De vrees die paardenhandelaar Jan B. uit Nijeveen had voor een celstraf, blijkt gegrond. Donderdag eiste het Openbaar Ministerie 4 jaar celstraf voor zijn rol in de cocaïnewasserij die vorig jaar in zijn schuur is gevonden. De andere verdachten wacht eenzelfde lot.

Justitie is van mening dat enkel zware celstraffen gepast zijn voor B., de Turkse verdachte en de dertien Colombianen.

Volgens het OM was de cocaïnewasserij groots opgezet en werd het strak aangestuurd. Er was een onderlinge taakverdeling, een nauwe en intensieve samenwerking tussen de criminele organisatie, Jan B. en de werkende Colombianen in de paardenbak. Afgelopen augustus werd B. samen met dertien Colombianen en een Turk aangehouden door een peloton zwaarbewapende agenten, onder aanvoering van een gepantserde Bearcat.

In de schuur op het terrein van B. werd de grootste cocaïnewasserij ooit in Nederland ontmanteld. Volgens de politie kon er dagelijks tussen de 150 en 200 kilo coke worden gewassen, middels een chemisch proces. Dat staat voor een straatwaarde van tussen de 4,5 tot 6 miljoen euro per dag. De wasserij heeft volgens justitie zo’n 10 dagen gedraaid en enkele honderden kilo’s cocaïne verwerkt.

‘Als je niet akkoord gaat, rot je maar op’

Afgelopen maandag had B. uit Nijeveen niet bepaald zin in een kritisch verhoor van de rechtbank . Hij blijft erbij: „Ik wist van niks, tot ik doorkreeg dat het misse soep was. Toen was het te laat.” De financiële nood bij de paardenman was zo groot, dat hij blind een huurovereenkomst aanging met de vermeende criminele organisatie. B. heeft altijd gezegd dat hij zijn loods verhuurde aan een computerbedrijf, maar begin juli wist B. al dat dat bedrijf er niet zou komen, omdat hij contact heeft over spullen die niets met computers te maken hebben: koppelingen en waterslangen.

Eind juli, twee weken voor de inval, tapt de politie gesprekken waar B. letterlijk zegt: „Als we draaien moeten we zoveel mogelijk pakken. Pakken, pakken, pakken.” Hij heeft het over een miljoen. In de bak zitten, hoeft niet zo lang, denkt hij. Daarmee is er volgens de officier van justitie geen twijfel over wat B. wist van de praktijken in zijn schuur.

Na deze telefoongesprekken, als de wasserij begint te draaien, begint B. steeds meer leidinggevende rol te spelen in zijn cokemanege. Hij is vanaf dan niet slechts huismeester, beziet justitie. Hij wil het lab geluidsdicht hebben en vertelt de criminele organisatie wat ze moeten doen. „Geen stank, geen geluid. Anders draai je hier nooit meer. En als je niet akkoord gaat, dan rot je maar op, geef ik je aan bij de politie.”

‘Boter op zijn hoofd’

Volgens justitie is daarmee wettig en overtuigend bewezen dat B. medeplegen aan de wasserij kan worden verweten. Dat hij zichzelf als slachtoffer ziet, neemt de officier hem kwalijk. „Meneer B. had boter op zijn hoofd.” Daarvoor haalt de officier het interview aan de B. gaf in deze krant. Daarin zei de paardenman dat hij zich ‘genaaid’ voelde en dat hij nooit iets gemerkt zou hebben van datgene dat op zijn erf gebeurde.

„Het OM weet wel beter”, reageert zij. „Het is duidelijk dat B. inkoopt, rondrijdt om bestellingen op te halen, met medeverdachten overlegt en zelfs beslist. Het feit dat hij zichzelf als slachtoffer ziet, vindt het OM onbegrijpelijk.” Naast deze strafeis, start het OM ook een ontnemingszaak tegen B. Zij is van mening dat de paardenman nog ruim 33.000 euro crimineel zou hebben verdiend en wil dat terugvorderen.

‘De ene verklaring nog ongeloofwaardiger dan de andere’

Woensdag deelden veel Colombianen hun vaak tragische levensverhalen in de rechtbank. De mannen zeggen erin te zijn geluisd. Ze zijn eenvoudige schilders, restauranthouders, schoonmakers, bouwvakkers of boeren. Hun leven in Colombia werd gebrandmerkt door drugsgeweld. „Mijn dochtertje van 3 jaar kreeg een kogel in haar hoofd bij een aanslag op mijn leven”, vertelde een man aan de rechtbank. Lees dat verslag hier.

Daar gaat justitie niet in mee. „Daar geloven wij helemaal niets van. De ene verklaring is nog ongeloofwaardiger dan de andere”, zegt de officier. „De criminele organisatie die zoveel geld en energie steekt in een wasserij als dit, gaat nooit het risico nemen om toeristen of bakkers daar neer te zetten. Zij die er werken, moeten betrouwbaar zijn.”

Alle verdachten dezelfde strafeis

Om tot een strafeis te komen, baseerde het OM zich ook op eerdere uitspraken. Bijvoorbeeld een binnenvaartschip in Moerdijk, waar in 2019 een groot drugslab werd aangetroffen. De eigenaar werd door de rechtbank Zeeland West-Brabant veroordeeld tot 32 maanden. De aangetroffen Mexicanen kregen 48 maanden.

In het geval van B. eist justitie wel een gelijke straf voor alle verdachten, omdat B.’s betrokkenheid volgens haar veel verder ging dan alleen het ter beschikking stellen van de paardenbak. Alle verdachten horen dus 48 maanden eisen.

De rechtbank doet op 23 augustus uitspraak.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe