Jeugdhulpverlener Nynke Rikkers uit Beilen: 'Niet zeggen dat oma is gaan slapen, maar de dood juist benoemen'

Nienke Rikkers met haar boek. Foto: Guido Rikkers

Nynke Rikkers uit Beilen is jeugdhulpverlener en verloor als kind haar moeder. Die combinatie leidde tot een boek. Onlangs kwam Dag mijn allerliefste… uit, een handleiding voor ouders, leraren en hulpverleners over verlies- en rouwverwerking bij kinderen.

De basis voor haar boek lag er al ruim vijftien jaar. ,,Mijn afstudeeropdracht van de opleiding Sociaal Pedagogisch Hulpverlening ging over rouwverwerking bij kinderen. Feitelijk was dat de eerste, veel dunnere versie van dit boekje. Ik wilde het compleet maken. Ik heb veel onderzoek gedaan en informatie ingewonnen bij een rouwtherapeut”, vertelt de 41-jarige Beilense.

Het schrijfproces was niet altijd makkelijk. ,,Dat komt ook omdat ik zelf als kind met rouw en verlies te maken heb gehad. Mijn moeder overleed aan kanker toen ik 13 jaar oud was. Dat heeft mijn jeugd overschaduwd.”

Vorm van rouwverwerking

Over rouwverwerking bij kinderen was al een schat aan informatie te vinden, zegt Rikkers. ,,Maar alles is zo uitgebreid. Mijn boek telt 76 pagina’s. Eigenlijk is het een soort handleiding; compact en makkelijk leesbaar. Het is bedoeld voor ouders, hulpverleners en leerkrachten, die zich met name richten op kinderen van 0 tot 12 jaar.”

Twee jaar is Rikkers er zoet mee geweest. ,,Ik denk dat dit schrijven voor mij ook een vorm van rouwverwerking is geweest. Veel informatie en tips heb ik vergeleken met mijn eigen situatie, als puber. Soms dacht ik: ‘oh, dat zou ik ook wel fijn hebben gevonden’. Als je als kind een ouder verliest, stort je hele wereld in. Het heeft zo veel impact.”

Flink zijn

Haar vader bleef achter met vier kinderen en had ook zijn werk. ,,Ik probeerde flink te zijn. Als kind zie je het verdriet bij mijn vader, ooms en tantes en wil je niet lastig zijn. Je wilt niet dat ze jou ook nog eens moeten troosten. Flink zijn wordt ook nogal eens beloond. ‘Goh, wat ben jij flink’, krijgen kinderen te horen. Dan durven ze hun kwetsbaarheid, hun verdriet soms niet meer te tonen.”

,,Het is belangrijk dat ze steun krijgen en hun verdriet kwijt kunnen. Ook een jaar of langer na het verlies van een dierbare. Het verdriet blijft en het komt op verschillende momenten op verschillende manieren naar boven. Het draait erom dat het er mag zijn.”

Nieuw zusje kopen

Kinderen hebben soms een heel andere beleving bij het verlies van een dierbare dan volwassenen. Rikkers benadrukt dat begrip daarvoor heel belangrijk is. ,,Een kind kan het ene moment heel verdrietig zijn en vijf minuten later vrolijk gaan spelen. Dat is goed. Kinderen kunnen niet de hele dag verdrietig zijn.”

Denken in praktische oplossingen wil ook nog wel een voorkomen. ,,Opmerkingen als: ‘Is mijn zusje dood? Nou, dan kopen we toch een nieuw zusje’. Volwassenen kunnen daar erg van schrikken, maar voor een klein kind kan het een normale gedachte zijn.”

In een poging het leed te verzachten, wordt het begrip ‘dood’ ook nogal eens vermeden. Niet doen, adviseert de Beilense. ,,Vaak wordt tegen kinderen gezegd dat bijvoorbeeld opa of oma heel lang is gaan slapen en niet meer wakker wordt. Je loopt dan het risico dat kinderen zelf niet meer durven te gaan slapen omdat ze bang zijn dat ze niet meer wakker worden.’’

Het boek Dag mijn allerliefste… is te bestellen bij bol.com en boekenbestellen.nl

menu