Koster André Flens uit Hoogeveen, in zijn huis naast de kerk.

In memoriam: André Flens uit Hoogeveen (1958-2020): Koster met een eigen glossy

Koster André Flens uit Hoogeveen, in zijn huis naast de kerk.

Tijd van Leven beschrijft het gepasseerde bestaan van mensen met een bijzonder verhaal. Vandaag André Flens (1958 - 2020) uit Hoogeveen.

Een eigen glossy. Er zijn vast niet veel mensen die kunnen zeggen dat ze die hebben. Zoals Linda de Mol, met haar LINDA . Koster André Flens uit Hoogeveen had er ook één. De André , met op de cover zijn portret en een inhoud compleet aan hem gewijd. Het tijdschrift, dat begin dit jaar uitkwam, is gemaakt door een groepje kerkgangers. Ze wilden iets doen om hem bij leven te eren. De André is overigens niet te koop. Op de voorkant staat waarom. Prijs: onbetaalbaar.

André Flens maakte zich in Hoogeveen geliefd als koster die voor iedereen klaar stond en die in ‘zijn’ kerk, De Vredehorst, alles tiptop in orde wilde hebben. Een pietje precies, die de lepeltjes steevast rechts bij het oortje neerlegde, want zo hoorde het. En die zijn gasten, als het even kon, zelf bediende. Thermoskannen op tafel? Hij gruwde ervan. Daarmee bouw je toch geen band op met je klanten? Als ‘uitbater van de kerk’ kreeg hij het voor elkaar dat het godshuis door de week een levendige plek werd, met verenigingen en andere huurders.

,Als ik hier niet gek mag doen, wil ik hier niet zijn’

André was een joviale koster, die al van ver te horen was. ,,Mijn vader had altijd herrie om zich heen’’, zegt zoon Gerco, een van de vier kinderen van André en zijn vrouw Hennie. André hield van een dolletje. Was een van de kleinkinderen bij hem tijdens zijn werk, dan zette hij die zomaar op de koffiekar voor een rondje door de kerk. ,Als ik hier niet gek mag doen, wil ik hier niet zijn’, zei hij. Hij praatte graag en veel en hield van aandacht. Zelfs op de bridgeclub waar hij met Hennie op zat, stond zijn mond amper stil. ,,Hij vertelde nog net niet wat hij in handen had’’, lacht Hennie. Geregeld klonk er dan ook ‘ssst!’ door de zaal.

loading

André, geboren in Coevorden, groeide op in een gezin met een blinde vader. Toen hij twee jaar was, verhuisde het gezin - vader, moeder, drie zonen - naar Schoonebeek. Omdat zijn vader blind was, nam André een flink deel van de klussen thuis op zich. Ook begeleidde hij zijn vader in de bus naar bijeenkomsten voor blinden en ging hij geregeld met hem op pad, op de tandem. Maar hij liet zich niet overal voor strikken. Toen zijn vader hem oud genoeg vond om voor hem naar de winkel te gaan, dacht hij: je kunt me wat. Jij kan ook alleen wel op pad gaan. En hij leerde zijn vader de weg.

Als kwajongen legde hij de NAM plat

Hij was best een ondeugend ventje. Zo presteerde hij het om de NAM, die in het dorp naar olie boorde, plat te leggen. ,,Ik geloof dat hij een sleutel van de jaknikkers had omgedraaid’’, zegt Hennie. ,,Maar dat weet ik niet precies. Hij haalde wel meer kattenkwaad uit. Hij heeft een keer kauwgum uit de supermarkt gestolen en hij plukte ook wel eens peren uit de tuin van de dominee. Daarna zat hij dan op de uitkijk bij het raam om te kijken of er geen politie aan kwam.’’

Hennie, ook een Schoonebeekse, leerde André kennen bij het gospelkoor. De vlam sloeg echt over op een uitgaansavond in bar/dancing ‘t Stuupke in Coevorden. ,,Ik viel voor zijn charisma en zijn levenslust. Met hem was het niet snel saai.’’

