Adjunct-directeur Harrie Wolters bij een hunebed met naast hem de 3d-printer die replica's van hunebedden produceert.

Hunebedcentrum wil top 30 musea bestormen

Adjunct-directeur Harrie Wolters bij een hunebed met naast hem de 3d-printer die replica's van hunebedden produceert.

Anderhalf miljoen euro ligt op de plank. Genoeg om het Hunebedmuseum een facelift te geven en op te stuwen in de vaart der musea. Als de renovatie eind 2018 is voltooid, moet het museum de barrière van 100.000 bezoekers per jaar doorbreken. Het koningskoppel Klompmaker - Wolters blikt vooruit.

Wat heeft de Drentse ijsbaansoap te maken met miskenning van de hunebedbouwers? Wapperend met een opening van Dagblad van het Noorden komt Hein Klompmaker met het antwoord. ‘Drenthe achterlijke provincie’, is de kop. Het citaat is van D66-fractievoorzitter Bob Bergsma. Hij hekelt de Drentse besluitvorming rond de nieuwe kunstijsbaan.

De stoom komt de directeur van het Hunebedmuseum nog net niet uit de oren als hij de onderkop voorleest: ,We blijven hangen in een hunebedtijdperk.’ Klompmaker ziet in het artikel het zoveelste bewijs dat wij geen idee hebben hoe slim hunebedbouwers waren. ,,Misschien zijn we nu wel achterlijker dan toen. Ach, in Assen en Hoogeveen staan geen hunebedden”, meesmuilt hij.

Veel mysteries

Adjunct-directeur Harrie Wolters knikt: ,,Als je ziet hoe we nu met de aarde omgaan... Hoezo saai, die hunebedden? Juist wie altijd tussen die hunebedden heeft geleefd, ziet niet hoe bijzonder ze zijn. Er er hangen zo veel mysteries omheen.

Hoe konden ze stenen van twintig ton uitgraven uit een gat en brengen naar de plek waar ze hem wilden hebben? Wat is de reden dat ze er na tweehonderd jaar ineens overal mee zijn gestopt? Kwam dat door ziekte? Was er een cultuuromslag? Waarom hebben ze juist op die plek gebouw? Waren er energielijnen? En wat was er op de plek voordat er een hunebed werd gebouwd?”

Vijfduizend jaar na dato wordt het eens een keer tijd om de hunebedbouwers de eer en erkenning te geven die ze toekomt. Een nieuw Hunebedmuseum kan daar toe bijdragen.

Metamorfose

Voor 1,5 miljoen euro krijgt het museum een metamorfose. Er komt een nieuwe entree, dat het oertijdpark met het museum verbindt. Voor de nieuwe expositie worden alle multimediale registers opengetrokken. De oude is gedateerd. Achterhaald ook. Zelfs een van de meest fundamentele inzichten is achterhaald: de methode waarmee hunebedbouwers te werk gingen.

Klinkhamer: ,,Toen wij rond 2003, 2004 de expositie inrichtten, werd verondersteld dat eerst de zijstenen werden gelegd en daarna de dekstenen er bovenop werden gezet. Dat blijkt niet te kloppen. Hunebedbouwers legden eerst de grafheuvels aan. Met menskracht en ossen werden daar de dekstenen op gesleept. Als die op hun plek lagen werd de kanten rondom afgestoken en de zijstenen er tegenaan gelegd. Daarna werd al het zand tussen de stenen uitgegraven. Hieruit blijkt dat er veel meer bij kwam kijken dan alleen een paar stenen op elkaar stapelen. Hunebedbouwers waren slim. Echte architecten.”

Camera lucida

Overigens was Bob Bergsma niet het eerste Drentse Statenlid dat de wenkbrauwen van historici met zijn uitspraken doet fronsen. Lucas Oldenhuis Gratama ging hem in de negentiende eeuw voor. Klinkhamer: ,,Tijdens een lezing in Boedapest verklaarde Oldenhuis Gratama hoe wij in Drenthe de hunebedden wilden opknappen door de dekheuvels af te graven.”

In Londen, in die tijd het Mekka van de wetenschap, schrokken ze zich een hoedje. Met geld, dat in allerijl werd ingezameld, trokken archeologen Lukis en Dryden in 1878 op bliksembezoek naar Drenthe. Drie weken trokken ze met paard en wagen de provincie door. Klinkhamer: ,,Lukis en Dryden waren zestigers. Het moet best afzien zijn geweest voor die mannen.”

Veertig hunebedden tekenden ze haarfijn uit. Hun tekeningen liggen onder meer in het Drents Museum. Ze gebruikten daarbij een camera lucida, een soort cameraatje met zes lensen. Via veilingswebsite eBay tikte het Hunebedmuseum uit de Verenigde Staten een in Rome gefabriceerd exemplaar van messing op de kop. Dat verdient een plek in de nieuwe expositie.

loading

De huidige expositie is in beginsel nog die door prinses Margriet in 2005 is geopend. De wijze van presentatie moet worden gemoderniseerd, met computerbeelden en multi-mediale technieken. En vertaald naar de nieuwste inzichten. Onderzoeken door de Duitse universiteit van Kiel, maar ook opgravingen bij Dalfsen, moeten centraal staan.

Klinkhamer: ,,Bij Dalfsen ligt het grootste grafveld uit de trechterbekercultuur van Europa. Het is van een iets jongere periode dan bij ons. Er is een huisplattegrond en botmateriaal gevonden.” Klinkhamer zou een klein potje voor een kindgraf graag aan zijn museumcollectie willen toevoegen.

Digitaal vernieuwen

Maar een museum vernieuwen, dat doe je tegenwoordig niet alleen fysiek, maar ook digitaal. Op vernieuwing van de website wordt hoog ingezet. Harrie Wolters legt uit: ,,De site moet verder gaan dan waar het museum voor mensen ophoudt. Heel Drenthe is een museum, wij zijn hier de spin in het web. Op de website komen deelverhaaltjes te staan, bijvoorbeeld over het Sleenerzand en hunebed De Papeloze Kerk.”

Zo heeft elk hunebed van de 53 die Drenthe rijk is, zijn eigen verhaal. Bezoek je straks de site dan kun je een virtuele vogelvlucht over de hunebedden maken. Zoom je in op het hunebed van je keus, dan komen de bijzondere details tevoorschijn. Wolters: ,,Onder het kopje ‘Mijn hunebed’ kunnen mensen verhalen en ervaringen delen. Wat vergis je niet: hunebedden hebben voor veel mensen een bijzondere betekenis of kunnen als inspiratiebron dienen.” Onderwijsprogramma’s, wandelroutes, onderzoek naar het voedsel van hunebedbouwers en recepten worden breed uitgemeten op de site.

Top 30

Eind 2018 moet het nieuwe Hunebedmuseum klaar zijn. Doelstelling: de barrière van 100.000 bezoekers per jaar slechten. ,,Daarmee zouden wij de Top 30 van Nederland binnenstormen.” Nu blijft de teller op 85.000 steken en staat het museum ergens in de buurt van de vijftigste plaats.

Ook al is het museum straks up to date, de houdbaarheid blijft beperkt, zegt Wolters. ,,De techniek staat niet stil. Dna-onderzoek maakt steeds meer mogelijk. En dankzij stuifmeel- en pollenanalyses in diepere bodemlagen leren we steeds meer over hoe het landschap er uitzag en waar mensen van leefden. Het zou mij niet verbazen als we na zeven jaar al weer aan een nieuwe expositie toe zijn.”

menu