Jerrik loopt met de hond van Lura (links) om van zijn angst af te komen. Foto: Reyer Boxem

Jerrik (11) overwint zijn angst voor honden op de durfpoli: Als ik stap tien haal, gaat mama een slang aaien

Jerrik loopt met de hond van Lura (links) om van zijn angst af te komen. Foto: Reyer Boxem

Hoe groter een kind wordt, hoe groter de kans op een fobie. Dus is het zaak tijdig een angst te overwinnen. Dit kan op Durfpoli’s.

Triomfantelijk loopt Jerrik (11) met hond Arthas aan de riem door de gang van Accare in Groningen. Een paar maanden geleden was hij nog zo bang voor honden dat hij het liefst wilde verdwijnen als hij er één zag.

‘Hij kon angst niet langer ontwijken’

Vanuit de deuropening van de behandelkamer kijkt moeder Renske trots toe. ,,Ik ben bang dat de hond straks nog mee naar huis moet”, zegt ze lachend. Zolang Jerrik Thalen uit Roden zich kan herinneren, is hij al bang voor honden. Toen ook nog een van zijn vriendjes een puppy kreeg, besloot hij dat het anders moest. ,,Hij kon het niet meer ontwijken”, legt zijn moeder uit. ,,Het was een soort wanhoop. Hij wilde er zo graag wat aan doen. ”

Via internet kwam ze achter het bestaan van de Durfpoli. De poli’s in de drie noordelijke provincies zijn het resultaat van een samenwerking tussen de Rijksuniversiteit Groningen en Accare, de organisatie voor kinder- en jeugdpsychiatrie. Ze zijn speciaal opgericht om kinderen met een fobie te helpen. De kinderen zijn bang voor bepaalde dieren, voorwerpen, activiteiten of situaties. Zo bang, dat het hun belemmert in het dagelijkse leven, op school of thuis.

‘Angsttrap’ met tien treden

De Durfpoli’s zijn onderdeel van het promotieonderzoek van projectleider en onderzoekster Rachel de Jong. Centraal in het wetenschappelijk onderzoek staat de vraag hoe de behandeling van angsten bij kinderen verbeterd kan worden. De behandelingen zijn gratis en zijn allemaal op dezelfde manier opgebouwd. Aan de hand van een zogenoemde ‘angsttrap’ met tien treden, werken de kinderen aan het overwinnen van hun angst(en). Deze treden kiezen ze met behulp van hun behandelaar.

,,Op afstand naar een hond kijken, een hond aaien, een brokje geven”, somt Jerrik zijn stappen op. Na vandaag kan hij ook de achtste stap van zijn lijstje afhalen: met een – voor hem ook nog vreemde – hond wandelen. ,,Ik ben niet meer heel bang nu, behalve voor loslopende honden. Ik ben bang dat ze iets onverwachts doen of springen”, zegt hij.

‘Als ik stap tien haal, gaat mama een slang aaien’

Jerrik is er nog niet helemaal, want op zijn verlanglijstje staan nog twee stappen: langs een loslopende hond lopen en met een loslopende hond in dezelfde kamer zijn.

Als hij alle stappen heeft doorlopen, wacht er een leuke beloning op hem. ,,Als ik stap tien haal, gaat mama een slang aaien”, zegt hij lachend.

Moeder Renske kijkt net ietsje minder vrolijk. ,,Mijn angst voor slangen is net zo groot als Jerriks angst voor honden, maar een slang kom je gelukkig niet overal tegen.”

Hoe ouder een kind wordt, hoe groter de kans op een fobie. Tien procent van de jongeren van dertien jaar en ouder heeft een angststoornis. Wat het vaak lastig maakt, is dat niet ieder kind zijn of haar angst uit. Dit zorgt ervoor dat ouders het niet altijd herkennen.

Schaam je niet voor je angst

Wat Jerrik andere kinderen met angsten wil aanraden? Over die vraag hoeft hij niet lang na te denken: ,,Je hoeft je niet te schamen”, klinkt het dapper. ,,In het begin is het heel eng, maar je moet gewoon doorgaan met oefenen.”

Niet iedere angst is echter een fobie, vertelt De Jong. Een angst wordt namelijk pas een probleem als het een kind belemmert in het dagelijks leven. Pas als het niet naar de speeltuin wil of bij een vriendje wil spelen omdat er honden zijn, is het een fobie. ,,Ga het gesprek aan”, geeft de onderzoekster ouders mee. ,,Wat roept spanning op? Wat zijn dingen die je kind vermijdt?”

Ook Renske heeft een tip: ,,In het geval van angst voor honden is ‘Hij is heel lief en doet niks’, echt een dooddoener. Je kind is bang en heeft hulp nodig. Dat doe je het beste door de angst te erkennen.”

menu