Istahil Abdulahi: ,,Als werkgevers mij niet willen als Abdulahi, dan maar niet.”

Istahil Abdulahi (49) uit Emmen is dertig jaar in Nederland, nog steeds wordt haar gevraagd of ze het niet koud heeft hier

Istahil Abdulahi: ,,Als werkgevers mij niet willen als Abdulahi, dan maar niet.” Foto: Siese Veenstra

In de stroeve coronasamenleving waarin afstand de norm is, steekt discriminatie gemakkelijk de kop op. Want onbekend maakt onbemind. Vandaar een serie portretten van Groningers en Drenten die een stap extra moeten doen om de wereld bij te benen. Vandaag deel 6: Istahil Abdulahi (49) uit Emmen, die weigerde de Nederlandse achternaam van haar man aan te nemen. ‘Als werkgevers mij niet willen als Abdulahi, dan maar niet.’

Daar stond ze dan helemaal alleen in een T-shirtje op een station in Hoofddorp. Negentien jaar was Istahil toen ze getraumatiseerd vanuit Somalië, via Kenia naar Nederland vluchtte. Ze had nog nooit van Nederland gehoord, maar kon niet meer terug naar het door oorlog verscheurde thuisland. Dat begreep de IND uiteindelijk ook nadat ze een zelfmoordpoging had gedaan toen ze haar dreigden op het vliegtuig terug te zetten.

De oplossing: ze brachten haar naar het station van Hoofddorp met een treinkaartje en een adres van een asielzoekerscentrum. In Vlagtwedde. Daar mocht ze zelf zien te komen.

Urenlang op het station gestaan

,,Ik heb urenlang op het station gestaan, ik had nog nooit een trein gezien. Ik ben eerst maar gaan kijken wat anderen deden. Het viel me op dat ze allemaal hun voet omhoog tilden om in te stappen. Vanwege het gat tussen de trein en het perron.’’

Na een paar uur rillen liep ze naar een willekeurige trein en tilde ze heel bewust haar voet op toen ze instapte.

,,Weet je wat het gekke is?’’, vraagt Istahil retorisch aan haar eettafel in haar eengezinswoning in Emmen. ,,Ze gaan nu, dertig jaar later, nog steeds precies zo om met vluchtelingen. Dat kan ik niet begrijpen.’’

Istahil had ‘geluk’, een vriendelijke vrouw zag de verwarring in haar ogen en besloot haar te helpen. ,,Ze zei nog: ‘Moet je naar Vlagtwedde? Dat is nearly Germany!’’’ Bij de overstap kocht de vrouw een lunch voor haar en begeleidde haar naar de juiste trein. ,,In Groningen bracht ze me naar de bus en gaf ze me vijftig gulden en haar adres en telefoonnummer. ‘Dag’, zei ze. Ik kwam uiteindelijk om drie uur ’s nachts in Vlagtwedde aan.’’

‘Jij bent aangepast’

Zo begon haar tijd in Nederland. Het land waar alle vluchtelingen het ‘zo goed’ hebben. Waar haar nog ieder jaar rond deze tijd opgelegd wordt om Zwarte Piet niet erg te vinden. Want zij is ‘aangepast’. ,,Maar ik vind het wel erg. Ik heb het jaren niet doorgehad, maar mijn man wel. Pas de laatste jaren dringt het door wat mensen tegen me zeggen.’’

Ze werkte in de horeca van het voormalige Noorder Dierenpark in Emmen. Ze wilde veel liever in de zorg werken, maar kon de opleiding daarvoor niet betalen. Werken zou en moest ze van de uitkeringsinstantie, en de kans in de horeca mocht ze van het UWV niet laten schieten. ,,Ik schepte daar het eten op voor de mensen. Opeens zei een man tegen me: ik wil niet door jou geholpen worden. Ik snapte toen niet waarom, nu wel.’’

Of die eeuwige opmerkingen als het warm is, die ze elke zomer opnieuw te horen krijgt. ,,Nou jij kunt wel tegen de warmte hè? Want jij bent eraan gewend.’’ Of andersom net zo vaak, dat ze het wel erg koud moet hebben hier. Ze neemt een slok van haar thee. ,,Ik heb het net zo koud als iedereen.’’

Ze zucht, ze heeft een hele lijst uitgeprint met zinnen die ze naar haar hoofd geslingerd heeft gekregen. ,,En’’, zo verzekert ze. ,,Dit is nog lang niet alles.’’

Een greep uit discriminerend Nederland:

In de trein: ,,Dag mevrouw, dit is de eerste klas, wist u dat?’’

,,Wat spreek je goed Nederlands!’’

,,Wat een mooie auto, is die van jou?’’

,,Je kunt vast heel goed dansen.’’

,,Mag ik je haar aanraken, dat vind je toch niet erg?’’

,,Waar kom je ECHT vandaan?’’

,,Ik heb veel zwarte vrienden.’’

,,Heb je er wel eens aan gedacht om terug te gaan?’’

Vooral oudere mannen

Het zijn vooral de oudere mannen, valt haar op. Op de meest onlogische momenten moet ze dealen met racisme. Zoals toen ze een oudere dame in haar jas hielp. ,,Haar man zei ineens: ,,Kijk eens, je wordt geholpen door een vrouwelijke Piet!’’ Toen ik daar iets van zei, reageerde hij met: ,,Ik ben zo flauw van die Zwarte Pieten-discussie.’’

Wat soms het meest kwetst? ,,Dat niemand anders er iets van zegt. De keren dat een onbekende voor mij opkwam, zijn mij altijd bijgebleven. Dan heb je even het gevoel niet alleen te staan. Dus trek je mond open als je zoiets hoort, doe iets.’’

Behalve die kwetsende opmerkingen waardoor ze ook na dertig jaar in Nederland nog vaak het gevoel opgedrongen krijgt dat ze er niet bij hoort, heeft ze ook ronduit discriminatie ervaren bij haar sollicitaties. Altijd was het nee of werd ze niet uitgenodigd voor gesprekken. Werkgevers weigerden in haar te investeren, waar dan ook. ,,Toen ik met mijn man trouwde, werd er door mensen die om mij geven gesuggereerd om zijn Nederlandse naam aan te nemen. Dat zou het makkelijker maken. Maar zo wil ik niet aangenomen worden. Als ze me niet als Abdulahi willen, dan maar niet. Dus ik heb mijn eigen naam gehouden.’’

Dus bleef ze werken in horeca, terwijl haar hart in de zorg lag. Wel zette ze zich intens in voor andere vluchtelingen als integratiegids, treedt ze vaak op als gastspreker op scholen en vertelt ze haar levensverhaal en zet ze zich in tegen vrouwenbesnijdenis.

Vrijwilligerswerk

Via haar vrijwilligerswerk keerde haar lot zich voor een keer in haar voordeel, nog maar een paar jaar geleden. ,,Ik vertelde aan een kennis via dat werk dat mijn baan ophield. Toen ik vertelde dat ik graag in de zorg wilde werken, had ze een nummer voor me. Dat bleek iemand bij de Herbergier in Gees. Even later kon ik langskomen om proef te draaien. Dat beviel zo goed dat ze aanboden een opleiding voor me te betalen. Daar ben ik nu mee bezig.’’

Nee, dit leven is niet hoe ze het voor zich had gezien toen ze als achttienjarige als groot talent uitkwam voor het nationaal basketbalteam van Somalië bij de All African Games in Ethiopië. Maar het is wel háár leven. Dat basketballen doet ze nog steeds, nu bij de Mustangs in Emmen.

En die vrouw uit de trein? Ze hebben altijd contact gehouden. ,,Ik heb pas later door gehad wat zij die dag voor mij heeft gedaan. Het heeft mij geïnspireerd me altijd in te zetten voor anderen. Ik hoop dat meer mensen haar voorbeeld volgen.’’

De serie ‘Bekend maakt bemind’ maken we samen met het Discriminatie Meldpunt Groningen en CMO STAMM in Drenthe en is een afgeleide van het Groningse project ‘Verhalen van Nu’. Meer informatie over discriminatie of zelf melding maken: www.discriminatie.nl



menu