Voormalig directeur Jan Mensink van de Maatschappij van Weldadigheid.

Jan Mensink is trots: op naderende werelderfgoedstatus Koloniën van Weldadigheid én op zijn eigen kolonist-zijn

Voormalig directeur Jan Mensink van de Maatschappij van Weldadigheid. Marcel Jurian de Jong

De Koloniën van Weldadigheid komen zo goed als zeker op de Werelderfgoedlijst. Naar verwachting hakt UNESCO daar in de loop van dit jaar een knoop over door, wanneer precies hangt af van het verdere verloop van de coronacrisis. Vooruitlopend zet Dagblad van het Noorden de voormalige armenkoloniën vanuit diverse invalshoeken nog eens in de spotlights.

Aflevering 1: een gesprek met Jan Mensink (67). ,,Het kolonist-zijn schept een band.”

Trots is oud-directeur Jan Mensink van de Maatschappij van Weldadigheid. Trots dat de voormalige Koloniën zijn genomineerd voor de Werelderfgoedlijst en trots dat hij zelf kolonist is. ,,Dit is gewoon een heel bijzonder gebied!”

Wat het voor de voormalige Koloniën van Weldadigheid en hun inwoners zou betekenen, vermelding op de Werelderfgoedlijst? Jan Mensink hoeft niet lang na te denken over een antwoord. ,,Waardering”, zegt hij. ,,Waardering en erkenning.”

De 67-jarige Mensink was 24 jaar lang directeur van de Maatschappij van Weldadigheid. In 2018 zwaaide hij af. Mensink is zelf geboren en getogen in Frederiksoord en bleef hier ook na zijn pensionering wonen. Door zijn cv is hij dus niet de eerste de beste kolonist, zoals inwoners (en oud-inwoners en zelfs nakomelingen) van de koloniedorpen worden genoemd. Maar reken maar dat zo’n beetje iedereen in Frederiksoord, Wilhelminaoord, Veenhuizen (in Drenthe) en Wortel (in België) er precies zo over denkt.

Ze zijn trots op de naderende verzilvering van een jarenlange lobby. Binnen een paar maanden wordt hun dorp zo goed als zeker in één adem genoemd met de molens van Kinderdijk en de Amsterdamse grachtengordel: twee van de tien, eerder al erkende Nederlandse erfgoederen op de UNESCO-lijst.

Niet alle zeven Koloniën genomineerd

De lobby slaagde er weliswaar niet in alle zeven voormalige Koloniën genomineerd te krijgen; Ommerschans en Willemsoord (in Overijssel) en Merksplas (in België) zijn voorlopig afgevallen. Maar wat niet is, kan nog komen. Wellicht zelfs binnen een aantal jaren al.

loading  

Trots. Tijdens het interview neemt Jan Mensink dat woord zelf ook diverse keren in de mond. De trots op de nominatie van de Koloniën van Weldadigheid weerspiegelt volgens hem de trots van de kolonisten op hun woonomgeving. Op hun gedeelde achtergrond. Op de geschiedenis van het gebied: het verhaal van de Koloniën, waarvan nu algemeen wordt gezegd dat het aan de basis heeft gestaan van de huidige verzorgingsstaat.

Dat de overheid verantwoordelijkheid draagt voor gezondheidszorg, werkgelegenheid en onderwijs – daarvoor is toen en in dit gebied de kiem gelegd.

‘Heel lang is er neergekeken op kolonisten’

Die trots, dat zelfbewustzijn, van de kolonisten is er niet altijd geweest. Verre van dat. ,,Ik heb de omslag meegemaakt”, herinnert Mensink zich. ,,Heel lang is er vanuit de omgeving toch wel een beetje neergekeken op de bevolking van het koloniegebied. De bewoners werden toch wel gezien als afstammelingen van mensen die niet goed voor zichzelf konden zorgen. Mensen die waren aangewezen op de hulp van de Maatschappij van Weldadigheid.”

Dat was volgens de oud-directeur nog steeds het ‘beeld’ toen hij halverwege de jaren tachtig voor het eerst Huis Westerbeek, het kantoor van de Maatschappij van Weldadigheid, binnenliep. Mensink vertelt dat hij zich vanaf dat moment zelf nadrukkelijker in de geschiedenis van het koloniegebied is gaan verdiepen. ,,Ik ging er al snel anders tegenaan kijken. Johannes van den Bosch (oprichter van de Maatschappij van Weldadigheid) had uiteindelijk het beste voor met de mensen, ook al is niet alles wat hij ondernam ook gelukt. Hier heeft hij de basis gelegd voor onze sociale voorzieningen, die we nu de gewoonste zaak van de wereld vinden.”

Geleidelijke ‘omslag in denken’

Mensink voelde bij zichzelf trots opkomen, op zijn achtergrond, leefomgeving en werkkring.

In de jaren dat hij de leiding had bij de Maatschappij werd uit onderzoek ook steeds meer bekend over de geschiedenis van de Koloniën. Naarmate dit verhaal bovendien breder dan voorheen werd uitgedragen, herkende hij zijn eigen ‘omslag in denken’, zoals hij het noemt, bij steeds meer mede-kolonisten. ,,Dit is gewoon een heel bijzonder gebied!”

