De aanleg van het windpark eerder dit jaar bij Gasselternijveen.

'Ingesloten dorp' Gasselternijveenschemond weigert strijd tegen windturbines te staken. Welke overheid moet handhaven?

De aanleg van het windpark eerder dit jaar bij Gasselternijveen. Foto: Marcel Jurian de Jong

De bestuursrechter moet de komende weken bepalen welke overheid de vergunning voor het Drentse windpark moet handhaven. Gemeenten of het Rijk?

Dat binnenkort vijfenveertig windturbines rechtop staan in de Veenkoloniën, dat hebben ze min of meer wel geaccepteerd in Gasselternijveenschemond. Maar het lintdorp, met straks zowel links als rechts de molens naast zich, weigert de strijd zomaar te staken. Bevredigend resultaat blijft uit, maar elk nieuw hoofdstuk levert wel nieuwe verbazing op.

Dinsdag zat de lokale vereniging dorpsbelangen (op eigen denkkracht, zonder dure advocaat) bij de bestuursrechter in Groningen tegenover het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Voor de (je zou zeggen eenvoudige) kwestie: wie handhaaft de door het Rijk afgegeven omgevingsvergunning voor het windpark Drentse Monden en Oostermoer?

Brongeluid, megawatts en werpafstand

Dorpsbelangen heeft een hele stapel documenten waarin ze stelt dat de windturbines zoals die op papier in de vergunning zijn beschreven op tal van onderwerpen niet overeenkomen met de turbines die uiteindelijk door de initiatiefnemers zijn gekocht. En dus komen de rekensommen niet overeen met de werkelijkheid.

Bijvoorbeeld als het gaat over de toegestane hoeveelheid ‘brongeluid’, de totale aantallen megawatts of de werpafstand van de turbines - dat is de maximale afstand waarop een onderdeel van een windturbine terecht kan komen als er iets afbreekt. Maar wie moet die lange lijst met bezwaren beoordelen?

Een hiaat in de wet?

Dorpsbelangen dacht in januari 2019 (!) dat ze met hun bevindingen en hun verzoek om tegen het windpark op te treden bij de minister van EZK moest zijn. Als reactie ontving de vereniging eerst een brief waarin stond dat er een hoorzitting zou komen en daarna een brief met de mededeling dat die zitting er níet zou komen en dat de vereniging niet ontvankelijk zou zijn.

Volgens het ministerie zijn de gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn de handhavende partijen ‘als het windpark er staat’. En daarmee werd deze kwestie een voor fijnproevers, want het windpark staat er nog niet. Een hiaat in de wet?

Van het kastje en de muur stapte dorpsbelangen naar de bestuursrechter die in de meervoudige kamer (drie rechters in plaats van één) vooral wetsartikelen en de interpretatie daarvan centraal stelde.

‘Een vergissing’ van de Raad van State, meent het ministerie

De afvaardiging van de minister werd er op gewezen dat de hoogste bestuursrechter in 2018 al eens vaststelde dat ‘de ministers het bevoegd gezag zijn ten aanzien van de handhaving’. Maar, zo durfde de woordvoerder van EZK wel aan, dat moet ‘een vergissing’ zijn geweest van de Raad van State. De advocaat van de windboeren knikte instemmend.

De rechtbank vroeg nog, een beetje buiten de orde, aandacht voor het feit dat de mensen die zich al jaren verzetten tegen de windturbines zich ook al jaren slecht behandeld voelen door het Rijk. En dat het ministerie als arrogant wordt ervaren.

‘Binnen zes weken’ is het streven van de rechtbank om te bepalen wie moet handhaven. En wie kan rekenen op een postpakket uit Gasselternijveenschemond.

menu