Wie één stap over de drempel zet van de klompenmakerij van Lute van de Bult in Beilen gaat 100 jaar terug in de tijd. Maar hoe lang nog? Over moeten, mogen, willen en kunnen.

Houtkrullen op de grond, gereedschappen aan de muur. Oude zagen, beitels en messen. Vlijmscherp. Bij de houtkachel in het midden van de werkplaats is het goed toeven. Machines, zwart van kleur. Voor zijn opa, ook Lute van de Bult, waren ze destijds zo goed als nieuw. Stukken hout en klompen. Veel klompen. Hoewel er niets gebeurt, ademt de ruimte ambacht en historie. Alsof het laatste op maat gemaakte paar net de deur is uitgelopen.

‘Voor klanten maak ik altijd tijd’

Kloppend hart van de werkplaats, De Klomphoek genaamd, is Lute zelf. Bijna 75 inmiddels. Ruime schipperstrui, een stofjas die ook al een tijdje meegaat. En, natuurlijk, klompen aan zijn voeten. Vriendelijke man. Het bezoek is onaangekondigd. ,,Maar voor klanten maak ik altijd tijd’’, lacht hij.

En hij neemt de tijd. Vertelt over zijn grootvader, die ergens eind 1800, begin 1900 met de klompenmakerij begon. In een soort keuterij aan de Foezelsloot, ooit gegraven met de nodige foezel (slechte jenever) achter de kiezen. Gelegen tussen Beilen, toen nog een stipje op de kaart, en Zeum Huuzen. Er stonden gewoon niet meer huizen. Over grootvader, die in 1908 bij de gemeente een verzoek indiende voor de aanleg van een ‘straatweg’ voor de deur. Die verharde weg kwam er een jaar later en liep van Klatering langs de Foezelsloot naar het ‘centrum’ van Beilen.

Over de machine, die in 1930 werd gebouwd en het harde leven een stuk makkelijker maakte. Niet langer hoefde de vorm van de klomp met de hand uit een klobbe hout te worden gesneden. Machinaal draaien. Klomp voor klomp, maar wel elektrisch. De afwerking en het ‘uithollen’ was nog handwerk.

‘Er moest brood op de plank komen’

Over zijn vader, ook Lute, die als 18-jarige de klompenmakerij voortzette. Niet omdat hij het wilde, maar omdat het moest. ,,Hij ging naar school, werd ziek en toen hij herstellende was, zeiden ze: niks naar school, ga maar aan het werk. Er moest brood op de plank komen.’’

Dat gold ook voor hemzelf. Hij groeide op in de klompenmakerij. ,,Elk vrij uurtje was ik hier. Soms verfoeide ik het werk. Waren mijn vriendjes buiten aan het spelen, zat ik hier als 10-jarige klompen te beschilderen.’’ Hij kleurde de signatuur van De Klomphoek in: drie driehoekjes (rood, groen, rood) met dubbele strepen eronder en ernaast op de wreef en drie streepjes onder elkaar op de neus. ,,Moest binnen de lijntjes blijven. Maar omdat het handwerk was, was elk paar net weer anders.’’

‘s Winters schaatsen op de Foezelsloot. ,,In de werkplaats bond mijn vader mij de schaatsen onder en zette mij aan de overkant op het ijs. Er was in die tijd nog geen riolering. Aan de kleur van het ijs kon je zien welk afwasmiddel er werd gebruikt. Roze, groen of blauw.’’

Gelukkig had hij de film van opa nog

Begin jaren zestig stopte senior ermee. De klompenmakerij bleef intact, maar raakte in de vergetelheid. Ruim twintig jaar later erfde Lute het ouderlijk huis en in één klap was hij terug in zijn natuurlijke omgeving. Maar: hij had een klompenmakerij, maar was geen klompenmaker. ,,Ik had het vak nooit geleerd. Gelukkig was er nog een oude film van mijn grootvader. Die heb ik vaak bekeken en ben gewoon aan de slag gegaan.’’

loading  

Het maken van klompen zit hem in de genen. Hij leerde snel en werd goed. Ging parttime als technische man werken in een serviceflat voor ouderen en bracht de rest van zijn tijd door in de werkplaats. Kreeg erkenning en waardering in binnen- en buitenland. Vertoonde twee keer, op uitnodiging, zijn kunsten in de Verenigde Staten. Ladies en gentlemen, this is the wooden shoe maker from Holland. Give him a big hand! ,,Dat was geweldig. Werd in een koets met witte paarden ervoor door de stad gereden. En door een interview op de Amerikaanse tv ben ik in contact gekomen met de nazaten van een ver familielid, die ooit emigreerde. En dat allemaal door de keuze klompen te gaan maken.’’

‘Vier, vijf uur voor één paar klompen. Reken maar uit’

Voor alle duidelijkheid: met het maken van klompen is geen droog brood te verdienen. ,,Met één paar klompen ben ik vier tot vijf uur bezig. Reken maar uit. Bij de Welkoop haal ik ze voor 25 euro. Maar ook de klompenfabrieken hebben het moeilijk. In Nederland zijn er nog elf. Als er over een paar jaar nog vijf over zijn, mogen we blij zijn. Steeds minder mensen lopen op klompen. Maar het was en is mij ook niet om het geld te doen. Ik wilde dit, deze klompenmakerij en dit ambacht, in stand houden. En dat is gelukt. Zie het als een levend museum.’’

En kan hij het stokje overdragen aan de volgende generatie? ,,Mijn zoon zie ik dit niet doen, maar mijn kleinzoon... Die heet ook Lute. Zou mooi zijn als de vijfde generatie Van de Bult ervoor zorgt dat het ambacht niet uitsterft.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe