Huiselijke sfeer in Drents Dierentehuis

De winterse rust bij het Provinciaal Drents Dierentehuis in Beilen is betrekkelijk. Achter de schermen wordt hard gewerkt aan de renovatie van het complex. ,,En dat is nodig ook’’, zegt beheerder Alwin Tol.

Opvallend: het dierentehuis in Beilen krijgt een huiskamer. Niet voor de medewerkers, maar voor betalende gasten. ,,Als de hond thuis op de bank mag liggen, waarom dan niet bij ons als de baasjes vakantie zijn?’’, lacht beheerder Alwin Tol.

De wereld verandert en het dierenasiel in Beilen verandert mee. Neem alleen de naam. Geen dierenasiel ’t Zwarvershoes meer. Dierenasiel dekt de lading niet meer en mensen van buiten Drenthe, die op het internet speuren naar net die ene kat of hond, begrijpen niets van ’t Zwarvershoes. Vandaar het wat zakelijkere Provinciaal Drents Dierentehuis.

Minder honden, meer katten

Honden en katten van allerlei pluimage worden opgevangen. Zwervertjes, niet langer gewenste dieren (leuk voor de kinderen, maar eenmaal volgroeid is het schattige er toch een beetje af, van het hondje dus), dieren waarvan het baasje ernstig ziek of overleden is, slachtoffers van verwaarlozing en honden en katten die er tegen betaling mogen logeren zolang het baasje op vakantie is.

,,We vangen jaarlijks ongeveer 500 honden en 1600 tot 1700 katten op. Het drukke seizoen begint in het voorjaar en gaat door tot na de kerstvakantie, met uiteraard een grote piek in de zomermaanden. Het aantal honden is door de jaren heen afgenomen en katten juist toegenomen. Zwerfhonden zijn er nauwelijks meer. De laatste jaren zijn de aantallen redelijk stabiel’’, zegt Tol.

Hoe anders was dat in 1968 toen tussen Beilen en Smalbroek, centraal gelegen in de provincie, het eerste Zwarvershoes de poorten opende. ,,Toen waren er alleen maar honden. Zwerfkatten bestonden niet. Althans, ze waren er misschien wel, maar werden niet naar het asiel gebracht.’’

Renovatie hoognodig

De prille plannen voor een nieuwbouwwijk aan de zuidkant van Beilen, tegenwoordig De Nagtegael geheten, zorgen voor een gedwongen vertrek. En hoewel het nog vele jaren duurt voordat het eerst huis wordt gebouwd, krijgt het asiel in 1985 een nieuwe plek op de huidige locatie aan de Ossebroeken in Beilen. ,,Mooi afgelegen, dus niemand heeft last van het geblaf van de honden.’’

De 1.0-versie van het nieuwe Zwarvershoes is aanzienlijk kleiner dan de huidige opstelling. De hele voorkant, met de balie, kantine, kantoor en vergaderruimte, is er in 2009-2010 nieuw voorgezet. Neemt niet weg dat de tand des tijds behoorlijk heeft geknaagd aan met name de achtergelegen dierenverblijven. ,,Het complex is door de jaren heen wel uitgebouwd, maar nooit gerenoveerd. En dat is hoog nodig. De daken van de dierenverblijven vertoonden scheuren en dus begon de boel te lekken. Het platte dak van het hoofdgebouw had ook z’n beste tijd gehad.’’

De daken zijn inmiddels vervangen en voorzien van isolatie, zodat de dieren zomers een koeler binnenverblijf hebben en ’s winters de koude buiten kan worden gehouden. De bouwstijl van de jaren tachtig laat maar weinig licht van buiten toe. ,,En dus brandt overdag het licht in de gangen. Zes gangen met elk tien tl-lampen plus de verlichting elders in het gebouw, dat vreet stroom. Daarom worden energiezuinige ledlampen aangebracht en staan op het dak zonnecollectoren, zodat we zelf stroom opwekken. Ook hebben we zonneboilers voor warm water op het dak.’’

Geen subsidie

Met gepaste trots laat Tol de gloednieuwe industriële wasmachine en –droger zien. Een stuk duurder dan de gewone huis-, tuin- en keukenapparaten, maar wel bestand tegen grote hoeveelheden haar. ,,Wij produceren dagelijks bergen wasgoed. Dekens, kleedjes en handdoeken. De was- en droogmachine draaien hier 10 uur per dag. Gewone wasmachines zijn na anderhalf jaar volledig versleten. Deze apparaten gaan veel langer mee, zijn groter en wassen veel sneller. Op de lange termijn zijn we een stuk voordeliger uit.’’

De broodnodige renovatie kost het dierentehuis klauwen met geld. En dat valt niet mee voor een organisatie, die het moet hebben van sponsors, donateurs en incidentele giften. ,,Gemeenten hebben een zorgplicht en betalen voor de opvang van dieren die binnen hun grenzen zijn gevonden. Subsidies krijgen we niet.’’

