De wat onscherpe foto van Hanna Blein, een lachend kind met een strik in haar haar.

Joodse kleuter Hanny Blein overleefde de oorlog in Nieuwlande: Hoe het stille dorp een 'Haags nichtje' redde

De wat onscherpe foto van Hanna Blein, een lachend kind met een strik in haar haar.

De Joodse kleuter Hanny Blein overleefde de oorlog in Nieuwlande. Over een welhaast onbezorgde jeugd bij boer Piet Muller in een dorp waar zwijgen goud was.

Het gebeurde in 1942, op een doordeweekse middag. Lang geleden, maar Hanny Ladanyi-Blein (81) weet het nog als de dag van gisteren. Hoe ze door meneer Knol de bedrijfschef op de fiets naar Nieuwlande werd gereden. Dat ze toen een lekke band kregen.

Dat ze toen niet naar huis gingen, aan de Hoofdstraat in Hoogeveen, het huis boven de kledingwinkel naast de slager, waar ze woonde met haar vader Han, haar moeder Juuls en haar babyzusje Riet. Dat ze lopend verder gingen, in de stromende regen, langs de kanalen, over de modderwegen, naar het dorp met de ophaalbruggen. Dat ze bij de boerderij van de familie Muller werd afgezet.

Dat hij zei: ‘ik kom je weer ophalen’, en zij alleen was, tussen vreemde gezichten.

Ze wachtte op meneer Knol. Een dag, twee dagen, drie... Vier jaar was ze. En ze huilde al die dagen lang. Ze schopte tegen de deur. Totdat ze besefte: meneer Knol komt niet.

Onscherp

Er is een foto uit die tijd van Hanny Blein, het ‘Haagse nichtje’ zoals ze door haar onderduikfamilie werd aangeduid. Het is een korrelige foto, onscherp als de geschiedenis van de dagen die we vandaag herdenken. Een lachend kind met een strik in haar haar die onveranderlijk paste bij het jurkje dat ze droeg, iedere morgen verzorgd door haar nieuwe oudste zus Jeltje Muller.

Haar zusje Riet werd naar Ommerschans gebracht. Haar vader Han ging in het ondergronds verzet. Haar moeder dook onder in Noord-Holland, waar ze werd verraden en naar Auschwitz getransporteerd.

Hanny Blein woont sinds 1956 in Canada. Ze heeft nog steeds contact met haar ‘oorlogszussen’. De liefde van haar onderduikfamilie staat haar nog helder voor de geest. ,,Ik was de jongste, sliep bij Gea die vier jaar ouder was’’, zegt ze vanuit Toronto. ,,Na een tijdje was ik helemaal gewend. Ik hoefde niet binnen te blijven, ik ging ook gewoon naar school.’’

,,De meester vroeg ‘t Is wel goed hè’, weet Gea Muller (85) uit Zuidhorn nog. ,,En mijn vader zei: ja, het is een nichtje uit Den Haag. Dat ze een Jodinnetje was, wist ik ook niet, ik wist niet beter dan dat ze echt een Haags nichtje was. Ze had een koffertje met snoepjes bij zich. En een stoeltje dat ze ‘verhuurde’ voor een pepermuntje. We waren dol op haar. Maar er werd niet gevraagd. Iedereen zweeg.’’

Yad Vashem onderscheiding

Zwijgen was noodzaak in Nieuwlande, dorp tussen Coevorden, Hoogeveen, Oosterhesselen en Dalen. De dorpsgemeente kreeg in de jaren ‘80 van de vorige eeuw de Yad Vashem onderscheiding van de staat Israël. Dat een heel dorp werd onderscheiden als ‘rechtvaardigen onder de volkeren’ is zo bijzonder dat het slechts voor een paar plaatsen in de wereld is weggelegd.

Maar het Nieuwlande waar Hanny een bijna onbezorgde oorlogsjeugd doorbracht, was een heldhaftig dorp. Boer, wethouder en verzetsleider Johannes Post zette er, in samenwerking met Arnold Douwes, een onderduiknetwerk op dat naar schatting 300 a 400 Joden het leven heeft gered.

Meer dan 200 dorpelingen boden onderdak. Ze groeven holen in de bossen, maakten een schuilplaats onder de Gereformeerde kerk zonder dat de dominee dat wist, lieten de ‘duikelaars’ circuleren door het dorp uit veiligheidsoverwegingen.

Ook op de boerderij van Piet en Itje Muller was het een komen en gaan van onbekenden. ,,Ze sliepen soms in de koestal, soms lag er iemand op de bank. Wie het was, wist je niet en je vroeg er niet naar. Mijn moeder maakte ’smorgens grote pannen met bonen en melk als ontbijt. Het was heerlijk.’’

Trudy Truusje Muller woont al jaren in Hamilton, Nieuw Zeeland, maar ze weet nog dat ze als 13-jarig meisje de onderduikers in het bos eten bracht, samen met haar vriendin Frouke Dijk. Er waren wel razzia’s in het dorp. ,,Maar bij ons kwamen ze niet’’, zegt Trudy. ,,We woonden aan het water, en we hadden geen brug tegenover ons huis, dus Duitsers moesten hun auto aan de overkant zetten en dan een heel eind lopen.’’

,,Bovendien had onze broer Anjo tbc, dus de paar NSB’ers in ons dorp lieten ons met rust’’, vult Gea aan.

Mengele

Nieuwlande hoorde, zag en zweeg. Dat begreep het ‘Haagse nichtje’ al snel. ,,Op een zondagmiddag zag ze haar buurjongen door het dorp lopen’’, zegt Trudy. ,,Maar ze keek de andere kant op. Pas toen we voorbij gelopen waren zei ze: ‘Dat was mijn vriendje’. Zo klein als ze was, begreep ze het.’’

Slechts 43 Joodse Hoogeveeners zouden de oorlog overleven. Onder hen de familie Blein. Moeder Juuls was in Auschwitz ten prooi gevallen aan de medische vruchtbaarheidsexperimenten van Mengele. ,,Toen Auschwitz werd bevrijd, werd ze in een Russische vrachtwagen geladen. Die reed met alle vrouwen het bos in. Mijn moeder werd zo bang dat ze uit de vrachtwagen is gesprongen’’, zegt Hanny.

Op een na-oorlogse middag stapten vader Han en moeder Juuls het erf op van de familie Muller. ,,Dat was geweldig’’, zegt hun dochter. ,,Ik weet alleen nog wel dat ik dacht dat ik een babyzusje had en dat bleek ineens een kleine kattekop te zijn.’’

In 1953 verhuisden ze naar Canada. ,,Mijn ouders vonden het politiek te onrustig worden in Europa, met de Suez-crisis en zo’’, zegt Hanny. ,,Maar mijn vader kon er niet aarden, dus ze zijn drie jaar later teruggegaan. Ik had mijn man ontmoet, ik bleef.’’

Over een ding zijn de zussen Muller en hun ‘Haagse nichtje’ het eens: de oorlog vergeet je nooit. Maar waar Gea en Trudy alles willen weten over die tijd, laat Hanny het verleden liever rusten. ,,Mijn moeder heeft nooit meer gepraat over de oorlog, en ook niet wat de doktoren met haar hadden gedaan. Dat is ook beter. What happened, happened. Ik wil er niet meer aan denken.’’

De stilte, weet ze, beschermt.

menu