieken waarvan je helemaal tot rust komt. Dat wil ik anderen ook graag laten ervaren.”


Je vond jezelf altijd zo’n drukke jongen. Dan is dit wel een omslag...

„Ik ben nog steeds wel druk, hoor. Maar af en toe vond ik het wel vermoeiend om mezelf te zijn. Hoe kicken is het dan om juist rust te vinden in iets dat je altijd bij je draagt: je adem. Ik heb er ook wel talent voor, al zeg ik het zelf. Nu is het niet zo dat ik iedereen hier per se van wil overtuigen of zoiets. Ik sta ambitieloos in het leven, maar gun iedereen dezelfde ervaringen die ik zelf ook heb gehad.”


Zit je nu alleen maar stil, daar in het Belgische Vroenhoven?

„Wel ietsjes meer, nu de studio van Eurosport in Hilversum dicht is vanwege het virus. Ik ben commentator van de wielerronde Tirreno-Adriatico, maar moet dat nu vanuit huis doen. Dat vind ik niet heel erg. Het scheelt een hoop kilometers.

Daarnaast ben ik nog druk met de verbouwing van onze boerderij. Inmiddels zijn twee appartementen klaar en ben ik met de derde begonnen. Wat betreft sport doe ik nog veel cross-fit en hardlopen. Maar door een ongemak aan mijn voet ben ik toch maar weer wat rondjes gaan maken op de fiets. Veel kilometers maak ik daar anders niet meer op.”


Mis je de wielerwereld eigenlijk nog?

„Mwoah, niet heel erg. Voor mijn werk volg ik alles nog wel, maar op afstand. Het is echt lang geleden dat ik bij een wielerkoers geweest ben. De liefde voor de sport is er nog steeds, en die zal ook altijd wel blijven. Ik sluit het natuurlijk niet volledig uit, maar ik zie mezelf niet terugkeren om er actief aan bij te dragen. Zoals ploegleider of iets dergelijks.”


Zijn er nog dingen die je mist aan het profrennen?

„Het gemasseerd worden, haha. En het honger hebben na een dag trainen, waar je zes uur op de pedalen hebt gestaan. Ik eet nu gewoon minder graag, want na die trainingen smaakte het eten altijd heerlijk. En tuurlijk, de dagen dat ik met ‘de mannen’ op stap was, mis ook wel. Maar het competitieve wereldje mis ik verder als kiespijn.”


Hoe is om verslag te doen van al die koersen?

„Heel eerlijk, dat kan soms best pittig zijn. Als een wedstrijd integraal wordt uitgezonden, moet je toch meerdere uren aan elkaar praten. Gelukkig doe ik het met een collega uit België. Met zijn tweeën kun je dan wat makkelijker een gesprek hebben. Ik ging nog wel eens de kroeg in, een dag voor ik weer moest aanschuiven bij Eurosport. Met een kater duurt zo’n uitzending echt heel lang. Inmiddels bereid ik me altijd goed voor, dan heb je altijd wel iets om over te praten.”



Dan toch nog even over de Ronde van Frankrijk. Die gaat morgen zijn laatste week in. Jij reed ‘m vijf keer uit. Hoe beleefde jij die laatste week?

„Iedereen beleeft hem anders. Een sprinter zit dan anders op zijn fiets dan een klassementsrenner in zo’n laatste week. Maar ik zat toch wel vaak op mijn tandvlees. Man, als ik er zo aan terugdenk, kan ik al moe worden. Die Tour is echt niet te onderschatten.”


En lazen we dat nou goed op sociale media, word je weer papa?

Lachend: „Ja, klopt! Mijn vrouw is woensdag uitgerekend, dus het kan elk moment gebeuren. Heel leuk allemaal. Nu heb ik ook al twee dochters, van twaalf en veertien, maar hier ga ik ook weer vol van genieten.”


Laatste vraag, Karsten: Zien we jou met je gezin ooit nog terug in Drenthe?

„Die kans acht ik niet zo groot. Ik heb hier mijn hele leven opgebouwd. Mijn dochters zijn Belgisch, er komt dus nog een kleine bij. De dingen zijn gelopen zoals ze zijn gelopen en daar kan ik me vrij goed bij neerleggen.”

loading

menu