Om extra geld in het laatje te krijgen, is het dierentehuis een mega-actie gestart. Alle mensen, die vanaf 2000 een hond of kat hebben opgenomen, zijn aangeschreven met het verzoek om een vrijwillige bijdrage. Ruim 13.000 brieven zijn per post of email verstuurd. ,,De reacties zijn overweldigend en er komt al het nodige geld binnen. Alleen erg jammer dat er een fout in ons bankrekeningnummer is geslopen. Op onze website staat het juiste nummer.’’

Huiselijke sfeer

Er is al veel werk verzet, maar er moet ook nog het nodige gebeuren, weet Tol. ,,Vooral veel klein onderhoud, zoals schilderen. Graag zouden we in de dierenverblijven een klimaatsysteem aanbrengen. De daken zijn nu weliswaar geïsoleerd, maar dat neemt niet weg dat de temperatuur op warme dagen hoog kan oplopen. En meer zonnecollectoren plaatsen, zodat we meer zelf in onze energiebehoefte kunnen voorzien en minder afhankelijk zijn van energiemaatschappijen.’’

Als niet-gesubsidieerde organisatie moet het dierentehuis, naast de opvang van asieldieren, ook commercieel denken en doen. Zo is er ook een pension ingericht voor de tijdelijke opvang van dieren waarvoor wordt betaald. ,,Voor die dieren willen we woonkamers inrichten met toegang tot een buitenverblijf. Thuis zijn ze de huiselijke sfeer gewend en mogen ze wellicht op de bank liggen, dus waarom bij ons niet als de baasjes op vakantie zijn?’’

Nestjes

De hoofdmoot van het werk van de vaste medewerkers en het legertje vrijwilligers is de zorg voor asieldieren. ,,We hebben ook nog eens 45 gastgezinnen die drachtige poezen en nestjes kittens opvangen. We vinden het belangrijk dat jonge poesjes de eerste maanden van hun leven doorbrengen in een huiselijke sfeer. Als ze oud genoeg voor plaatsing zijn, komen ze terug naar ons. Voor de honden in het asiel hebben we het aantal speelweides fors uitgebreid. We hebben er nu 14 en dat betekent dat de dieren vaker en langer naar buiten kunnen. Als asiel zijn we slechts een tussenoplossing, maar dat betekent wel dat het verblijf bij ons zo prettig mogelijk moet zijn. Verder zijn onze inspanningen gericht op het vinden van goede plekken voor de dieren. Daar doen we het uiteindelijk voor.’’

  loading Ludo is niet vals, maar een mafkees

Uitgangspunt van het Provinciaal Drents Dierentehuis is dat alle honden en katten worden herplaatst. En niet, zoals in andere landen het geval is, dat dieren worden afgemaakt als ze niet binnen drie maanden een nieuw baasje hebben. ,,Wij laten alleen honden en katten inslapen op medische gronden en als de dieren zo agressief zijn, dat ze onhandelbaar zijn’’, zegt beheerder Alwin Tol.

Trends in dierenland zijn ook af te lezen aan het aanbod. Althans, als een bepaald ras uit de mode is, heeft dat z’n weerslag op het bestand van het dierentehuis. En die dieren zijn lang niet altijd even makkelijk aan een nieuw baasje te koppelen. ,,Al een tijd hebben we veel Amerikaanse Bulldoggen en Staffords in ons asiel. Momenteel vormen ze bijna driekwart van ons aanbod. Het zijn drukke, pittige honden, die een strakke opvoeding moeten hebben. Jongeren vinden zo’n hond wel stoer, maar dat valt in de praktijk vaak tegen.’’

Omdat deze honden het imago hebben van vechthonden en er zo nu en dan ook ernstige bijtincidenten zijn, zijn ze moeilijk te herplaatsen. ,,Met de juiste opvoeding kun je er een heel fijne hond aan hebben. Neem Ludo (zie foto), een superenthousiaste Stafford. Hij zit boordevol energie en moet veel beweging hebben. En je moet een sterke baas zijn. Ludo is zo energiek, dat hij in zijn enthousiasme mensen wel eens in hun vingers wil bijten. Niet hard, maar toch. Ludo is niet vals, maar een mafkees. En dan kan het wel eens een jaar duren voordat zo’n dier wordt herplaatst. Uiteindelijk bepalen wij of een plaatsing doorgaat. Vinden we het geen goede match, gaat het niet door.’’

 Bijna 50-jarige staat op eigen benenHoewel het Provinciaal Drents Dierentehuis al bijna 50 jaar bestaat, staat het pas sinds een jaar op eigen benen. Aan de bestuurlijke eenheid met de Drentse Dierenbescherming is met ingang van vorig jaar een einde gekomen.

,,De regionale afdelingen van de Dierenbescherming zijn opgeheven. Alles valt nu onder het landelijke bestuur. Wij konden daarin ook meegaan, maar hebben toch voor een zelfstandig bestaan gekozen’’, zegt beheerder Alwin Tol.

,,Wij zagen niet veel in een bestuur op grote afstand. Als zelfstandige stichting hebben we een eigen bestuur dat wordt gevormd door mensen uit de eigen regio. Wij denken dat dit de betrokkenheid ten goede komt. Aan de samenwerking met de Dierenbescherming is overigens niets veranderd. De dierenambulances, waarvan er zes rijden in Drenthe, weten ons nog even goed te vinden.’’

menu