Honingbij krijgt minder ruimte op Drentse hei

Bijenhouder Roel Broekman uit Ruinen.

Natuurbeheerders Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten willen steeds minder kasten van bijenhouders op de Drentse heide. De natuurbeheerders zien de honingbij als een bedreiging voor de wilde bij.

,,Omdat er in het verschraalde agrarische landschap ook steeds minder dracht (voedsel) te halen valt voor de bij, zijn wij vooral aangewezen op openbaar groen”, klaagt Roel Broekman uit Ruinen. Hij is secretaris van de Drentse afdeling van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging (NBV). Diezelfde functie vervult hij voor de afdeling in Ruinen.

‘De toegankelijkheid wordt door natuurbeheerders sterk beperkt’

Broekman spreekt van een zorgelijke situatie. ,,De toegankelijkheid voor ons wordt door de natuurbeheerders sterk beperkt. Wij kunnen onze bijen steeds moeilijker plaatsen op de heide, op een paar korven aan de rand ervan na”. Broekman begrijpt de houding van de natuurbeheerders niet, omdat eeuwenlang de honingbij en wilde bij in harmonie met elkaar leefden. ,,Wij vormen met onze bijen absoluut geen bedreiging voor de wilde bij en wij zijn evenmin de vijand ervan. Op het Dwingelderveld alleen al komen 87 verschillende soorten wilde bijen voor. Die dragen wij een warm hart toe, maar er moet toch ook ruimte zijn voor onze bijen om zomerdracht te halen op de heide. De natuurbeheerders echter vinden dat de wilde bij voorrang moet hebben”, aldus de bezorgde NBV-secretaris.

Aantal kasten in het Dwingelderveld bijna gehalveerd

Natuurmonumenten bevestigt dat in het Dwingelderveld het aantal kasten voor honingbijen met ingang van dit jaar is teruggebracht van 60 naar 35, die aan de rand van de heide staan. Het gaat volgens woordvoerder Alje Zandt erg slecht met de wilde bij in ons land. ,,Het landelijk gebied is minder bloemrijk, waardoor ook de wilde bij steeds meer is aangewezen op de heidevelden. Het plaatsen van kasten van de honingbij heeft natuurlijk ook effect op de dracht voor de wilde bij”, zegt Zandt, die een appel wil doen op de imkers om samen met de natuurbeheerders te proberen te zorgen voor bloemrijkere gebieden. ,,Dat is beter dan elkaar de tent uitvechten”, meent hij. Ook Joke Bijl van Staatsbosbeheer stelt dat er sprake is van een zekere terughoudendheid met het plaatsen van nieuwe kasten waar ook een wilde bijenfauna is. ,,Want het gaat erg slecht met de habitat van de wilde bij”.

‘Ook veel vrouwen gaan imkeren’

Bijenhouden wint in ons land aan populariteit. ,,Ook veel vrouwen gaan imkeren”, zegt Broekman. ,,Op de cursus vorig jaar waren van de 48 deelnemers maar liefst 20 vrouwen, in de leeftijd tussen 15 en 60 jaar. Er worden ook steeds meer bijenvolken bij huis gehouden, ook in de stad. Dat is goed mogelijk als je zachtaardige bijen neemt, er goed voor zorgt en goede afspraken maakt met de buren”, stelt Broekman, die zelf al jarenlang verslingerd is aan deze hobby, die hij een verslavende bezigheid noemt.

Dat de animo voor het bijenhouden groeit, komt volgens Broekman doordat mensen zich meer gaan interesseren voor de natuur. ,,Ze horen en lezen dat bijen in de voedselketen een hele belangrijke rol vervullen. Het land is begaan met het lot van de insecten. Het zijn hele nuttige dieren”, benadrukt de Ruiner bijenhouder.

‘De cursus korven vlechten zit al helemaal vol’

Nederland telt momenteel zo’n 10.000 imkers, Drenthe heeft 400 georganiseerde leden van de NBV, verdeeld over verenigingen. Er zijn ongeveer 50 beroepsimkers. In Drenthe zijn twee beroepsimkers, Freek Blom in Emmen en Elmar Mook in Ruinen. Dat de populariteit toeneemt blijkt volgens Broekman ook uit de groeiende deelname aan de cursussen. ,,De cursus korven vlechten in Ruinen zit al helemaal vol”. Op de jaarlijkse bijenboeldag in Ruinen komen veel bezoekers uit het hele land af.

menu