Drenthe heeft zijn eigen Monster van Loch Ness. Ergens onder het zand tussen Bronneger en Bargeres ligt de Verdwenen Stad Hunsow. Mythe van een door de Vikingen in de brand is gestoken.

Tik in op Google: Drenthe en reuzen. Naast de rovende reuzen Ellert en Brammert is vechtsporter Sem Schilt de enige legendarische Drent die de zoekactie oplevert. Het bewijst hoe onbekend de mythe van De Verdwenen Stad Hunsow is. Zo wereldberoemd als het Monster van Loch Ness is, zo ondergeschoffeld zijn de reuzen van De Verdwenen Stad Hunsow. Want ja, ook in Hunsow moeten volgens de legende reuzen hebben geleefd.

‘Grouwelijcke reusen’

Hein Klompmaker ging op onderzoek uit en stelde met historicus Michiel Gerding en geograaf Hans Elerie een boekje samen. De oudste geschreven bron over de stad Hunsow waar Klompmaker op stuitte, dateert uit 1660: het boek Antiquiteiten , geschreven door Johan Picardt. Deze predikant en historicus uit Coevorden wordt beschouwd als de 'vader van de Drentse geschiedschrijving.' Volgens Picardt moest de stad Hunsow gebouwd zijn door ‘grouwelijcke reusen, die rondrumoerden over de hei.’ Klompmaker: ,,Hunsow moet een stad van grote welvaart en super architectuur zijn geweest. Een havenstad aan de rivier de Hunze. Tussen 808 en 810 zouden Noormannen met hun drakenschepen de Hunze zijn opgevaren om de stad te plunderen en vervolgens in brand te steken. De bewoners zijn volgens het volksgerucht gevlucht naar Groningen in wat nu Hunsingo heet.”

En die reuzen? Klompmaker: ,,Ik kwam de termen giganten en huynen tegen. Huynen zijn reuzen. Ze waren extreem sterk en konden stenen tillen. Vandaar ‘hunebed’. Ze zouden door God met de zondvloed zijn vernietigd.” De naam Hunsow zou van die oorspronkelijke bewoners zijn afgeleid; ‘sow’ staat voor veld of nest. Reuzennest, zoiets dus.

Hunsow als Drens utopia

Het blootleggen van de verdwenen stad Pompeï rond 1860 wakkerde de nieuwsgierigheid in Drenthe aan. Een Hunsow-hype barste los. Archeologen gingen massaal op zoek. Zelfs Albert van Giffen bemoeide zich ermee. Incidentele opgravingen en vage contouren in het landschap zijn echter onvoldoende bewijs. Klompmaker: ,,Vanuit een vliegtuig kun je boven een gebied tussen Valthe en Exloo de contouren van celtic fields, raatakkers uit de ijzertijd, zien. Er zijn ook putten geslagen. Daar zou de stad gelegen kunnen hebben. Maar het kan ook ergens zijn geweest waar nu de wijk Bargeres ligt. Of bij Bronneger. Hunsow is het Drents utopia, dat je altijd moet blijven zoeken maar nooit zult vinden. Dat is het mooie van een mythe. Engelsen noemen dat Invention of tradition .”

Luttele kilometers van het Hunebedmuseum waarvan Klompmaker directeur is, staat in Bronneger het Hunzo-museum van Lammert Hingstman. Bijna net zo knap verborgen als de stad Hunsow zelf. De excentrieke oud-landbouwer stelt voorbijgangers die stoppen bij zijn groenten- en fruitstalletje de vraag: ,,Woi nog wat beleven?” om ze vervolgens mee te nemen voor een gratis rondleiding door zijn museum. De tekst ‘Officieel rampgebied. Niet betreden’, staat op de toegangsdeur van wat hij zijn Walhalla noemt.

Indrukwekkende vondst

Het mag dan een zootje ongeregeld zijn in de schuur, maar de collectie vondsten is indrukwekkend. Volgens Hingstman hét bewijs dat de stad Hunsow bij Bronneger heeft gelegen. Hunsow een mythe? Hij lacht: ,,Ben je gek? Ik heb op mijn land zó veel bewijs gevonden.” Hij somt op waar zijn wichelroede op is aangeslagen: grafvelden, twee watermolens, een boerderij van zestig meter lang, een ijzersmederij, een bronssmederij. ,,Er was een complete industrie en een haven met aanlegsteiger.”

Hingstman acht het onmogelijk dat de stad Hunsow verder zuidwaarts heeft gelegen. ,,De Hunze was tot hier en niet verder bevaarbaar voor de platbodems van de Noormannen.” Zijn oud-medewerker Juri Blome zegt tijdens het werk op het land veel bewijs te hebben gevonden. ,,Met opvallend veel brandsporen, zoals verkoolde resten van balken.” Voor Hingstman is het zonneklaar. ,,Het enige dat ik nog niet heb gevonden, is het plaatsnaambordje Hunsow.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe