Hoera, de kippen mogen naar buiten. 'Net als 'de koeiendans? Nee, kippen zijn terughoudend'

Na elf weken heeft landbouwminister Carola Schouten woensdag de ophokplicht voor pluimvee opgeheven. Nu het gevaar van de vogelgriep in onder meer Duitsland geweken lijkt, gaan de staldeuren weer open. En dat is vooral wennen, blijkt op het biologisch-dynamische pluimveebedrijf van Kees en Jolanda Sijbenga in Hooghalen.

Er klinkt een druk gekakel achter de groene rolluiken. Een enkele haan kraait erbovenuit. Alsof de 2940 kippen en de 60 hanen in de stal voelen dat er iets gaat gebeuren. Honden Juul, Jip, Lola en Bibi hebben het in ieder geval wél in de gaten. Nieuwsgierig kwispelend lopen ze met hun baasjes mee naar de kippenschuur.

Nog niks gewend

,,Kippen die voor het eerst weer naar buiten gaan, zijn niet te vergelijken met wat ze bij de koeien de koeiendans noemen, hoor”, tempert Kees Sijbenga alvast de verwachtingen. ,,Ze zijn juist heel terughoudend en vinden het maar raar als er iets gebeurt wat ze niet gewend zijn.”

Zijn duizenden Brown Nick-kippen zijn sowieso nog weinig gewend. Toen de ophokplicht 12 februari inging, waren ze nog bij het opfokbedrijf in Kraggenburg, waar ze vandaan komen. ,,Daar hebben ze een paar weken buiten gelopen. Hier bij ons nog helemaal niet.”

‘Eerlijk voedsel’

Het echtpaar Sijbenga is dit jaar, na veertien jaar biologisch boeren, overgestapt naar biologisch-dynamisch. In plaats van zes mogen ze nu nog vijf kippen per vierkante meter houden, moeten ze de helft van het voer – zoals mais, tarwe en lupine - zelf verbouwen en moet 2 procent van de veestapel bestaan uit hanen.

,,Wij gaan voor eerlijk voedsel en willen ons onderscheiden”, legt Sijbenga de keuze voor de overstap uit. ,,Bij biologische bedrijven geldt tegenwoordig ook al groot, groter, grootst. Dan ben je geen boer meer, maar manager. Dat willen wij niet. Biologisch-dynamische bedrijven zijn kleinschaliger.”

Schrikdieren

Even na 11.00 uur gaan de rolluiken omhoog. Nieuwsgierig steken de eerste kippen hun snaveltjes naar buiten. Het duurt een paar minuten voor de eerste haan zich over de rand van de stal waagt. De meerderheid van de dieren drentelt binnen wat heen en weer.

Maar als een paar dames de haan achterna gaan, volgen er snel meer. De meerderheid fladdert en rent trouwens weer net zo hard terug naar de stal als er een buizerd voorbij vliegt. Dan kan je kippenterrein vijf jaar geleden wel uitgeroepen zijn tot mooiste uitloop van Nederland, de nieuwelingen moeten nog worden overtuigd.

Sijbenga: ,,Kippen zijn echte schrikdieren. Als er één schrikt, schrikken er duizend. Om extra beschutting te bieden, hebben we bomen in ons uitloopgebied.” Een klein groepje van de hele schare verkent na een tijdje al vretend het terrein onder de bomen. De rest heeft nog geen haast. ,,Maar over een paar weken zijn ze allemaal gewend. Dan moet ik ’s ochtends zachtjes doen als ik de deur open, omdat ze anders opgestapeld voor de uitgang zitten.”

menu