Jerine de Vries-Fleurke werd in 1995 met het Nederlands volleybalteam Europees kampioen. Nog altijd is dit het grootste succes van ons nationale damesteam.

Hoe is het nu met | Volleybalinternational Jerine Fleurke uit Nieuw-Amsterdam? 'Ik bedankte voor de Olympische Spelen'

Jerine de Vries-Fleurke werd in 1995 met het Nederlands volleybalteam Europees kampioen. Nog altijd is dit het grootste succes van ons nationale damesteam. Foto: DvhN

Waar zijn ze gebleven? Een inwoner van Drenthe die uit de spotlights verdween, praat je even bij. Vandaag Jerine de Vries-Fleurke (47) uit Nieuw-Amsterdam, 182-voudig volleybalinternational en voormalig Europees kampioen.

Dag Jerine, hoe gaat het met je?

,,Geestelijk goed, lichamelijk een stuk minder. Ik kamp met allerlei fysieke ongemakken: in armen, benen, rug en nek. Dat is al heel lang zo, ik zit al jaren in de WAO. Om het leven leuk te houden, richt ik me op de dingen die ik wel kan doen. Ik geniet van mijn gezin, onze hond en ons huis. Sinds vorig jaar wonen we langs de Verlengde Hoogeveensche Vaart in Nieuw-Amsterdam, in een huis uit 1905. Vroeger wilde ik nooit langs een kanaal wonen, maar ik voel me hier helemaal op mijn plek.’’


In oude kranten las ik dat je in Amsterdam woonde, in plaats van Nieuw-Amsterdam.

,,Dat klopt ook. Ik heb jarenlang in Amsterdam gewoond, in Slotermeer. Daar was het op een gegeven moment echt niet leuk meer. Te weinig parkeerplekken en steeds meer criminaliteit. Aan de lopende band werd er ingebroken en werden er auto’s bekrast. Op een dag werden onze buren overvallen en vastgebonden, midden op de dag! Nadat in 2005 onze zoon Jenno werd geboren, kregen we steeds meer het gevoel dat we weg moesten. Je wilt je kind op laten groeien in een fijne omgeving en niet in een buurt waarin je jezelf niet eens op je gemak voelt.’’


Je bent zelf opgegroeid in Sleen. Was een terugkeer naar Drenthe een automatisme?

,,Nee. Dat we in Drenthe zijn beland, is eigenlijk puur toeval. Mijn man is gasmonteur en op internet ontdekten we dat een bedrijf in Meppel op zoek was naar zo’n monteur met veel ervaring. Hij kon er meteen aan de slag. Omdat ik Emmen en omgeving kende, zijn we daar gaan zoeken naar een huis. Het werd Nieuw-Amsterdam. In 2009 kochten we daar een nieuwbouwwoning en vorig jaar gingen we naar ons huidige huis langs de Vaart.’’


In 1997 stopte je na veel blessureleed op je 24ste met volleybal. Hebben je fysieke problemen van nu iets met die periode te maken?

,,Ja. Mijn lichaam bleek niet geschikt voor topsport. In het veld bezette ik de midpositie, waardoor ik heel veel moest springen. Dat was slecht voor mijn onderrug. Al vrij snel kreeg ik last van mysterieuze klachten in mijn benen. Was ik in beweging, dan ging het wel. Het deed vooral pijn als ik stil stond. De klachten werden steeds erger. Steeds liet ik me overhalen om door te gaan. Tijdens mijn laatste toernooi moest een teamgenote mij zelfs op haar rug van het ontbijt naar de hotelkamer brengen. Uit onderzoeken bleek daarna dat de klachten waarschijnlijk uit mijn rug kwamen.’’


Hoe kijk je daar nu op terug?

,,De klachten aan mijn benen waren vreselijk, net als het gevoel niet serieus genomen te worden. Maar ik had die jaren ook niet willen missen. Het volleybal heeft me ook heel veel gebracht. Ik was een heel timide meisje. Door het volleybal veranderde dat, ook omdat ik in het Westen ging wonen en spelen. Ik kan nu beter voor mezelf opkomen, ben socialer geworden en durf opener over mijn gevoelens te zijn. Dat zijn heel belangrijke dingen waar ik de rest van mijn leven iets aan heb.’’


Wanneer ben je begonnen met volleybal?

,,Toen ik een jaar of 8 was, bij volleybalvereniging Sleen. Op mijn 17de maakte ik de overstap van Sleen naar eredivisieclub Volco uit Ommen. Daarna ging ik naar AMVJ in Amstelveen. Mijn laatste seizoen was bij een club in Japan.’’


Met Oranje behaalde je de grootste successen.

,,In 1995 werden we met het Nederlands team in de Rijnhal in Arnhem Europees kampioen. Daarnaast kreeg ik nog een persoonlijke prijs, ik werd uitgeroepen tot de beste blocker van het toernooi. Of ik ook aan Olympische Spelen heb meegedaan? Ja, aan die van 1996 in Atlanta. Voor de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona heb ik bedankt.’’


Huh? Iedere sporter wil toch naar de Olympische Spelen?

,,Ik had er geen goed gevoel over. Ik wilde niet sport, maar God als belangrijkste in mijn leven. Ik vroeg me af of je wel een goed christen kon zijn als je zo fanatiek met je sport bezig was. Daarbij kwam ook dat ik het team toen niet zo leuk vond.’’


En de Olympische Spelen in Atlanta van 1996 konden wel?

,,Ja, ik ben daar later anders over gaan denken. Als topsporter gebruik je de talenten die je van God hebt gekregen en daar genieten ook anderen van. Natuurlijk ben je heel intensief met je sport bezig, maar dat betekent niet dat daarmee God niet meer bovenaan kan staan. Hoewel ik uit een christelijk gezin kom, ben ik pas in 1992 echt tot geloof gekomen. In Zwolle ontmoette ik een vrouw die vroeg of ik in Jezus geloofde. Dat was voor mij een wake-upcall. Ik dacht: nu moet ik een keuze maken voor Jezus. Die vrouw heeft daarna samen met mij gebeden.’’


Je kampt met fysieke ellende. Nooit kwaad geweest op God?

,,Nee, nooit. Door de fysieke problemen heb ik geleerd om meer op God te vertrouwen en kan ik mij beter verplaatsen in anderen die het moeilijk hebben.’’

menu