Voor de liefde werd hij gereformeerd

Er was nog wel een dingetje: zij was gereformeerd en hij hervormd. En hij geloofde heilig in het gezegde ‘twee geloven op één kussen, daar komt de duivel tussen’. En dus besloot André ook gereformeerd te worden. De dag dat hij aankondigde belijdenis te willen doen met Hennie in haar kerk, was voor zijn moeder een ‘zwarte dag’, zo vernam hij later uit haar dagboek.

Koster was hij sinds 1984, eerst bij De Opgang in Emmen en vanaf 2002 bij De Vredehorst in Hoogeveen. Daarvoor werkte hij bij supermarkt Nijland in Schoonebeek en was hij meubelmaker en standbouwer bij Niers in Weiteveen. Hij had de lts en de detailhandelsschool gedaan en was zo iemand die kon namaken wat hij zag. Ook als koster kluste hij in zijn vrije uren vaak bij mensen thuis, om wat extra geld te verdienen. Het harde werken zat er nu eenmaal in, vanuit zijn jeugd.

Hij verlangde die inzet ook van anderen. Kwamen Gerco of een van zijn drie zussen thuis met een 7 op hun rapport, dan zei hij dat het een 8 was geweest als ze harder hadden gewerkt. ,,Hij dacht dat hij ons op die manier kon stimuleren meer ons best te doen’’, zegt Gerco. ,,Alles wat hij deed, ook het harde werken, deed hij voor ons. Zodat wij als gezin leuke dingen konden doen. Die leuke dingen bestonden vooral uit lekker eten. Wij hebben ontzettend veel gegourmet, gebarbecued en buiten de deur gegeten...’’

Bij de Griek in Emmen kwamen ze zo vaak dat de eigenaar zelfs op zijn uitvaart kwam.

Altijd vol praatjes, maar over zijn ziekte zei hij weinig

Vier jaar geleden werd André ziek. Hij bleek slokdarmkanker te hebben. Een zware periode volgde, met een operatie en intensieve behandelingen. De koster genas en pakte de draad weer op. Twee jaar later kwam de ziekte echter terug, in de vorm van een hersentumor. Even later zaten er ook tumoren in het hersenvlies. Deze keer was genezing niet meer mogelijk. In januari van dit jaar stopte hij met werken. En hoewel hij altijd zo vol praatjes zat, zei hij over zijn ziekte weinig. Behalve de woorden: ,,’t Is klote.’’

Zo lang hij het kon, kwam hij elke dag nog een poosje in de kerk, waar hij naast woonde. Nu niet meer als koster, maar als vrijwilliger. Troost putte hij uit zijn idee van het hiernamaals, al ging hij er niet vanuit dat hij direct in de hemel zou komen. Hij geloofde in een niemandsland, als tussenstation. Pas na duizend jaar vredesrijk op aarde zou immers de dag des oordeels komen, zo staat het in de bijbel. En dan zou hij vast en zeker wel doorschuiven.

Toen ‘zijn’ kerkklokken luidden vanwege corona, blies André zijn laatste adem uit

Zijn laatste adem blies hij uit op een bijzonder moment, terwijl ‘zijn’ kerkklokken luidden. Zoon Gerco had ze even daarvoor aangezet, op 29 april om 19.00 uur. De klokken beierden een kwartier lang vanwege corona, een actie waarmee de kerken in Nederland hoop en troost wilden bieden. Wat zou het mooi zijn als André nu zou gaan, zei de familie nog. En hij ging op de valreep, in de dertiende minuut.

Hoewel de uitvaart in besloten kring moest worden gehouden, was het toch druk. De honderden mensen voor wie geen plek was in het godshuis, stonden buiten. Opgesteld in een lint van twee kilometer langs de route tussen kerk en crematorium brachten zij hun koster een laatste groet. Op de bridgeclub is het een stuk stiller geworden. Toch komt André er nog vaak voorbij. Aan het eind van elk seizoen reikt de vereniging voortaan de ‘André Flens-trofee’ uit. In de hem zo vertrouwde kerk, waar nu zijn vrouw de boel draaiende houdt.

menu