Jan Germs neemt afscheid van Huus van de Taol.

Jan Germs (Huus van de Taol) gaat met pensioen: Drents praten is een vorm van rijkdom

Jan Germs neemt afscheid van Huus van de Taol. Foto: Marcel Jurian de Jong

Het Huus van de Taol en Jan Germs, twee begrippen die sinds 2007 vaak in één adem genoemd werden. Germs heeft zich in de ruim achttien jaar dat hij verbonden was aan het ‘Huus’ en voorloper Stichting Drentse Taol ontpopt tot één van de boegbeelden van de streektaol , al is hij zelf beslist te bescheiden om dat toe te geven. En nu zit het erop. Tied veur aandere dinger…

,,Ja, wat nou weer?” Jan Germs veinst irritatie als hij opneemt. Zijn dochter aan de telefoon. ,,Ik geef je mamme even, want ik heb een interview met CNN.” Met een bloedserieuze blik komt hij weer aan de eettafel thuis in Gasselte zitten en gaat hij verder met zijn verhaal.

Een gesprek met Germs wordt niet snel saai. Hij heeft altijd wel een grap of anekdote paraat. Zoals over die keer dat hij op Radio Drenthe een interview gaf over de toenmalige nieuwe website van het Huus van de Taol en hij zich bezondigde aan een Engelse term. ,,Ik zee dat der gien website in Drenthe was die meer up to date was as die van oes. Nou, het was maar even of daor was de eerste beller al. Wat of die Jan Germs wal niet mankeerde met zien ‘up to date’. Wat was der mis met bij de tied?”

Niks natuurlijk, concludeert Germs droog. ,,Maar ook ik gebruik Engelse termen in het spontane, dagelijkse taalgebruik. En ook mijn Drents is door de jaren heen veranderd. Een woord als snel gebruik ik nauwelijks nog, terwijl ik het als kind altijd gebruikte als ik het over een gulp had.” Verandering van taal is een natuurlijke ontwikkeling, zegt hij. „Azijn noemen we allang geen edik meer en een drempel is ook geen zul meer. Ook wel jammer. Als het zo doorgaat, houd je, extreem doorgeredeneerd, alleen nog een accent over.”

Daarom staat er bij het Huus van de Taol een project in de steigers om bijna vergeten woorden en uitdrukkingen vast te leggen. Maar de uitwerking ervan is niet meer aan hem, want zijn tijd in Beilen zit erop. Eind deze week gaat hij met pensioen.

Pionieren

Zo’n achttien jaar geleden is hij de eerste betaalde streektaalfunctionaris van de Stichting Drentse Taol. Een paar jaar eerder is hij er begonnen als vrijwilliger: hij geeft cursussen Drents. Lesgeven is hem niet vreemd, want hij staat op dat moment al bijna 27 jaar voor de klas op de plaatselijke basisschool.

De overgang van het vaste schoolstramien naar zijn nieuwe baan is groot. ,, ’Begun eerst maor even allent. Wij kiekt wal hoe het giet’ , werd er gezegd. Het enige wat ik wist was dat er er vijf werkvelden waren om aandacht aan te besteden: muziek, onderwijs, literatuur, wetenschap en taalpromotie. Weinig weten kan een nadeel zijn, maar ik zag ook een voordeel; als je het vergelijkt met voetbal dan kwam ik binnen bij een club die al vier keer achter elkaar gedegradeerd was. Ik kon eigenlijk weinig fout doen.”

Hij prijst de hulp die hij vanaf het begin gekregen heeft van vrijwilligers, waardoor er in betrekkelijk korte tijd al van alles georganiseerd kon worden. Om zijn eigen kennis bij te spijkeren besluit hij bovendien iedere dag anderhalf uur aan lezen te besteden. ,,Drentse boeken, achtergrondartikelen, Nederlandse boeken van dialectologen… Zo breidde ik mijn basiskennis uit.”

Uiteindelijk krijgt hij versterking van Abel Darwinkel en in 2007 ontstaat het Huus van de Taol uit een fusie met Het Drentse Boek en Stichting Oeze Volk. Germs wordt directeur. Het ‘Huus’ zoekt de samenwerking met alle Drentse gemeenten om onder meer onderwijsmateriaal voor basisscholen te ontwikkelen en elke Meertmaond Streektaolmaond vrijwilligers naar basisscholen in heel Drenthe te kunnen sturen om in het Drents voor te lezen. ,,De gemeenten zorgen er nog steeds voor dat wij jaarlijks het blad Wiesneus kunnen drukken in een oplage van inmiddels 85.000. Tegenwoordig zijn er ook een Groningse en een Twentse variant. Fantastisch toch?”

loading  

‘Netjes praten’

De reactie van kinderen op Drentse lessen is veranderd nu ze vaker in aanraking komen met de streektaal, is Germs’ indruk. ,,Toen ik in het begin op scholen kwam en begon te praten, zag ik ze naar elkaar kijken met een blik van: wat gebeurt hier? Maar de ervaring is dat veel kinderen zulke lessen heel leuk vinden, ook al kennen ze de streektaal van huis uit niet. Kinder vindt het mooi um met taol in de weer te wezen .”

Andersom had hij als meester vroeger zelf wel eens te maken met kinderen die juist alleen maar Drents spraken. ,,Dan is het de kunst ervoor te zorgen dat ook dat kind goed Nederlands leert, want dat is immers de bedoeling op school. Ik had ooit een stagiaire die tegen een Drents pratend jongetje zei: ‘Als je niet netjes kunt praten, kun je je beter helemaal stilhouden’. Belachelijk! Alsof je in het Drents niet netjes kunt praten. Mijn moeder is 89 geworden en heeft haar hele leven alleen maar Drents gepraat en zij was een heel beschaafde vrouw. Je kunt in elke taal beschaafd en onbeschaafd praten.”

De laatste jaren wordt er naar zijn idee over het algemeen positiever aangekeken tegen de streektaal. „Dat is mede te danken aan rolmodellen als Daniël Lohues, maar ook burgemeester Eric van Oosterhout van Emmen. Hij is niet Drentstalig, maar draagt vanuit zijn taalkundige achtergrond wel uit dat meertaligheid waardevol is. Als je Drents kunt, is dat een vorm van rijkdom.” De erkenning van het Nedersaksisch als officiële taal, heeft de streektaal ook geen windeieren gelegd, is zijn overtuiging.

Taolambassadeurs

Het Huus van de Taol telt inmiddels zo’n 180 vrijwilligers, waaronder ook taolambassadeurs en taolvrijwilligers . Elke gemeente heeft één ambassadeur en meerdere vrijwilligers die in dat gebied activiteiten organiseren. ,,Tot voor kort noemden we ze taolschulten en keurnoten , maar die begrippen verwijzen naar functies van vroeger. Die link met het verleden vonden we niet meer passend, want wat wij doen gaat over het nu.”

Germs praat lovend over het vrijwilligersnetwerk en over zijn collega’s. Vraag je hem naar minder mooie gebeurtenissen dan denkt hij ook aan mensen. ,,De keerzijde van werken met fantastische mensen is als er wat met ze gebeurt. Waar ik het echt moeilijk mee gehad heb, is het overlijden van bijvoorbeeld ons bestuurslid Cor Doevendans en dat van Herma Stroetinga. Een project dat mislukt, dat hoort erbij. Mensen, met wie je vriendschappelijk omgaat, verliezen is veel erger.”

Met de komst van nieuwe directeur Renate Snoeijing en streektaalfunctionaris Arja Olthof heeft het Huus van de Taol een mooie verjongingsslag gemaakt, vindt hij. ,,Ik heb Renate en Arja allebei kunnen inwerken. Met beiden kuw hartstikke wies wezen . Renate heeft een commerciële achtergrond en wat meer met de media en op taalgebied hebben we aan Arja een hele goede. Zij heeft een taalachtergrond en ontzettend veel kennis. Ik heb er alle vertrouwen in dat dat goed komt.”

Als pensionado gaat hij straks ook vrijwilligerswerk doen, maar – in ieder geval de eerste jaren – niet bij het Huus van de Taol, zegt hij beslist. ,,Ik wil ze daar niet het gevoel geven dat ik over hun schouder wil meekijken.” Hij schiet in de lach. ,,Ik ga ook niet dagelijks op de website kijken om te controleren of er iets fout gaat en dan opbellen. No way !”

menu