Jan Mensink - getrouwd, twee zoons - begon bij de Maatschappij van Weldadigheid als administrateur. Tussen 1994 en 2018 was hij directeur. Zijn kennis van het koloniegebied en van de historie van de Maatschappij is intussen spreekwoordelijk. Na zijn pensionering is hij doorgegaan met het geven van lezingen. Op dit moment werkt Mensink aan een handleiding voor de vrijwilligers die rondleidingen geven in en rond Frederiksoord en Wilhelminaoord.

‘Drents Archief vroeg om mijn foto’s’

De oud-directeur is een enthousiaste hobby-fotograaf. Hij beschikt ook over een indrukwekkend privé-archief met historisch beeldmateriaal uit het koloniegebied. Een deel ervan is opgenomen in Droom en Weldaad , het boek dat Mensink samenstelde over 200 jaar Maatschappij van Weldadigheid. Het verscheen begin vorig jaar.

,,Het Drents Archief heeft al om mijn foto’s gevraagd. Zij willen ze heel graag hebben, maar ik moet ze eerst eens ordenen. Op het moment is mijn verzameling nog een kleine puinhoop”, grinnikt hij.

Meer dan een miljoen Nederlanders stammen af van de oorspronkelijke kolonisten, de voornamelijk uit de Randstad afkomstige arme gezinnen die twee eeuwen geleden op het platteland aan het werk werden gezet. Al wonen ze nu elders, in het buitenland soms, ook veel van hen is het genoemde zelfbewustzijn van de bewoners van het koloniegebied niet vreemd. Ook zij voelen zich kolonist, nog altijd.

‘Ik wil alles weten van nazaten’

Mensink: ,,Het schept een band. Kom ik onverwachts zo’n nazaat tegen, dan is onmiddellijk mijn interesse gewekt. Dan vraag ik meteen naar de achternaam. Veldhuizen en Hofman zijn bijvoorbeeld van die typische kolonistennamen. En ik ben nieuwsgierig waar de voorouders precies hebben gewoond: dorp, straat en huis – ik wil meteen alles weten, haha.”

loading  

Dat van de zeven voormalige Koloniën van Weldadigheid alleen Frederiksoord, Wilhelminaoord, Veenhuizen en Wortel zijn genomineerd voor de lijst van UNESCO komt omdat hier het erfgoed zo veel beter is geconserveerd dan in Willemsoord, Ommerschans en Merksplas. ,,In deze vier dorpen is het meest terug te vinden uit de kolonietijd. In Frederiksoord en Wilhelminaoord is bijna alles er nog. Deze twee dorpen samen tellen 32 rijksmonumenten”, stelt Mensink vast.

Verbinding tussen verleden en heden

Hij is ook dáár trots op. ,,De Maatschappij van Weldadigheid heeft toch wel goed op haar spullen gepast. Terwijl dat altijd verdomd moeilijk is geweest, vooral financieel.” De Maatschappij, ‘wij’ zegt Mensink nog altijd, heeft daarnaast een geslaagde poging gedaan om verleden en heden te verbinden.

Begin negentiende eeuw werden in Frederiksoord en Wilhelminaoord 435 woningen gebouwd voor de straatarme nieuwkomers. Op enkele tientallen na zijn die inmiddels allemaal verdwenen. Omdat de huizen beeldbepalend waren in het gebied heeft de Maatschappij besloten er in totaal 60 terug te bouwen. Met dezelfde afmetingen als toen, maar voorzien van alle moderne comfort én energieneutraal. Twee derde van de nieuwbouw is inmiddels opgeleverd.

Interesse overtrof alle verwachtingen

De belangstelling voor de nieuwe koloniewoningen overtrof alle verwachtingen. Mensink: ,,De kopers zijn deels mensen die de geschiedenis van het koloniegebied een beetje kennen en zich daardoor voelen aangetrokken. De rest had vooral interesse in het energieneutraal wonen, om in tweede instantie te ontdekken hoe prachtig je hier kunt wonen.”

Mensink waarschuwt dat het koloniegebied niet de fout moet maken om na opname op de UNESCO-lijst achterover te leunen. ,,Aan de overgebleven oude koloniewoningen, die de Maatschappij van Weldadigheid verhuurt, is veel achterstallig onderhoud. Er ligt al jaren een plan klaar om er twintig op te knappen, maar er was nooit geld voor. Ik weet dat bezoekers van het gebied deze oorspronkelijke huizen erg graag willen zien om te ervaren hoe er twee eeuwen geleden in dit gebied werd gewoond.”

‘Niet vergeten het unieke verhaal te vertellen’

Misschien nog wel belangrijker, zegt de oud-directeur van de Maatschappij, is dat ‘we niet vergeten het unieke verhaal van dit gebied te vertellen’. Het is volgens hem onvoldoende om bezoekers langs een reeks historische gebouwen te leiden. ,,Want dan ga je voorbij aan de samenhang. Het werkt het best om mensen in te wijden in de geschiedenis van de Koloniën en ze daarna op eigen gelegenheid het gebied te laten verkennen. Dan kijken ze opeens met heel andere ogen.”

menu