Op de eerste dag van de strafzaak tegen Jan B. uit Nijeveen heeft de paardenman niet bepaald zin in een kritisch verhoor van de rechtbank. Maar de vraag blijft: wat wist hij precies van de drugspraktijken in zijn schuur?

Het moet maandag ongetwijfeld door het hoofd van B. zijn geschoten: waar ben ik in godsnaam beland? In de rechtbank van Amsterdam houdt hij maandag zijn groene jas aan. Met zijn wandelstok struint hij de rechtszaal binnen en houdt zich vast aan de tafeltjes. Zijn grijze haren zijn nat van de regen en hangen over zijn kruin.

Zijn gezondheid laat hem meer en meer in de steek. Hij heeft last van de gevolgen van een bloedprop in zijn hoofd en valt tijdens de zitting meerdere keren in slaap. In aanloop naar het fiasco in zijn paardenbak, kwam ook het onvermogen van B. op financieel vlak boven. Zijn administratie was een puinhoop en zijn hang naar geld om schulden tegen te gaan was zo groot, dat hij blind huurcontracten tekende met een vermeende criminele organisatie. De ‘kantoorpikkies’, zoals B. ze noemt.

‘Wablief!?’

De paardenman zit op de eerste procesdag tegen hem en veertien medeverdachten totaal niet te wachten op een kritisch verhoor van de rechtbank. Hij schudt zijn hoofd theatraal als hij de rechtbank aanhoort over wat er allemaal in Nijeveen is gebeurd. Meerdere keren roept hij met zijn diepe stem in plat Drents „Wablief!?” naar een van de drie rechters en meer dan eens onderbreekt hij haar: „Ho eem! ”, schalt het door de rechtbank.

Maar wat wist B. nou eigenlijk van de grootste cocaïnewasserij die ooit in Nederland is ontmanteld? „Niets”, zegt hij. „Ja, toen ik wist dat het misse soep was, maar toen was het te laat.”

‘Klopt geen donder van’

Waarom de paardenman uit Nijeveen bepaalde keuzes maakte afgelopen jaar, is zelfs voor hem niet duidelijk. Zo sloot hij geen huurcontract maar verschillende leasecontracten over paarden met de huurders van zijn stal. Geen idee waarom. „Dat was hun idee. Er kwam geld binnen.” Het enige wat B. nog weet, is hoe het verliep. „Die lui betaalden niet, het ging direct de eerste maand al mis!” Volgens justitie zou hij maandelijks 3500 euro krijgen. „Daar klopt geen donder van”, roept B. door de zaal.

Meerdere malen haalde hij apparatuur en andere materialen voor de wasserij. Naar eigen zeggen op basis van goed vertrouwen. „Ik wist niet beter. Maar ach, jullie zullen toch wel zeggen dat ik overal geld voor heb gekregen.”

Wasserij was een hel

De wasserij in zijn schuur was uiterst professioneel en in theorie zeer lucratief, maar bovenal was het een hel voor de Colombiaanse werklieden, die zeggen als slaven tewerk te zijn gesteld. Het was bijzonder warm, het stonk er verschrikkelijk en er zaten veel mensen dicht op elkaar.

In de loop van juli verslechtert de relatie tussen B. en de huurders. Het aggregaat waar de wasserij op draaide, maakte te veel lawaai. Hij wilde daarvoor naar de politie stappen. Waarom, wil de rechter weten. „Ja, wat moest ik dan doen? Ze eruit schieten?” Zo bedoelde de rechter het niet, ze wilde weten waarom hij een cocaïnewasserij in zijn eigen schuur bij de politie zou aangeven. „Had ik dat maar gedaan, dan was ik aardig beter af geweest. Maar ik wist het toen nog niet, dat zei ik net ook al!”

Dat strookt niet met een telefoongesprek dat B. eind juli met een neef voert. Hij laat hem weten dat de boel nog niet ‘draait’. Toen wist hij wel van de drugs, omdat B. precies in die tussentijd van ‘de grote baas’ heeft gehoord dat hij zich gedeisd moest houden. „Hij zei: rustig maar boertje, het gaat om poeder. We gaan eerst een poosje draaien. Daarna zien we wel weer.”

Nieuwe zaak tegen B.

Zoals het nu lijkt is B. nog niet van justitie verlost. Aankomende woensdag gaat het proces verder, maar naast deze zaak wil het OM een ontnemingsprocedure starten tegen B., die volgens justitie nog meer crimineel geld heeft verdiend dan toch nog toe duidelijk was.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe